De VVD duldt geen debat

Applausmachine voor oneliners

Al jaren wordt interne kritiek binnen de VVD op quasi-nonchalante toon gesmoord. Bij diverse partijprominenten valt dit niet goed, sommigen vertrekken. Dit moet anders, vindt bijvoorbeeld Hans Wiegel. ‘En anders stapt de top maar op.’

Premier Mark Rutte (links) en fractievoorzitter Klaas Dijkhoff (rechts) tijdens het VVD-festival. Arnhem, 25 mei 2018 © Maarten Hartman / HH

In het parlementsgebouw was ooit een ruimte waarin je álles mocht zeggen. Er hingen cartoons van Gregorius Nekschot die wegens provocerende anti-islamtekeningen door tien man werd gearresteerd. Er was werk van oud-hoofdredacteur Jaffe Vink van Opinio, het blad dat kopje onder ging tijdens een kostbare bodemprocedure die premier Jan-Peter Balkenende (cda) aanspande. En natuurlijk hingen er posters van Theo van Gogh, om zijn mening vermoord door een terrorist.

Dit vertrek heette de Vrijdenkersruimte, een plek (of beter gezegd een loze ruimte voor de persvoorlichting van de vvd) waar iedereen een bak koffie kon drinken en een goed gesprek kon voeren, of je nu van de vvd was of niet. ‘Het is een feestelijke dag, geboren uit een treurige geschiedenis’, sprak Mark Rutte tijdens de opening in juli 2008. ‘Treurig, omdat een van de kernwaarden van onze samenleving, de vrijheid van meningsuiting, onder druk staat.’

‘Wie vrij kan denken en vrij kan spreken is een vrij mens’, aldus de oppositieleider destijds. De woorden staan in schril contrast met de ijzeren tucht die nu, elf jaar later, in de vvd te vinden is. Sinds Rutte in 2010 naar het Torentje verhuisde is de vrijheid van fractieleden en partijleden vooral beknot. De Vrijdenkersruimte, een gezamenlijk idealistisch initiatief van pvv en vvd, werd stilletjes ontmanteld.

‘Het succes werkt verslavend, maar is een valkuil omdat de top zich alleen nog maar daarop richt’, zegt burgemeester Don Bijl van Purmerend. Vijftig jaar lang was hij vol overtuiging lid van de vvd, in januari zegde hij zijn partijlidmaatschap op. Hij voelde zich, zo liet hij in een schriftelijke verklaring weten, niet langer thuis bij de liberale partij waar ‘elke visie ontbreekt’. ‘Pragmatisme, marktwerking en individualisering zijn de huidige kernwoorden.’

Een maand na de schriftelijke opzegging vertelt Bijl dat zijn vertrek hem niet in dank is afgenomen door hooggeplaatste partijgenoten. ‘Ze bekijken me nu alsof ik deloyaal ben aan de vvd. Maar mijn vertrek betekent niet dat ik niets meer goed vind aan de club.’ Toch zag hij zich genoodzaakt zijn lidmaatschap op te zeggen. ‘Het lukte me niet om fatsoenlijk een debat te voeren zonder dat het loyaliteitsvraagstuk meteen op tafel lag.’ Bijl wenst de partij nog steeds het beste toe. ‘Ik hoop dat de vrijheid van denken weer terugkeert.’

Hij staat niet alleen. Eind vorig jaar zegde Marco Out, burgemeester van Assen en al 25 jaar lid van de vvd, zijn lidmaatschap op omdat hij zich ‘ongemakkelijk’ voelde. In een verklaring noemde hij onder meer het wijkenplan (criminaliteit in de probleemwijken dubbel straffen) van fractieleider Klaas Dijkhoff als reden. Maar ook het plan om zichtbare demonstraties te verbieden bij sinterklaasintochten schoot hem in het verkeerde keelgat. ‘Het was de nadruk op persoonlijke vrijheid die mij lang geleden bij de vvd bracht’, schreef hij in november in een verklaring. ‘Vanuit dit perspectief is een uitspraak die de beperking van demonstratierechten suggereert voor mij de spreekwoordelijke druppel. Zo ver weg van de mooie woorden van Evelyn Beatrice Hall: I disapprove of what you say, but I will defend to the death your right to say it.’

