‘The Friend’, Sigrid Nunez

Apollo

De beste vriend van een schrijfster overlijdt: zelfmoord. Hij was een charmeur, een womanizer, een man wiens reputatie in de literaire wereld steeds verder groeide, hij had net een Deense dog gekocht, was aan zijn derde huwelijk begonnen. Ze kan het niet geloven. Zijn vrouw nodigt haar uit op de koffie. Ze is bezorgd, want vrouw nummer drie en zij hebben een meer haat- dan liefde-relatie. Vrouw nummer drie is keurig beleefd, small talk, en dan zegt ze ineens waarom ze haar heeft uitgenodigd: ‘It’s about the dog.’

Ze neemt de te grote hond in haar te kleine appartement. In zijn grote droevige hondenogen ziet ze de rouw die ze zelf voelt. Elk keer als er iemand aan de deur staat, springt de hond op in de hoop dat het zijn baasje is. Hij wacht op iets wat niet meer kan komen. De hond heet Apollo en is majestueus. Als ze met hem over straat loopt roepen mensen: ‘Probeer eens op zijn rug te zitten!’ Een vrouw op een zebrapad zegt: ‘Wow, je hond, hij is zo sexy!’ en ze voelt zich jaloers, op een manier die ze niet helemaal begrijpt.

Als lezer begrijp je het misschien wel. Ze zal het nooit durven toegeven, want de overleden schrijver was – op één nacht na – niets meer dan een vriend, maar haar psychiater heeft meer dan eens gesuggereerd dat zijn aanwezigheid in haar leven ervoor zorgt dat ze nooit een lange relatie heeft. Met Apollo is ze alsof ze hem in huis haalt, met hem een relatie aangaat. Hij krijgt alle aandacht, bepaalt wat ze doen en wanneer, negeert haar tijden aaneen, klimt ’s nachts bij haar in bed en drukt haar half weg.

Veel dierenboeken hebben een parabel-achtig karakter. The Friend ook – Apollo geeft haar een manier om naar een menselijke relatie te kijken – en Sigrid Nunez kan heerlijk precies over de hond schrijven; zijn vacht, zijn adem, hoe zijn neus aanvoelt, de wandelingen die ze maken. Ze heeft de ene vriend verloren en de andere ervoor in de plaats gekregen; je kunt je afvragen of ze nu niet een veel betere deal heeft gekregen.