Apartheidswaan

‘IK WANDELDE door de Compagniestuin in de richting van de binnenstad. Buiten het parlementsgebouw, aan het einde van de lange overschaduwde laan, waren geen tekenen van onrust. De voorjaarszon kaatste onverschillig van de neoklassieke gevel. Ik liep verder, op weg naar een boekhandel in de Langstraat. Hier en daar stonden groepjes mensen in de nabijheid van een radio. De gesprekken bleven gedempt. Een uur ging voorbij. Anderhalf. De verlamming werd tastbaar. Het openbare leven stokte. Je voelde een onbestemde angst door de straten suizen.’ Zes september 1966. Henk van Woerden zal die dag nooit vergeten. Op een steenworp afstand stond hij, achttien jaar oud en immigrant, van het parlementsgebouw in Kaapstad waar Demitrios Tsafendas met vier dolksteken Hendrik Frensch Verwoerd om het leven bracht. De moord raakte Van Woerden op een zeer persoonlijke manier. Uit zijn nieuwe roman Een mond vol glas: ‘Verwoerd was een buitenstaander in Afrika, een halfbakken Hollander, net als ik. De aanslag was een aangelegenheid tussen twee landverhuizers. Een halve Griek die een halve Nederlander vermoordde.’

De dag waarop Hendrik Verwoerd stierf, staat veel Zuid-Afrikanen in het geheugen gegrift. De moord betekende het einde van een tijdperk. Samen met de grondlegger van de apartheid, de aan de Amsterdamse Jacob van Lennepkade geboren Verwoerd, gingen ook de plannen om de ergste vormen van apartheid in de Zuid-Afrikaanse samenleving in te voeren het graf in. Blank Zuid-Afrika treurde om het verlies van hun geliefde premier, hun vader des volks.
OVER VERWOERD zijn boeken vol geschreven, maar niemand heeft zich ooit afgevraagd wie de man met het dolkmes was. En wat hem bezielde.
Een mond vol glas is het derde en laatste deel in Henk van Woerdens drieluik over zijn leven in Zuid-Afrika. In de eerste twee romans, Moenie kyk nie en Tikoes, probeert de schrijver greep te krijgen op zijn Zuid-Afrikaanse verleden. In zijn laatste boek kruipt Van Woerden in het hoofd van de moordenaar van Hendrik Verwoerd. Toen Van Woerden in 1989 voor het eerst terugkeerde naar Zuid-Afrika ging hij kranten lezen om zijn geheugen op te frissen. Toevallig kwam hij de moord op Verwoerd tegen. ‘Ik vond het zo'n raar gegeven’, zegt hij. 'Tsafendas werd voorgesteld als een malle Griek die Verwoerd had neergestoken, en ik vroeg me af waarom.’
Van Woerden had niet meteen reden om aan die voorstelling van zaken te twijfelen. Maar hij vermoedde dat de motieven van Tsafendas niet zo simpel waren als indertijd werd voorgesteld. Hij herinnerde zich de sfeer van Zuid-Afrika in de jaren zestig: rassenwetten, rellen in de 'lokasies’ (town*== ships), de opstand in Sharpeville. Het land stond op de rand van een burgeroorlog. Van Woerden vroeg het officiële rapport van de onderzoekscommissie naar de moord op Verwoerd op. Het leven van de moordenaar bleek bol te staan van tegenstrijdigheden. Demitrios Tsafendas was geboren in Mozambique, had een Griekse vader en een moeder die werd omschreven als 'baster’ of 'halfbloed’. Hij werd opgevoed door een grootmoeder in Alexandrië en kwam terecht op een Engelse kostschool in Transvaal. Al vrij snel, tijdens de vroege jaren dertig, werd hij getypeerd als iemand met communistische sympathieën. En als jongen van zeventien jaar zou hij last hebben gehad van rassendiscriminatie.