Het past naadloos in het rijtje vvd’ers die kritiek uiten nádat ze weg zijn. Ybeltje Berckmoes hield zes jaar als Kamerlid haar mond, maar schreef na haar vertrek het afscheidsboek Voorlichting loopt met u mee tot het ravijn. Kern van haar boodschap: een door de macht verblinde partij. Haar collega Ton Elias meldde in een interview met de Volkskrant dat zijn liberale partij ‘gebukt ging onder een ja-en-amen-cultuur’ en ‘ten prooi was gevallen aan controledwang’. Dit zei hij toen hij geen plek kreeg op de nieuwe lijst.

Door de partij wordt de kritiek weg gespind als rancuneuze beschimpingen van (oud-)politici die hun zin niet kregen. Waarom deden ze niet eerder hun mond open? Partijvoorzitter Christianne van der Wal nodigde Bijl nadat hij opzegde uit voor een kopje koffie. Dat sloeg hij af. ‘Jammer, want over dit soort dingen moet je met elkaar kunnen praten’, zei ze in de krant. De vvd wil zich immers graag voordoen als debatpartij. Of zoals haar omstreden voorganger Henry Keizer het bij zijn aantreden in 2014 verwoordde: ‘Een partij zonder debat is als saté zonder saus. Het kan wel, maar het is niet zo lekker.’

Lekker of juist niet, openlijke gedachtewisselingen zijn al jaren een zeldzaamheid binnen de vvd. En het zijn al lang niet meer alleen de vertrekkers die dit vinden. ‘Er moet voldoende ruimte zijn voor een debat’, zegt vvd-prominent Johan Remkes, oud-commissaris van de koning van Noord-Holland. ‘Ik merk er bij de vvd momenteel weinig van.’

Hij pleit voor een ‘gezonde dosis zelfreflectie’. ‘De partijtop zou af en toe eens in de spiegel moeten kijken en intern wat meer tegenspraak moeten organiseren. Dat is nooit makkelijk, maar het móet nu echt gebeuren.’ Ed Nijpels, een andere partijbons, beaamt dit. ‘De kiezer houdt niet van een verdeelde partij, zeggen ze in de top. Toch zou ik wel voorstander zijn van een goed debat binnen de vvd.’

Het zijn voorzichtige maar voor de kenner opmerkelijk rebelse geluiden voor een partij die – na een bloedige leiderschapsstrijd tussen Mark Rutte en Rita Verdonk in 2006 – de gelederen gesloten houdt. Iedere liberaal weet dat die veldslag bijna het einde betekende van de partij en sindsdien is het devies van de leiding: laten we elkaar vooral niet het leven zuur maken. Dat laatste gaat gepaard met een flinke dosis controle van bovenaf.

Natuurlijk zijn er uitzonderingen. Frits Bolkestein, de éminence grise van de partij, had stevige kritiek op de kabinetssteun voor het Pact van Marrakesh. Hij uitte zijn zorgen aan Rutte en dat zou volgens EenVandaag hebben geleid tot een ruzie. Bolkestein wilde er niet op ingaan, maar bevestigde het dispuut en zei dat het ‘niet leuk’ was. En er is erelid Hans Wiegel die soms een kritische noot kraakt in zijn Telegraaf-column. Zo ergerde hij zich vorig najaar nogal aan de grote hoeveelheid proefballonnen van de nieuwe fractieleider. Klaas Dijkhoff reageerde op zijn bekende, zogenaamd achteloze manier in talkshow Pauw. ‘Een jaar geleden was nog de grootste waarschuwing: zorg dat je niet te flets bent, als alleen maar de bedrijfspoedel van de coalitie.’

