Architectuur in cyberspace

Het is natuurlijk aardig, zo'n papieren overzicht van Nooit Gebouwd Nederland. En ook een boek over Ooit Gesloopt Nederland is een welkome aanvulling op de rijke bibliotheek van architectuurmonografieen. Wie nu wil weten hoe het land was of had kunnen zijn, neemt zijn toevlucht tot de verbeeldingskracht, op gang gebracht door de tekeningen en foto’s die over allerlei architectuurpublikaties zijn verspreid. Maar stel, je hebt geen verbeeldingskracht. Hoe mooi de plaatjes ook zijn, architectuur als ruimtelijk spel blijft het alleenrecht van de materiele realiteit.

Er is echter een databank denkbaar, een cyberspace, een super hologram, waarin Nederland naar believen zou kunnen worden getransformeerd tot de gewenste gebouwde omgeving, ook al is die omgeving in virtual reality. Misschien iets voor Madurodam, of wellicht een mooie aanvulling op de Holland Village in Japan. De bezoeker zou kunnen kiezen uit een rijk bestand van bouwwerken die niet in werkelijkheid te bezoeken zijn, maar waarin men, net echt, nu kan rondlopen. Dat zou nog eens een goede besteding zijn van de gelden van het Deltaplan Cultuurbehoud. Zet bijvoorbeeld een in cad-cam gespecialiseerd bureautje op de virtualisering van Duikers Sanatorium Zonnestraal, en de overheid bespaart zich niet alleen de miljoenen voor herstel en blijvend onderhoud, maar maakt dit monument van het Nieuwe Bouwen ook nog eens toegankelijk voor ontelbaar velen. Bovendien kan die overheid dan ook nog rechten beuren, terwijl eindeloze toeristenstromen naar Hilversum worden vermeden.
Nee, zult u zeggen, want die elementaire computeranimaties leggen het toch altijd af tegen de reele ervaring. Wanneer je nu naar de resultaten kijkt van computer aided design, dan kun je toch moeilijk spreken van een gevoelsmatige compensatie voor de teloorgang van de steden, het platte land? Het is zelfs nog geen troost te noemen.
Er bestaat een graad van teloorgang waarin ‘iets is beter dan niets’ op het puntje van de tong komt te liggen. Bovendien wordt de representatieve kracht van de computertekening steeds beter, steeds wervender. Tenslotte lijkt het erop dat ons zenuwstelsel de simulatie niet meer als zodanig waarneemt, maar als een zelfgegenereerde werkelijkheid. Hyperspace is nu nog een afgeleide van de werkelijke ruimte en SimCity nu nog een leuk spelletje. Maar niet voor niets heeft men voor de Digitale Stad meteen een stadsmetafoor gekozen en niet pakweg een supermarkt of een overdekte winkelpromenade. Wanneer men zich eenmaal in deze metafoor thuisvoelt, zal de behoefte aan een eigen thuis en haard, laat staan de behoefte aan het getranscendeerde thuis van de bouwkunstige traditie, echt wel slijten. Mijn plekje onder de zon is dds.hacktic.nl en ik weet mij opgenomen in een virtuele buurt-Gemeinschaft.
In de Architectuurschool van Oslo werd vorige week een symposium georganiseerd over het elektronische architectuurbeeld. Hoewel de aandacht voornamelijk uitging naar de technische aspecten van architectuuranimatie, was er ook ruimte voor reflectie. Die bleek hard nodig. Terwijl architectuur als kunst en techniek waarschijnlijk van alle vakgebieden het meest door de elektronische snelweg zal worden bedreigd, leeft er onder architecten, hoe bedreven in cad ook, nog altijd een bijzondere voorliefde voor het tastbare object. Wanneer zij aan een opdrachtgever een filmpje tonen, dan vooral als lekker voorproefje van wat het straks in de realiteit gaat worden.
Wat niet aan bod kwam, was de vraag in hoeverre het werken met elektronische simulatietechnieken die realiteit zelf zal benvloeden. Heel direct gebeurt dat al door de objectgerichtheid, de schaalloosheid en detailarmoede waarmee op de computer vaak wordt ontworpen. Dat komt bij materialisering ook tot uitdrukking. En indirect gebeurt dat ook door het ontwerpen gericht op het creeren van een suggestie. Het is deze suggestie die de opdrachtgever overtuigt. Het zal waarschijnlijk zijn deskundigheid niet vergroten…