VEEL UIT HET onderzoeksrapport over het leven van Demitrios Tsafendas kwam Henk van Woerden bekend voor. Tussen de regels door lezend realiseerde hij zich dat Tsafendas aan hetzelfde soort syndroom leed als zijn stiefmoeder. Deze Zuid-Afrikaanse vrouw was 'kleurling’ maar wist met veel moeite een 'blanke pas’ van de autoriteiten te krijgen. Tsafendas deed precies het omgekeerde. Een ongekende stap, want de meeste kleurlingen streefden juist naar 'blank worden’.
Op grond van het rapport concludeerde Van Woerden dat Tsafendas een zeer complexe persoon met zeer complexe motieven moest zijn geweest. Van Woerden: 'Het beeld van psychiatrisch gestoorde kwam de autoriteiten natuurlijk goed uit. Er was hen alles aan gelegen om die man als een idioot af te schilderen. Terwijl je net zo goed kunt stellen dat Zuid-Afrika zelf gestoord was.’
Van Woerden kon echter pas over andere gegevens beschikken toen de nationale archieven vrij werden gegeven. Twee jaar geleden kon hij de dossiers van de toenmalige veiligheidspolitie inzien, met daarbij een heel strafrechtdossier over Tsafendas, samengesteld door politie en justitie, bedoeld voor een proces dat nooit gevoerd is. Daaruit heeft Van Woerden het merendeel van zijn gegevens gehaald.
MET EEN MOND vol glas heeft Van Woerden ook een portret van Zuid-Afrika willen schrijven dat minder fictioneel is dan zijn eerdere twee boeken. Zijn laatste boek heeft een duidelijker politieke tint. Moenie kyk nie, zijn debuut, vertelt het verhaal van Zuid-Afrika vanuit het perspectief van een jonge immigrant. In deze roman wilde Van Woerden bewust geen politieke zaken aankaarten; het is een portret van binnenuit. Tikoes gaat over de terugkeer van iemand die niet begrijpt hoe hij verliefd kan zijn op zo'n afstotelijk land als Zuid-Afrika.
Van Woerden laat in zijn boek de levensschets van Tsafendas onderbreken door een verteller die een apart verhaal vertelt. Hiervoor heeft hij zijn eigen dagboeken gebruikt. Van Woerden: 'Dat heeft met mijn lezers te maken. Ik schrijf in het Nederlands. Ik beschouw mezelf als een halve Zuid-Afrikaan, maar ik schrijf voor een Nederlands publiek. En Nederlanders weten bijzonder weinig over Zuid-Afrika, of ze hebben gewoon geen interesse in de werkelijkheid in dat land. Daarom moet je heel veel dingen uitleggen. De passages in het boek waarin ik moet vertellen hoe de apartheid in elkaar zat, wie Verwoerd was, komen bij een Zuid-Afrikaanse lezer naïef over. Zoiets zou ik in een Zuid-Afrikaanse publicatie weglaten. De personen die in de dagboekfragmenten voorkomen, kunnen Nederlandse lezers duidelijk maken wat een Kaapse kleurling is. Ook dat weet men nauwelijks. Je moet nog steeds uitleggen dat meer dan de helft van de sprekers van het Afrikaans “bruin” zijn.’
HET DRAAIT in Een mond vol glas om landverhuizers, buitenstaanders in Afrika: de auteur, Tsafendas, Verwoerd. Juist de problemen die Tsafendas met zijn identiteit had, maakten hem voor de schrijver uitermate fascinerend. Van Woerden: 'En vanwege de verwarring die ontstaat als je verschillende talen spreekt, als je niet precies weet bij welk land je hoort, als je al zwervend probeert je Zuid-Afrikaanse achtergrond kwijt te raken en dan toch tot de ontdekking komt dat het iets is waaraan je niet kunt ontsnappen, iets wat niet uit je herinnering weg te drukken is. Tsafendas heeft niet zo veel tijd in Zuidelijk Afrika doorgebracht. Maar hij beschouwde dat gebied, waartoe ook Zuid-Afrika behoort, absoluut als zijn moederland. Hij voelde zich geen Griek, geen Amerikaan, geen Brit, geen Duitser. Hij was Zuid-Afrikaan in de breedste zin van het woord. Hij was getrouwd met het landschap, de hitte, met de manier van omgaan met elkaar. Net als ik.’