Alle kritiek verstomt in quasi-nonchalance. Wiegel is, zegt hij nu met een bulderende lach, niet het type om zich zorgen te maken. Maar als het lachen stopt, is hij duidelijk. ‘Nu komt alles uit de top en die vindt het vervelend als er iets gebeurt. Daar wordt dan maar niet over gesproken.’ Vrij vertaald: al het debat wordt in de kiem gesmoord. ‘Die tendens is echt niet goed. Sta open voor andere geluiden.’

Als recent voorbeeld noemt hij Ankie Broekers-Knol (72), de ‘zeer gewaardeerde’ voorzitter van de Eerste Kamer die in aanloop naar de Provinciale-Statenverkiezingen van de vvd-lijst ‘is afgevoerd’. Een aantal andere ereleden, zoals minister van Staat Frits Korthals Altes, kwam in opstand. Ze schreven een brief en dronken koffie op het partijbureau aan de Mauritskade in Den Haag. Tevergeefs. Wiegel: ‘Dan zegt zo’n voorzitter: “We moeten vernieuwen!” Wat een flauwekul zeg. Kijk, als Ankie Broekers-Knol nou niet meer goed bij haar hoofd was, maar ze is nota bene full swing en zeer geliefd in de Eerste Kamer.’

‘Het gaat niet goed binnen de vvd’, zegt Wiegel. Dat twee burgemeesters hun lidmaatschap opzegden noemt hij een zeldzaamheid. Hij hekelt het gebrek aan debat in zijn partij. ‘De stand van zaken is zodanig’, zegt hij dreigend, ‘dat de top zich echt moet realiseren dat het anders moet. En anders moet de top maar opstappen.’

Fractievoorzitter Klaas Dijkhoff tijdens het VVD-festival. Arnhem, 25 mei 2018 © Maarten Hartman / HH

Burgemeester Koen Schuiling van Den Helder probeerde in januari via een open brief in NRC Handelsblad het debat te openen. Hij noemde de integriteitskwesties. ‘Deze reeks is het gevolg van een blinde vlek en een gebrek aan moreel besef bij mensen die de top van de partij hebben kunnen bereiken.’ Hij noemde de datsja-leugen van oud-fractieleider Halbe Zijlsta en het ‘geklungel’ rondom de dividendbelasting. ‘Ernstige missers leiden niet tot bezinning, maar worden in het ergste geval met een relativerende grap afgedaan.’ En hij noemde het ‘populistische toontje’ dat de partij zich eigen heeft gemaakt. ‘Steeds meer liberalen stellen de vraag of het besef bij de vvd-top leeft dat juist liberale waarden een dam opwerpen tegen onveiligheid en intolerantie.’ Schuiling ís lid, wil de discussie intern voeren. Hij mist de liberale waarden en, net als de rest, de persoonlijke vrijheden waar de vvd voor zou staan. ‘Er moet drastisch iets veranderen’, was zijn oproep. Het blijft vooral stil in de partij. Net zoals alle andere kritiek steeds op droge aarde valt.

‘De partijtop zou af en toe eens in de spiegel moeten kijken en intern meer tegenspraak organiseren. Dat is nooit makkelijk, maar het móet gebeuren’

Wat is er aan de hand met de vvd, die bekend stond om haar welbespraakte, dwarse partijbaronnen die nu en dan de partijtop ter verantwoording riepen? Het simpele antwoord: die machtige mannen en vrouwen uit de regio bestaan niet meer. Hun macht verdampte langzaam sinds 2010. Toen maakte Mark Rutte de vvd voor het eerst in de geschiedenis de grootste partij van Nederland. Sindsdien verschoof de macht steeds meer naar de partijtop in Den Haag. ‘Eendracht boven alles’, werd het interne motto op de dag dat Rutte de eerste liberale premier werd sinds Cort van der Linden (1913-1918).

