TELEVISIE: Benali boekt

Appelboor

Voor goede televisie over boeken had je Gomperts, Van Dis en Zeeman en heb je Brands. Legio zijn de andere pogingen om iets met letteren te doen, van erbarmelijk tot aardig. Benali boekt behoort tot de laatste categorie, letterlijk en figuurlijk. Wie geboekt wordt door Abdelkader krijgt een dienstbare, innemende collega over de vloer.

Ingewikkeld wordt het niet met het oog op breed publieksbereik. Dus weinig analyse van boek en schrijven en veel ‘human interest’ en relatie tussen fictie en ‘waar gebeurd’. In de nieuwe reeks van zijn programma stelt Benali zes klassiekers aan de orde die nog of weer actuele betekenis zouden hebben. Twee van dode meesters (Bordewijks Bint en De zaak 40/61 van Mulisch). Plus Een hart van steen van Renate Dorrestein; Opwaaiende zomerjurken (Oek de Jong); Jan Rap en z’n maat (Yvonne Keuls); Boven is het stil (Gerbrand Bakker).

Dorrestein en Keuls kreeg ik te zien. Literair niet mijn eerste keus, maar doet dat ertoe als het om hun maatschappelijk belang gaat? Hart van steen blijkt geïnspireerd door een gezins­tragedie waarbij ouders hun drie kinderen ombrachten en een mislukte poging tot zelf­doding deden. Renate en Abdelkader ontmoeten elkaar voor de plaats delict, doorzonwoning in Hoofddorp van het type waarin ‘half Nederland woont’ en de ‘toekomst der natie opgroeit’. Waar je dus zou verwachten dat het veilig was, wat vaak niet het geval is. Zoals in het verwante Amstelveense huis van Renate’s jeugd, waar we haar oudere zuster ontmoeten. Slecht huwelijk, postnatale depressie van moeder na geboorte van het vierde kind, jongste zus die als twintigjarige van een flat sprong. Dat verleden maakt Renate mede tot de schrijfster die ze is en het boek tot roman en aanklacht ineen tegen de gruwel binnen vijftig- tot honderdduizend gezinnen die ‘concentratiekampkinderen’ oplevert. Nieuw is dat niet, actueel altijd en oprecht de woede. Dat geen boek, film of tv-programma aan dat verschijnsel iets verandert, maakt de urgentie niet minder: het moet steeds weer verteld. Maar dat we Abdelkader vrolijk een appelboor zien kopen omdat de romanmoeder die bij haar baby vaginaal naar binnen drijft – dat behoort tot de categorie slechte programma-ideeën.

Jan Rap is een klassieker, bekend ver buiten lands- en lezersgrenzen door toneelbewerkingen en speelfilm. ‘De taal van de straat denderde de literatuur binnen’, zegt Benali. Keuls, Haagse dame, succesvol bewerker van romans tot tv-drama, gooide in 1973 het roer om en ging werken in een tehuis voor zwerfkinderen. Slachtoffers uit Dorresteins gezinskampen, maar dan ouder en weggelopen. Het project mislukte maar vormde de basis voor een bestseller. Keuls haalt ter plekke herinneringen op aan onorthodoxe methoden (flessen laten stukgooien om woede en frustratie af te reageren; net zo vaak en lang naast een onbenaderbaar meisje in bed kruipen tot het pantser barstte – nu zou je daarvoor ontslagen, zo niet vervolgd worden, stelt ze vast). Recente documentaires over penitentiaire jeugdinrichtingen laten ook hier zien hoe actueel want onoplosbaar die jongerenproblematiek is, of die nou door naïeve idealisten of geschoolde hulpverleners te lijf wordt gegaan. Maar dat de agressiefste van de meiden, die alle reden had geen mens te vertrouwen, vriendin voor het leven werd en zelf een wegloophuis voor Marokkaanse vrouwen begon – het mag met literatuur niets van doen hebben, raken doet het. En ja, soms helpt hulp. Meer dan vroeger bewonder ik Keuls, wonderschone tijgerbejaarde. Die als twaalfjarige haar ‘verwende Indische moeder’ door de hongerwinter sleepte. Die probleemkinderen ook thuis opving. En die, net als talloze anonieme jeugdhulpverleners, behoort tot de onmisbare rechtvaardigen, literatuur of niet.

Benali boekt. NTR, zes afleveringen, zondags vanaf 3 maart, Nederland 2, 18.50 uur. Achtereenvolgens Dorrestein, De Jong, Keuls, Bordewijk, Mulisch, Bakker