De verwarring over zijn identiteit eiste bij Tsafendas zijn tol. Dat ze hem 'schizofreen’ noemden - een gek met een mes - was niet helemaal uit de lucht gegrepen. Van Woerden: 'Hij was ongetwijfeld schizofreen, maar in een land als Nederland zou hij niet gedwongen zijn opgenomen. Telkens wanneer zijn ziekte toesloeg, heeft hij zichzelf vrijwillig laten opnemen. En nadat hij medicatie had gekregen, ging het weer beter met hem. Het aantal keren dat hij werd opgenomen, was gering. Hij was wel gestoord, maar minder ernstig dan men deed voorkomen. Meestal functioneerde hij gewoon.’
IN ZUID-AFRIKA en in de landen waar Tsafendas doorheen zwierf, namen de mensen met wie hij in contact kwam, zijn politieke standpunten nauwelijks serieus. Bij de Zuid-Afrikaanse politie lag dat anders. Tsafendas was vanaf zijn achttiende al gebrandmerkt als communist en kleurling. En in de gespannen politieke situatie van de jaren zestig trachtten politie en justitie Tsafendas zo snel mogelijk op te pakken voor politieke moord. Van Woerden: 'Als het om een politieke moord zou gaan waarin een “quarter negro” (zoals de Amerikanen Tsafendas typeerden) Verwoerd had neergestoken vanwege de rassenwetten, had zwart Zuid-Afrika er hoop uit kunnen putten. Voor hen zou de moord een verzetsdaad hebben kunnen betekenen.’
Was de moord dan een zuivere daad van politiek verzet? 'Nee, het was een zeer persoonlijke daad waar politieke aspecten aan kleefden. Ik denk dat Tsafendas zeker politiek gemotiveerd was, maar dat was bij hem altijd afhankelijk van de stemming waarin hij verkeerde. “He bore a grudge” - dat staat buiten kijf. Hij had een hekel aan Verwoerd, gek genoeg omdat die een immigrant was. Verwoerd die al die apartheidswetten implementeerde, hoorde volgens Tsafendas niet thuis in Afrika. Niet op de manier waarop Tsafendas er thuishoorde door zijn bloedband met zijn moeder. Hij had een hekel aan de rassenwetten, vooral aan de immoraliteitswetgeving. En hij was zich, denk ik, toch goed bewust van het feit dat hij erg - hoe zeg je dat? - “omgekrap” was. Dat hij in de war was. Want hij onderzocht zelf zijn eigen ziekte; hij besefte voor een deel dat zijn verwarring veroorzaakt werd door de situatie in Zuid-Afrika. Hij werd nergens geaccepteerd; hij werd als een blanke gezien, maar hij had toch een zwarte achtergrond. Kleurlingen accepteerden hem niet, omdat ze bang waren dat ze onder de rassenwetten niet met hem om mochten gaan. Dat hele complex van kleine apartheid, daar was hij duidelijk een slachtoffer van. Hij ervoer een mate van verwarring die veel kleurlingen voelden: niet bij zwart horen, niet bij wit horen, nergens bij horen. Dat vind ik overigens nog steeds een kenmerk van de kleurlingen-identiteit. Voor velen van hen is die verwarring nog niet achter de rug. Het wordt te snel vergeten wat de rassenwetten, wat de rassenmentaliteit, vooral de kleurlingen hebben aangedaan.’