In NRC Handelsblad vertelde Henri Kruithof, voormalig spindoctor, in 2015 hoe zijn opdracht luidde in 2010. ‘De vvd-fractie, gezien de fragiele gedoogcoalitie met de pvv, aan een strak regime onderwerpen.’ Kamerleden mochten alleen praten met journalisten als de dienst voorlichting toestemming had gegeven. ‘Dit heeft wonden geslagen die nog steeds zeuren’, bekende hij. De voorlichter die de gekozen volksvertegenwoordiger dicteert, zal volgens hem niet meer verdwijnen. ‘Soms hoor je dat politiek steeds meer beeldvorming is, dat lijkt me achterhaald. Politiek is alleen nog beeldvorming.’

Het Algemeen Dagblad beschreef in november 2016 hoe fractiediscipline er bij de vvd uitziet. ‘Ieder perscontact van een Kamerlid wordt bijgewoond door iemand uit het uitgebreide voorlichtingsapparaat. Dat leidt er zelfs toe dat er Kamerleden zijn die na zeven jaar nog steeds geen achtergrondgesprek aandurven met een journalist. Ze moeten allemaal langs trainer Bas Mouton, auteur van het boek Magie in al je communicatie. Hij leert vvd-Kamerleden allemaal op dezelfde manier spreken.’

De Haagse controledwang breidde zich uit over het land na het zogeheten zorgpremie-oproer eind 2012. De liberale achterban toonde zich woest over de inkomensafhankelijke zorgpremie die opgenomen was in het regeerakkoord van vvd en pvda. Gezinnen, berekenden journalisten, met een inkomen van twee keer modaal zouden er maandelijks ruim vierhonderd euro op achteruit gaan. Terwijl pvda-voorzitter Hans Spekman iets te hard jubelde dat ‘nivelleren een feestje is’, belden duizenden boze leden naar het partijkantoor van de vvd. 41 vvd-Kamerleden tekenden braaf bij het kruisje van het regeerakkoord, maar de achterban bleef zich roeren, gesteund door ereleden als Wiegel en Bolkestein.

Het omstreden plan voor de inkomensafhankelijke zorgpremie verdween uit het regeerakkoord. Maar er werd ook een en ander binnen de partij strakgetrokken. De voorzitters van de Kamercentrales, de partijbaronnen, mochten voortaan alleen nog via de partijvoorlichter spreken, en te kritische ereleden werden tijdens de kabinetsformaties als het even kon buiten de media gehouden.

De lijntjes werden nog strakker toen selfmade miljonair en crematiekoning Henry Keizer in 2014 partijvoorzitter werd. Hij zette het thema integriteit op de agenda (‘het is net als zwanger zijn: je bent het of je bent het niet’) en hij zou zich inzetten voor meer partijdemocratie, al was hij zelf naar voren geschoven door de partijtop die een verkiezing onder leden onmogelijk maakte.

Met die interne democratie ging hij voortvarend aan de slag. De vvd had lokale afdelingen en achttien regionale Kamercentrales (gewesten). Vooral de voorzitters van deze centrales hadden veel macht omdat zij ook in het hoofdbestuur zaten. Dat waren de partijbaronnen. ‘Meestal had je er geen last van’, zegt Wiegel over zijn tijd als partijleider in de jaren zeventig, begin tachtig. ‘Maar als ze kwamen, dan was er echt wat aan de hand.’

Onder Keizer veranderde dat systeem. Hij begon een roadshow en trok door het land om afdelingen te overtuigen in te stemmen met hun eigen fusies. De zakenman had ervaring met het structureren van bedrijven. Zo schreef hij in 1997 ‘een rapportje’ waarin hij een nieuwe structuur schetste voor de uitvaartonderneming die in handen was van de Koninklijke Vereniging De Facultatieve. ‘Want de beslisstructuren waren vreselijk ingewikkeld, met al die crematoria en adviesraden’, zei hij in 2017 tegen Follow the Money, het onderzoeksplatform dat ontdekte dat Keizer op een dubieuze manier miljonair was geworden. Hij kocht in 2012 met drie compagnons het florerende uitvaartbedrijf, ter waarde van ruim 34 miljoen euro, voor slechts 12,5 miljoen euro. Ze betaalden maar 30.000 euro, want twaalf miljoen euro zou betaald worden met het dividend dat voor de leden van de vereniging was bedoeld. 470.000 euro leenden ze.

