Sport

Applaus

Vorige week kreeg Erik Nevland van FC Groningen een applauswissel. Een spelerswissel, even voor het einde van de wedstrijd, die hem de kans gaf alleen en in z’n eentje het applaus in ontvangst te nemen dat hem volgens zijn trainer toekwam. Voor bewezen diensten, diensten die hij die middag bewees aan FC Groningen, dat mede door Nevlands acties won van Feyenoord.

Dankbaar nam Nevland het applaus in ontvangst, dat gul werd geschonken door de Groningen-aanhang. Nevland had goed gespeeld, één doelpunt gemaakt en de hele wedstrijd lang zijn uiterste best gedaan. Dat hij een stuk of zes, zeven goede kansen miste, mocht de pret niet drukken. Dat maakte het applaus er niet minder op.

Nevland is een goede vent. (In een interviewtje na de wedstrijd zei hij nota bene: «Dat is een hypothetische vraag», een tekst die een voetballer die wél in Nederland is geboren en daar al zijn hele leven woont en praat gewoonlijk niet uit zijn bek krijgt.) Maar zo’n applauswissel is wel een erg serieus ding, een nogal groot middel, dat misschien niet helemaal in verhouding was met Nevlands vertoonde hoogstandjes.

Proporties, daar gaat het om. Het applaus, de waardering, moet in een zekere verhouding staan tot de prestatie. En de prestatie van Nevland die dag was goed, maar niet meer dan dat. Hij leek zelf ook enigszins verbaasd.

De applauswissel is een mooie uitvinding. Indien toegepast op het juiste moment en op de juiste plaats is het een mooi instrument om te tonen dat iemand goed heeft gepresteerd, ja beter dan de anderen. Om waardering te laten blijken.

Maar niet te veel. Je moet het doseren.

We zien hier een inflatie van de waardering. Wat betekent een applaus nog als je het overal voor krijgt? Wanneer ontvang je écht een blijk van échte waardering?

Toen Dirk Kuyt even terugkwam uit Liverpool, waar hij voortaan zal voetballen, om in de Kuip afscheid te nemen van zijn publiek, de trouwe Feyenoord-kameraden, waren er in het stadion geen handdoeken genoeg om alle tranen op te vangen die op de tribune werden geplengd. Met tuiten werden ze gehuild door de supporters. Omdat Kuyt naar een andere club ging. « Dirk, ga niet weg…» snikte een jonge vrouw. Haar man moest iets wegslikken (broodje frikandelsnackburger?). Er liep een rilling door de Kuip. Van emotie.

Toeschouwers hebben na de wedstrijd rauwe handen van het klappen. Ze hebben zoveel moois gezien. Binnenkort krijgen we een applauswissel na elk doelpunt. Staan we op de banken voor een leuke ingooi.

Tijdens de persconferentie voor de wedstrijd zegt trainer 1: «We zullen ons voor 100, nee 110 procent inzetten.» Trainer 2: «Maar wij zijn 120 procent gemotiveerd.» Trainer 1: «De beleving bij ons is op het moment 130 procent, dus dat zit wel goed.» Trainer 2: «Aangezien de selectie 140 procent fit is, zullen wij gaan winnen.»

Inflatie. Er is geen grens. Applaus. Applauzer. Applaust.

Heeft Johan Cruijff ooit een applauswissel gekregen?

Grenzen verschuiven, of vervagen. En de getoonde waardering raakt buiten proportie. Misschien hebben we meer dan ooit behoefte aan helden. Aan dingen en mensen die beter, mooier zijn dan de rest. Misschien kunnen we geen onderscheid meer maken tussen gewoon en niet-gewoon, tussen redelijk en goed, tussen doods en groots. Misschien vervelen we ons wel zo dat we door te klappen voor van alles de schijn ophouden, voor onszelf en voor anderen, dat ere heus wel iets aan is, aan alles.