Demissionair ten strijde 2

Arbeid: verloren generatie II

De kiezer heeft gesproken, Den Haag hult zich in informatief stilzwijgen. Maar sommige vraagstukken kunnen niet wachten op witte rook uit Jan Hein Donners schoorsteen. ‹De Groene Amsterdammer› agendeert drie urgente problemen die linksom of rechtsom aangepakt moeten worden. En wel nu. In het landsbelang.

Het waren schokkende cijfers die de International Office of Labour (IOL) vorige week presenteerde over de mondiale werkloosheid. De IOL werd in 1919 als onderdeel van de Volkerenbond in het leven geroepen met het Verdrag van Versailles en ressorteert tegenwoordig direct onder de Verenigde Naties. Aan deze organisatie de taak om de noodklok te luiden als de werkloosheidscijfers daartoe aanleiding geven. En daar is op dit moment alle reden toe. Wereldwijd kwamen er sinds 2000 twintig miljoen werklozen bij, zodat het totaal eind 2002 op 180 miljoen mensen kwam te staan. En het eind is nog lang niet in zicht, stelde directeur-generaal Juan Somavia van de IOL, die sprak van een «dramatisch verslechterende situatie». De negatieve gevolgen van de globalisering worden in de nieuwste cijfers van de IOL meer dan ooit zichtbaar. 11 september 2001 markeert niet alleen een veiligheidscrisis, aldus de Office, maar was ook het startpunt van een wereldwijde economische crisis. De instant-erosie van de Argentijnse arbeidsmarkt, waar inmiddels al twintig procent van de beroepsbevolking zonder inkomen zit, heeft niet alleen grote effecten op de economie van de buurlanden in de Zuid-Amerikaanse regio, maar ook een mondiaal effect. Gerechtvaardigde hoop op herstel van de wereldeconomie is er niet, integendeel: met een nieuwe grote oorlog in zicht lijkt dat verder weg dan nooit. Zelfs als de markt zich op miraculeuze wijze zou herpakken, zou dat nog niet genoeg zijn om de nu gerezen nood te lenigen, zo stelde Somavia, die beleidsmakers overal ter wereld opriep juist nu te komen met creatieve werkgelegenheidsplannen: «Snellere economische groei is noodzakelijk, maar niet genoeg. Als de beleidsmakers nu falen, heeft dat ernstige gevolgen voor ons allemaal.»

Ook in Nederland is een snelle verbrokkeling van de werkgelegenheid zichtbaar. Net als begin jaren tachtig is er sprake van een golf van massaontslagen, die vooral vrouwen en jongeren treft. In de IT-sector, die in de roaring nineties nog garant stond voor het paarse Wirtschaftswunder, vallen momenteel de hardste klappen. Massaontslag is hier eerder regel dan uitzondering, zonder dat er al te veel woorden aan worden vuilgemaakt. Anders dan begin jaren tachtig, toen de zware industrie werd getroffen door een epidemische ontslaggolf, wordt er nu nauwelijks geprotesteerd tegen de slachtingen op de arbeidsmarkt, geheel in overeenstemming met de normen en waarden van het «flexwerktijdperk». Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maakte vorige week bekend dat de werkloosheid in Nederland in 2002 gemiddeld steeg tot 170.000 geregistreerde werklozen. Dat zijn er 24.000 meer dan in 2001. Eind 2002 stond de meter al op 182.000 werklozen. Dat was een dramatische kentering in vergelijking met 2001, toen de werkloosheid nog daalde met 42.000.

Bij zijn debuut als minister van Economische Zaken sprak Herman Heinsbroek nog van een tijdelijke economische dip, die vanzelf weer zou aantrekken zodra de Amerikaanse economie zich zou herstellen. Van dat laatste ontbreekt echter ieder spoor. Zo kwam het Centraal Planbureau (CPB) in december 2002 met de vaststelling dat eerder geuite verwachtingen over economisch herstel te voorbarig waren. Het CPB voorspelde voor 2003 een groei van de werkloosheid met honderdduizend personen en maakte en passant ook melding van de dramatische terugkeer van het reeds vergeten fenomeen van de jeugdwerkloosheid. Net zoals de post-babyboomers die aan het begin van de jaren tachtig ondanks een gemiddeld hoog opleidingsniveau nauwelijks een voet aan de grond kregen op de arbeidsmarkt en daardoor «de verloren generatie» werden genoemd, dreigt nu weer een generatie het kind van de rekening van een economische recessie te worden.

Deze nieuwe verloren generatie kent echter een geheel andere dynamiek dan de verloren generatie van de jaren tachtig. Waar de laatste zich tamelijk eenvoudig in de hoek der onbemiddelbaren liet wegzetten en zich troostte met de doemleer van de «no future»-gedachte, is de verloren generatie van het derde millennium wat moeilijker te temmen. Zij is bijvoorbeeld voor een groot gedeelte allochtoon, zij het van de tweede of de derde generatie. Met name in de grote steden is de werkloosheid onder deze groep dramatisch te noemen.

Wat de maatschappelijke gevolgen van deze toestand kunnen zijn, werd het afgelopen jaar zichtbaar in Antwerpen, waar de Arabisch-Europese Liga van Abu Jahjah zich opwierp als spreekbuis van de angry young men van Marokkaanse afkomst. Die jonge Marokkanen kampen collectief met een sociaal-economisch uitsluitingscomplex. Een herhaling van die ontwikkeling ligt ook in Nederland voor de hand.

Wat de toekomst van de jeugdwerkloosheid in Nederland betreft stemmen de cijfers die de Raad voor Werk en Inkomen (RWI) vorige week publiceerde meer dan somber. Van september 2001 tot september 2002 liep het aantal vacatures in de IT-sector terug met maar liefst 67 procent, aldus de RWI. Voor de bouw lag dat percentage op 57, in de dienstverlening op 45. De enige sector waar de vacatures vooralsnog op peil bleven, was de overheid. Maar als het bezuinigingsoffensief dat het kabinet-Balkenende I daarop wilde loslaten inderdaad wordt opgepakt door Balkenende II is het met dat laatste bastion ook gedaan.

Voor FNV-voorzitter L. de Waal is de opkomende jeugdwerkloosheid al reden tot het luiden van de noodklok. In een brief aan informateur Donner zal De Waal volgende week aandringen op de totstandkoming van een plan van aanpak, dat vooral zou moeten worden gezocht in het behoud en zelfs de verdere uitbouw van gesubsidieerd werk — precies de sector waar Balkenende I nog tot totale kaalslag wilde overgaan. Om het levensgrote gevaar van weer een verloren generatie te keren, zal Balkenende zich de komende tijd dan ook in een onwennige positie moeten wringen. De rehabilitatie van Ad Melkert is aanstaande.