Een wonderlijke deal, maar Keizer weet te overtuigen, zo bleek ook in 2015 tijdens zijn roadshow. Peter de Koning, de huidige burgemeester van Gennep, sprak over ‘doordrukken’. Hij was voorzitter van de Kamercentrale Limburg en was tegen de herstructurering van de partij. ‘In drie maanden gebeurde het.’ Keizer beloofde goed naar Limburg te kijken. ‘Maar toen het congres eenmaal had ingestemd, werd er niets meer bekeken.’ Eind november stemde tachtig procent van het congres voor verandering.

Het lijkt erop dat de leden pas na de stemming beseften waarmee ze hadden ingestemd. De ingewikkelde beslisstructuren van de vvd, ook een vereniging, zijn onder leiding van Keizer weggepoetst. Limburg verdween, net als de zeventien andere Kamercentrales die zijn opgegaan in zes regio’s en één internationale ‘regio’. De macht van de partijbaronnen is gebroken. Lokaal voelen leden zich ontheemd, van de 371 afdelingen zijn er nu 175 over.

Over Keizer wil niemand on the record praten. Maar hij was machtig binnen de partij, hij was vertrouweling van Rutte en loste zaken voor hem op. Keizer maakte de controledwang binnen de partij mogelijk, al was dat onzichtbaar.

Prominenten als Nijpels, Remkes en Wiegel tonen zich geen fan van de herstructurering. ‘Ik snap niet waarom dat is verzonnen’, zegt Wiegel fel. Gemeenten in Limburg en Zeeland hebben niets met elkaar te maken, toch zijn ze opgegaan met Brabant in regio Zuid. Zes regiovoorzitters mogen soms aanschuiven bij het hoofdbestuur in Den Haag. ‘Zes is echt te weinig om te signaleren en om tegen de top op te staan. Waar zijn nu de checks and balances?’

‘Onder het mom van “we moeten een netwerkpartij worden” vond die reorganisatie plaats’, zegt Remkes, verwijzend naar de thematische netwerken (over klimaat, vrouwen, defensie) waar iedereen lid van kan worden. ‘Maar ik vind het niets. Een politieke partij is ook een sociale club. De ontwikkeling is ten koste gegaan van de sociale dimensie, die kleine afdelingen hadden wel degelijk nut.’

Burgemeester en oud-vvd’er Bijl maakte de tijd nog mee dat overal in het land in volle zalen werd gedebatteerd. ‘Over liberale waarden en de vraag waar we voor staan in dit land.’ Hij begrijpt dat de reorganisatie uit 2015 was ingegeven vanuit een dalend aantal leden. ‘Maar ik geloof niet in schaalvergroting, het bedrijfsmatig denken dat je overal ziet. Door afdelingen te fuseren los je het probleem niet op. Sterker, veel mensen hebben het idee dat het er toch niet toe doet. De oneliner regeert. En als je die ter discussie stelt, dan ben je een lastpak. Dan kun je je schikken naar de top of vertrekken.’

De nieuwe partijvoorzitter Christianne van der Wal hamert erop dat ontevreden leden ‘juist het gesprek aan moeten gaan’. Sinds haar aantreden in november 2017 is ze, vertelt ze, continu met leden in gesprek. ‘Ik vind dat alles bespreekbaar moet zijn.’ De brief van burgemeester Schuiling heeft ze wel degelijk serieus genomen, zegt ze. ‘Er stonden absoluut zeer zinnige dingen in.’ Vlak na publicatie nodigde ze alle vvd-burgemeesters uit op het partijkantoor. De meesten kwamen. ‘We hebben anderhalf uur gesproken.’ Daar waren Rutte, Dijkhoff en Annemarie Jorritsma, fractievoorzitter in de Eerste Kamer, bij. ‘Het was een goede sessie. Signalen van betrokken leden moet je serieus nemen. Want we zijn met elkaar de vereniging.’