ZOALS JE TSAFENDAS de wandelende Griek zou kunnen noemen, zegt Van Woerden, zo zou je de Afrikaner-stam als de wandelende Hollanders kunnen bestempelen. Voor de schrijver heeft de geschiedenis van Tsafendas een symbolische betekenis. 'Niet zwart, niet blank. Wat ben je dan wel? De manier waarop Tsafendas heeft rondgezworven, dat gevoel van ontheemding, dat zou voor de Afrikaner-stam kunnen staan. Dat gevoel heeft Tsafendas tot moord gedreven. Helaas heeft de geschiedenis bewezen dat de Afrikaners, gezien als stam, daar ook toe in staat waren - gedreven door ongeveer hetzelfde gevoel van ontheemding, van niet geaccepteerd worden, van minderwaardigheid. Zij hebben hetzelfde gevoel van tijdloosheid, het gevoel dat ze ergens hun stempel op willen drukken.
De rabiate manier waarop de Afrikaner-nationalisten aan de macht vasthielden, de excessen die dat heeft veroorzaakt - het is begrijpelijk, het is allemaal ergens op terug te voeren. Demitrios is zijn leven lang als een minderwaardig schepsel behandeld. En hij beschouwde zichzelf als minderwaardig, omdat hij niet wist wat hij met zijn zwarte achtergrond moest doen.
De syndromen zijn weliswaar vergelijkbaar, maar ik pretendeer niet met Een mond vol glas een analyse te geven van de Zuid-Afrikaanse geschiedenis. Het boek is een schets, een aanzet voor wat een keer zou moeten worden beschouwd als de geschiedenis van een ziektebeeld. Dat Zuid-Afrika al die jaren ziek is geweest, daar mogen wij van uitgaan. Wat is apartheid anders dan een waan? Maar ik stel verder geen diagnose. Ik werk met verbeelding. Ik ging op gevoel met zijn verhaal verder omdat ik aanvoelde dat een portret van zijn leven en van zijn ziektebeeld iets zou kunnen betekenen.’
IN HET BOEK wordt uitgebreid beschreven hoe Van Woerden Tsafendas in een beruchte psychiatrische inrichting bezoekt. Toen hij hem voor het laatst zag, gaf Tsafendas aan dat hij spijt had van zijn daad. Dat verraste Van Woerden niet. Tsafendas zit al dertig jaar lang in de gevangenis, en mishandeling is niet uitgebleven. Van Woerden meent dat Tsafendas’ spijt een 'soort Pavlov-reactie’ daarop is. Volgens hem was Tsafendas eerder heimelijk trots op de moord. 'Het druist in tegen ieder medemenselijk gevoel, maar hij heeft letterlijk een daad gesteld.’
Held? Miskend verzetstrijder? Geen van beiden, als het aan het ANC ligt. Van Woerden: 'Ze weten niets van hem, net als de rest van Zuid-Afrika. Niemand heeft zich ooit in hem verdiept, hij interesseert niemand. Volgens de maatstaven die in Zuid-Afrika gehanteerd worden, is Tsafendas een held, maar het ANC zal dit officieel niet bevestigen. Zijn motieven waren persoonlijk, maar tegelijk ook weer erg politiek. In Zuid-Afrika kun je die twee dingen niet scheiden.
Ik klaag veel dat Nederlanders niets van Zuid-Afrika begrijpen, maar veel Zuid-Afrikanen begrijpen het land ook niet: de complexiteit van dat tijdsbeeld, van hoe diep het land in een verwarrende en schizofrene geschiedenis geworteld is. Als we ons afvragen waarom er nu zo veel geweld wordt gepleegd na de bevrijding… op die vraag heb ik een antwoord willen geven. Het is toch een halve burgeroorlog die daar is losgebarsten. Iedereen verwachtte dat het geweld minder zou worden. Waarom is dat niet zo? Het heeft diepe psychische oorzaken. Je kunt niet van de ene op de andere dag verwachten dat het land zich herstelt. Het heeft geleden aan een syndroom, en het genezingsproces zal langer duren dan die paar jaar die wij het tot nog toe hebben gegeven.’