Arabische jaargetijden

Een half jaar heeft het de Libische opstandelingen gekost om de man te verjagen die 42 jaar hun dictator is geweest. Kadhafi komt niet meer terug, hij is ontmaskerd als een megalomane malloot.

Hij woonde in een paleisachtig fort, maar als hij naar de VN ging liet hij een bedoeïenentent voor zichzelf opzetten, en hij hield een plakboek bij met foto’s van Condoleezza Rice. Een westerse journalist heeft zijn onderkomen vergeleken met Neverland, het particuliere park van Michael Jackson. Ik dacht aan Konrad Heiden, de biograaf van Hitler die de Führer een gevaarlijke hansworst heeft genoemd. Het tijdvak van de kolonel is afgesloten.

Het Westen heeft hier tot dusver een verstandig beleid gevoerd: de Navo heeft de opstandelingen uit de lucht gesteund; misschien zijn er kleine aantallen special forces op de grond actief geweest, maar dat is geheim gebleven. En waarschijnlijk het allerverstandigst: de VS hebben niet militair geïntervenieerd. Daarmee zijn het Westen twee problemen bespaard.

We hoeven ons niet af te vragen wanneer de tijd gekomen is om de troepen terug te trekken, zoals in Irak en Afghanistan. En we kunnen niet getroffen worden door het verwijt dat we, onder de schijn van een bevrijdingsactie, bezig zijn met neokolonialisme. Onze regeringen hebben hier de beste keuze gemaakt.
Volgens westelijke deskundigen ter plaatse is in Tripoli de leiding van de opstand bezig zich tot een nieuw regime te consolideren. The Economist wijdt prijzende woorden aan de National Transitional Council (NTC), in het bijzonder de voorzitter Mustafa Abdel Jalil, op de foto een keurige man van middelbare leeftijd, netjes geknipt, donker pak en een stropdas. In alle opzichten een ander type dan de kolonel. De eerste taak van de NTC is het voorkomen van chaos. Hij heeft gewaarschuwd dat hij zal aftreden als de plaatselijke bevelhebbers van de opstand zich te buiten zullen gaan aan wraakmoorden. Chaos moet onverbiddelijk worden bestreden. Jalil is zelfs zo ver gegaan dat hij heeft verklaard zelf terecht te willen staan voor zijn dienstverlening aan het bewind van Kadhafi.

Met de overwinning in Libië lijkt de Arabische lente zich onweerstaanbaar verder tot een zomer te hebben ontwikkeld. Tunesië en Egypte hebben zich van hun dictatuur ontdaan, in Syrië weet dictator Assad zich te handhaven, maar ondanks de massamoorden is de opstand daar niet verslagen. De grote volksbeweging in de Arabische wereld ontwikkelt zich zelfstandig tot een historische wending. Als Libië zich snel en voorspoedig tot een geordende staat ontwikkelt, zal dit ongetwijfeld zijn invloed op de massa’s in de Arabische dictaturen hebben.

De voorwaarden zijn relatief gunstig. Het land wordt niet verdeeld gehouden door sektarische vetes. Economisch herstel zal aanzienlijk worden versneld als de olie-industrie weer op gang komt. Hulp uit het Westen zal de wederopbouw bevorderen. Het is niet uitgesloten dat het rijk van dictator-malloot Kadhafi binnen een jaar na zijn verdwijnen tot een voorbeeld zal zijn geworden.
Welke dictatuur zou dan aan de beurt kunnen zijn? De Arabische lente is als een volslagen verrassing gekomen. Vorig jaar rond deze tijd had geen enkele geheime dienst in het Westen er ook maar een flauw vermoeden van wat er in de Noord-Afrikaanse landen broeide. We konden president Moebarak wantrouwen, en de Libische kolonel en dictator Ben Ali van Tunesië nog meer, maar we bleven zaken met de heren doen. Wat anders? We hadden geen keuze.
En ook nu bestaat er in onze publieke opinie weinig tot geen extra aandacht voor de landen waar zich het volgende hoofdstuk van de Arabische lente zou kunnen voltrekken. Een paar maanden geleden heeft een clubje Saoedische vrouwen het wereldnieuws gehaald toen ze tegen de regels van de sharia in achter het stuur van een auto gingen zitten en daadwerkelijk begonnen te rijden. Een duidelijk teken dat zich een verzetsgroepje had gevormd. Daarna hoorden we niets meer over de dames.

Naar alle westelijke maatstaven gemeten is Saoedi-Arabië politiek en sociaal een achterlijk land waarvan we kunnen vermoeden dat het voor de lente ontvankelijk kan zijn. Het heeft 29 miljoen inwoners van wie 35 procent jonger is dan vijftien jaar. Dat wil zeggen: een derde deel van de bevolking is in opkomst, begint de betekenis van de sociale media te leren. In 2005 zijn daar de eerste verkiezingen gehouden, voor de gemeenteraden, maar koning Abdoellah (84) is, bijgestaan door zijn naaste familie, de absolute heerser. Verder heeft het land de grootste reserves aan olie ter wereld. En bovendien de heilige steden van de islam, Mekka en Medina, binnen zijn grenzen. Als ergens in het Midden-Oosten een prerevolutionaire toestand is, dan in Saoedi-Arabië.
Wat gebeurt er als daar de Arabische lente uitbreekt? Kiezen we partij? Moeten we een oliecrisis verwachten, zoals in 1973 of 1979? Niets is uitgesloten. Na de Arabische lente, misschien de zomer, komen er nog twee jaargetijden. Van onze politieke meteorologen horen we niets.