Dat de herstructurering verre van populair is, erkent Van der Wal volmondig. ‘Uit het hele land komen daar klachten over.’ Zo was ze bij een nieuwjaarsreceptie in Drenthe, dat nu valt onder vvd-regio Noord. ‘Leden zeiden dat ze niet naar bijeenkomsten in Groningen gingen en dat begrijp ik.’ Er is te veel gecentraliseerd en er is te veel macht naar Den Haag gegaan, erkent ze ook. ‘Dat moet anders.’

vvd’er Arno Brok, commissaris van de koning in Friesland, is het land door gegaan, zijn rapport is onlangs naar de leden gestuurd. Na een verzoek kreeg De Groene het rapport van het partijbureau. ‘De signalen vanuit de regio’s zijn verontrustend’, staat erin. Leden vinden de nieuwe regiobesturen onzichtbaar en ‘ervaren geen nestgeur’. Brok dringt daarom aan op snelle verandering, bijvoorbeeld door het installeren van twaalf provincienetwerken. ‘Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald.’ Hij sprak voor zijn evaluatie met vvd’ers en er werden enquêtes ingevuld. Leden vragen volgens hem nu vooral om een ‘niet-hiërarchische wijze van sturing’. Kleine, lokale afdelingen werden onder Keizer verplicht tot samenvoegen. ‘Bij de gesprekken komt naar voren dat nogal wat afdelingen dwang hebben ervaren en liever de zachte hand hadden willen zien.’

‘De huidige koers van de partij is zo kunstmatig, nep, of in ieder geval wars van principes’

Van der Wal zegt ook dat een oplossing van de leden zelf moet komen. ‘Ik vraag hun: wat willen jullie? Want ik wil niet vanuit de top weer een nieuwe structuur opleggen. Top-down zaken regelen is sowieso niet mijn leiderschapsstijl. Ik wil dit stap voor stap met de leden doen.’ Ze hoopt in april of mei de oplossing te presenteren.

Want er moet echt iets gebeuren. De vvd heeft sinds de grote reorganisatie uit 2015, waarbij Keizer een ledengroei beloofde, ruim zesduizend leden verloren. De vvd heeft de meeste Tweede-Kamerzetels (33), maar is met 25.000 leden de achtste partij. Het cda, de pvda en de SP staan in de top-drie, gevolgd door Forum voor Democratie met ruim 30.000 leden. Dat blijkt uit cijfers van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (dnpp) van de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Het maatschappelijk fundament van de vvd blijkt smal’, zegt Gerrit Voerman, historicus en directeur van het dnpp. Ook hij hoort gemor van leden over het gebrek aan debat in de partij. ‘Er is weinig ruimte voor afwijkende standpunten. Het congres is een applausmachine waar niet veel tegengeluid wordt getolereerd.’

Hij noemt het ‘helaas’ een wetmatigheid voor partijen die aan de macht zijn. ‘Het gebeurde bij de pvda en het cda. Zodra een partij de minister-president levert, wordt ze vrij snel risicomijdend. Er mag intern geen verdeeldheid meer zijn en alle gevoelige debatten worden vermeden.’ Er zijn boekenkasten over volgeschreven.

Het laatste rapport Verder na de klap kwam vanuit het cda en werd eind 2010 geschreven door Léon Frissen, toenmalig commissaris van de koningin in Limburg. Hij stelde onder meer dat de partijtop in de laatste jaren onder premier Balkenende het contact met de kiezer was kwijtgeraakt. De leiding verwaarloosde de inhoud en het profiel van het cda, in ‘een versteende cultuur waarbij de nadruk te veel lag op behoud van regeringsmacht’.

