GIOVANNI BATTISTA PIRANESI

Architect van de verbeelding

Piranesi heeft door zijn onconventionele, eclectische stijl grote invloed gehad op de kunst en de architectuur. Zijn werk wil de wereld verbeelden.

Er kleeft wat oudbakkens aan de prenten van Piranesi. Net als bij Escher roepen ze een wat stoffig mystiek gevoel op, het postergevoel in het wiskundelokaal. Het Teylers Museum in Haarlem poetst dit beeld vakkundig weg met de tentoonstelling De droom van Piranesi: Eeuwig modern design, die je opnieuw weet te pakken voor de verbeeldingskracht van de kunstenaar – én voor het werk van hedendaagse navolgers.

Giovanni Battista Piranesi’s (1720-1778) ‘claim to fame’ is een serie van veertien prachtig sinistere etsen van labyrintische kerkers, met duistere arcades, trappen die nergens naar leiden en bruggen die de overkant niet halen. Een van die etsen, De ophaalbrug, hangt boven de schrijftafel van Harry Mulisch en heeft in De ontdekking van de hemel een prominente rol als de plek waar maffiose engelen zich schuilhouden voor de wereld. De ‘carceri d’invenzione’ (imaginaire kerkers) fungeerden eerder als decor voor Fritz Langs film Metropolis, en recent nog voor kasteel Zweinstein in de _Harry Potter-_computergames. Op verschillende manieren zijn de fantasie-interieurs onderdeel geworden van het gemeenschappelijk geheugen.

Minder bekend is dat Piranesi in eerste instantie architect en vormgever was. En hoewel hij in zijn leven maar één keer de gelegenheid kreeg ook daadwerkelijk te bouwen (de Santa Maria del Priorato in Rome) is hij wel degelijk invloedrijk door zijn onconventionele stijl. De tentoonstelling in Teylers toont merkwaardig vormgegeven interieurs en meubelstukken zoals enorme kandelaars, vergulde wijnkoelers en een bijna dierlijke wandtafel. Alles in een neostijl waar wijlen Frans Haks zijn vingers bij zou hebben afgelikt. Zoals een commentator in de tentoonstelling stelt: Piranesi opent de doos van Pandora, en pakt daar Romeinse, Griekse en Egyptische elementen uit, om ze met Renaissance- en rococo-ornamentiek samen te voegen tot zijn eigen, onnavolgbaar eclectische mengstijl.

Ons beeld van het oude Rome is hierdoor vanaf de achttiende eeuw verregaand beïnvloed. Wij kunnen geen ruïne meer zien zonder aan Piranesi te denken. Monumenten worden in zijn prenten aangedikt, samengesteld uit authentieke fragmenten en ‘capricci’ (bevliegingen). Piranesi maakt het oude Rome grootser dan het was om het een nieuwe betekenis te geven in zijn eigen tijd.

In die zin is Piranesi interessant voor nu. Hoe kun je met het verleden omgaan en, wetend dat alles al eens gedaan is, er toch iets van maken dat relevant is voor deze tijd? En hoe kun je in een tijd waarin bijna sprake is van ‘keuzedwang’ uit het enorme aanbod tot de juiste keuze komen? Compleet contrair aan de toen geldende mores nam Piranesi zijn persoonlijke smaak en voorstellingsvermogen hiervoor als leidraad. In plaats van te kiezen voor één puristische benaderingswijze besloot hij de regels te negeren om tot iets nieuws te komen.

Het meest interessante deel van de tentoonstelling is waar te zien is hoe hedendaagse architecten en vormgevers hierdoor beïnvloed zijn. Het is niet vreemd dat een groot deel hiervan ‘postmodernist’ is, zoals de architecten en vormgevers Michael Graves, Peter Eisenman, Charles Jencks en Robert Venturi, maar ook onze eigen Job Smeets. Zijn ‘over the top’ Robber Baron Lamp bestaat uit een antieke tempel met daarop het Empire State Building en de koepel van de Sint-Pieter, waaraan dan weer de zeppelin Hindenburg is vastgemaakt. De symboliek druipt ervan af.

Door de nadruk hierop treedt de tentoonstelling wellicht onbedoeld in de discussie die in de architectuurwereld (al te lang) gaande is over het modernisme versus ‘al het andere’. Piranesi wordt door de keuze van de navolgers een beetje toegevoegd aan het kamp van de ‘anti-puristen’, de traditionalisten, de makers van belevingsarchitectuur. Maar dit zou hem tekortdoen – en waarom zou je in een pluriforme tijd kiezen voor het ene kamp of het andere? Het is eerder zoals architect Daniel Libeskind het in de tentoonstelling stelt: ‘Piranesi’s tekeningen hebben een mystieke functie, een andere potentie die heel belangrijk is: ze zijn gesublimeerde architectuur, beter dan architectuur kan zijn. Uit elementen van het oude creëert Piranesi een nieuwe realiteit, een eigen wereld waarin bouwen overbodig is.’

Libeskind, bekend van het labyrintische Joods Museum in Berlijn en in de tentoonstelling aanwezig met een meesterlijke variant op de ‘carceri’, de Micromega, ontpopt zich hier als een ware tovenaarsleerling. Bewust mystificerend, onnavolgbaar gedachterijk. Maar hij slaat de spijker op zijn kop. De belangrijkste bijdrage van Piranesi is de vrijheid van de kunstenaar. Zijn werk heeft niet zozeer een concreet doel, maar wil de wereld verbeelden. Het gaat om verbeeldingskracht.

De droom van Piranesi: Eeuwig modern design, Teylers Museum, Haarlem, t/m 18 mei