Menno Hurenkamp

Applaus van de ME

De essentie van onderwijs is dat het je verandert. Werken, om eens wat anders te noemen, doet dat niet per se. Je bakt een brood of verhandelt een pak aandelen en ’s avonds ga je naar huis als dezelfde man die ’s ochtends aan de slag ging. Maar wanneer je luistert naar wat anderen zeggen en je bergt dat in je eigen woorden duurzaam op in je hoofd, dan word je iemand anders. Daarmee ben je een prooi voor de politiek, die dól is op mensen veranderen, liefst verbeteren. Over de maatschappelijke rol van werk, de huishouding, de natuur of het casino hebben partijen soms ook opvattingen, maar onderwijs is al eeuwenlang het universeel schootsveld van de politiek.

De gevolgen zijn ernaar. Er is in de Tweede Kamer nu een parlementaire onderzoekscommissie onderwijsvernieuwing aan het werk. Deze is tot stand gekomen nadat de ergernis over de basisvorming, de tweede fase en nog wat ‘vernieuwingen’ de pan uit rezen. De hoorzittingen zijn getoonzet in rust-groot: we gaan de komende jaren niks meer ‘vernieuwen’, we geven het onderwijs eindelijk de tijd om tot bedaren te komen, na de middenschool die mislukt is, en het vmbo dat mislukt is, en het studiehuis dat mislukt is. We gaan eens een paar jaar níks doen aan het onderwijs. Daar bestaat partijoverstijgende en door de media driftig aangewakkerde eensgezindheid over, dat er maar eens flink gesudderd moet worden in het onderwijs, dat de politiek haar handen af moet houden van het onderwijs, dat het afgelopen moet zijn met de veranderingen. Straks een mooi rapport (titel natuurlijk iets waterigs als: ‘Niet vechten tegen het tij’, ‘Ingedamde vernieuwingsdrift’), waarin de onderzoekscommissie deze nieuwe bescheidenheid actief belijdt, en dan maar sudderen daar in die klassen.

Read my lips, zei president Bush de oudere, no more taxes. De afloop is bekend: hij verhoogde de belastingen binnen zes maanden.

Het onderwijs is te aantrekkelijk om met rust te laten. Nog terwijl de onderzoekscommissie haar best doet, stapelen de nieuwe plannen zich weer op. Laten we bescheiden zijn met verwachtingen van het onderwijsbeleid, stelt socioloog Jaap Dronkers in zijn recent verschenen mooie boze boekje Ruggengraat van ongelijkheid. Om vervolgens tamelijk onbescheiden te stellen dat wat pas écht zou helpen om ook de kinderen uit sociaal zwakkere milieus verder op de scholingsladder te brengen, is: ouders beter leren opvoeden en verhinderen dat ze zomaar scheiden wanneer ze kinderen hebben. Opdat die kinderen meer succes op school hebben. Laten we bescheiden zijn met ideeën over een nationale identiteit wanneer we nieuwkomers willen laten meedoen in Nederland, stelde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid onlangs in een advies over integratie. Om vervolgens vast te stellen dat de ‘functionele’ identificatie die nodig is voordat mensen zich ‘emotioneel’ met elkaar identificeren toch vooral verloopt via het onderwijs. Opdat zwarte en witte kinderen elkaar aardig vinden. En nu laat ik de snel in aanhang groeiende modieuze opvatting buiten beschouwing dat álle leraren als die zo toegewijde Theo Thijssen moeten worden. Er worden al weer zo veel aanpassingen voorgesteld dat het niet anders kan of het departement van Onderwijs gaat nog volgend jaar weer door de knieën.

Erg? Dronkers stelt: in ruim een halve eeuw is in Nederland zo’n beetje de hele bevolking geschoold, doe het eens na. De klapjes die de ME nu uitdeelt aan wat lastige leerlingen, het is niet meer dan applaus voor zo’n prestatie.