Fractievoorzitter Klaas Dijkhoff (links) en Frits Bolkestein (rechts) tijdens VVD-festival. Arnhem, 25 mei 2018 © Maarten Hartman / HH

Mark Rutte had het als oppositieleider tegenover Balkenende gezien. Hij zag de worstelingen van zijn eigen partij die sinds 2002 zoekende was. De vvd gooide alle deuren open, er kwam een liberaal manifest, alle leden konden kiezen voor een voorzitter, hij was zelf onderdeel van een stevige strijd om het leiderschap. Maar inmiddels, na ruim acht jaar premierschap, staat de vvd vooral bekend om een behoorlijke controledrift.

‘Voor mij geldt het cliché dat ik niet de partij heb verlaten, maar de partij mij’, zegt schrijver en volkenrechtjurist Kenneth Manusama. Hij zegde in 2015 zijn lidmaatschap op, maar maakte nog wel zijn werk af bij de Teldersstichting, het wetenschappelijk bureau van de vvd. Onder druk van de pvv zag hij zijn partij een hardere lijn tegen moslims en immigranten trekken. ‘De liberale rechtsstaat kwam ook bij de vvd onder druk en daar heb ik als jurist grote moeite mee.’ De partij wordt volgens hem gedreven vanuit electorale motieven. ‘Dat maakt de huidige koers zo kunstmatig, nep, of in ieder geval wars van principes.’

George Verberg, oud-directeur van de Gasunie, werd op zijn achttiende, nog voor de gloriedagen van Wiegel, lid van de vvd. Begin dit jaar zegde hij op. ‘Het is niet zo dat ik de partij een slecht hart toedraag, maar het werd me allemaal een beetje te veel.’ Hij noemt de integriteitskwesties en het gesteggel rondom de dividendbelasting. Maar ook het beruchte interview van Dijkhoff in De Telegraaf waarin hij afstand nam van het klimaatakkoord en zijn coalitiegenoot Rob Jetten van d66 een ‘klimaatdrammer’ noemde. ‘Al dat gedoe. Ik snap niet waarom de fractie zo’n eigengereide koers moet varen in de hoop dat de achterban er toch wel achteraan loopt.’ Verberg voelt zich ‘niet meer prettig’ bij de partij. ‘Maar goed, ik verander, de vvd ook.’

Gijs Dröge van het themanetwerk Liberaal Groen ziet de partijlijn de afgelopen vier jaar meer zijn kant op komen. ‘Het verwondert me wel dat veel besluiten electoraal worden ingegeven. Kijk naar de dividendbelasting of de versnelde afbouw van de hypotheekrenteaftrek; het zijn geen standpunten die vanuit de partij komen.’ Maar de achterban roert zich ook niet. ‘Daar is de sfeer ook niet naar. De gemiddelde vvd’er is tevreden met een partij die al een tijd aan de macht is en invloed kan uitoefenen.’ De meningen van leden komen in Nederland behoorlijk overeen met de opvatting van de kiezer van een partij, zegt Ruud Koole, politicoloog aan de Universiteit Leiden en oud-voorzitter van de pvda. Sinds 2002, als een reactie op de Fortuyn-revolte, hebben vrijwel alle partijen de leden meer macht gegeven. Door bijvoorbeeld leiderschapsverkiezingen, maar ook door congressen, waar voorheen alleen afgevaardigden mochten stemmen, voor alle leden te openen.

‘Men heeft daarmee een beeld willen vestigen van een transparante, intern democratische partij’, zegt Koole. ‘Maar dat is slechts de formele kant. Daar tegenover staat de ontwikkeling van de laatste jaren waarbij het partijcongres steeds meer verworden is tot een media-event waarbij de partijtop vooral even de leider in de spotlights wil zetten.’ Vroeger werd op een congres soms driekwart van de tijd besteed aan besluitvorming, schat de politicoloog. Een kwart van de tijd werd gevuld met speeches en ‘iets leuks als een jazzbandje’. ‘Dat is nu andersom. Die meet-ups van GroenLinks? Wat wordt daar nou helemaal besloten? De vvd heeft nu festivals. En bij de pvda was er op het congres slechts een half uurtje een discussie. De rest van de tijd waren er speeches van Lodewijk Asscher of Frans Timmermans. De partijen zijn campagnemachines geworden met het congres als sluitstuk.’

Zeker ook bij de vvd. ‘Je moet als voorzitter niet alleen roepen dat je een debatpartij bent, je moet het doen. Dat gaat veel verder dan alleen een bakje koffie drinken, zo’n debat moet je faciliteren. Dat gebeurt nu niet’, aldus Koole.

Voorzitter Van der Wal zegt dat juist met die nieuwe festivals het debat wordt aangezwengeld in de partij. Zo kunnen leden daar, in een nagebouwde plenaire zaal, anderhalf uur in discussie gaan met Kamerleden.

Johan Remkes signaleerde als voorzitter van de staatscommissie parlementair stelsel, die eind vorig jaar haar eindrapport presenteerde, bij alle traditionele politieke partijen een zeer groot probleem. ‘Ze staan er niet goed voor. Kijk maar naar de dramatische ledenaantallen. Tussen maar ook vooral binnen partijen is er weinig debat. Intern mogen er weinig verschillen zijn.’

En dat begint al, zegt hij, bij de zoektocht naar nieuwe politici. ‘Ook bij de vvd zie je steeds meer van hetzelfde. Aan de rekrutering moet echt wat gebeuren. Potentiële kandidaten moeten meer worden getoetst op afwijkende geluiden in de eigen kring. En ze moeten ruimte krijgen om die geluiden te laten horen.’

Ruim een kwart van alle huidige Tweede-Kamerleden was eerst politiek assistent, van een minister of volksvertegenwoordiger, of fractiemedewerker. Dat getal is een kleine voetnoot in een tabel in bijlage 6 van het rapport van de staatscommissie, maar zegt ondertussen alles over de oprukkende carrièrepoliticus. Ter vergelijking: in 2003 was vijftien procent van de Kamerleden politiek assistent of fractiemedewerker geweest, in 1993 slechts vijf procent. De interessante tabel is gemaakt door het Parlementair Documentatie Centrum, partner van het Montesquieu Instituut.

De Groene Amsterdammer vroeg of de gegevens uitgesplitst konden worden per partij. Bij de pvv en de SP was de helft van alle Kamerleden actief geweest als medewerker. De vvd heeft meer variatie in zijn fractie, maar nog steeds heeft een vijfde van de fractie een verleden achter de politieke schermen.

Ieder lid mag stemmen, maar het is niet eenvoudig iets aan de kandidatenlijst te veranderen, zegt Ed Nijpels. ‘Het is een buitengewoon ingewikkeld systeem waar je nauwelijks invloed op hebt. Net zoiets als ze vroeger in Oost-Europa hadden.’ Het partijbureau erkent het probleem en zegt dat er onlangs wat zaken makkelijker zijn gemaakt.

En ook aan de agenda is moeilijk te sleutelen, zegt hoogleraar Voermans. ‘Ik denk dat de top van de partij het electoraat belangrijker vindt dan de leden.’ Elke partij monitort met peilingen en focusgroepen. ‘Het is het geheim van de partij hoe dat gebeurt.’ Bij de vvd zet de leiding jaarlijks de koers uit in het vakantiehuis van Rutte-fluisteraar Ben Verwaayen, oud-topman van Alcatel-Lucent. ‘Daar wordt van alles beslist door een paar mensen’, zegt Voermans. ‘Deze gremia zijn niet te controleren door de leden, niemand weet wat er gebeurt.’

Hans Wiegel hekelt het gebrek aan openheid, maar heeft geduld. ‘De vvd regeert geen vijftig jaar, maar de democratie wel.’