Muziek

Are «friends» electric?

Muziek: Gary Numan

Gary Numan, een van de pioniers van de elektronische popmuziek, zag hoe een klein meisje tijdens een concert van de Spice Girls de avond van haar leven had en concludeerde: «If people like the music, that’s the be all and end all. Anything else is arrogant and judgemental.» Hoewel Numan nu in brede kring erkend wordt als baanbrekend lijkt de stelling niet in de laatste plaats te slaan op zijn eigen positie aan het begin van de jaren tachtig. Geboren in Londen als Gary Anthony James Webb (1958) scoorde hij van 1978 tot 1981 hit na hit, vooral in Engeland, maar hij stond bij veel journalisten te boek als pa rasiet die misbruik maakte van het werk van «echte» wegbereiders als Kraftwerk. Het was ook de tijd van de punk, en ondanks zijn raakvlakken met de muziek en de mentali teit van die beweging zong hij zonder gewetensbezwaren een tv-com mercial voor spijkerbroeken in.

Met het grote succes van zijn tweede plaat Replicas (1979) werd Gary Numan een grote ster. Hij behield die status drie jaar. Hij wist zijn fascinatie voor (inderdaad) Kraftwerk, de Berlijnse periode van David Bowie, de experimentele kant van de glamrock en de paranoïde sciencefictionschrijver Philip K. Dick treffend te combineren in een sterk op synthesizers gebaseerde vorm van rockmuziek. De kille sfeer ervan werd versterkt door Numans beverige stem en diens onheilspellende, futuristische teksten. Ze gaan vaak over de manier waarop mensen technologie en materiële goederen gebruiken om zich te onttrekken aan fysiek menselijk contact. Een voorbeeld is de wereldhit Cars van zijn populairste album The Pleasure Principle (1979): «Here in my car/ I feel safest of all/ I can lock all my doors/ It’s the only way to live/ In cars». Ook de moderne zorgen over de negatieve invloed van het internet op intermenselijke relaties verwoordde hij, bijna profetisch: «You know I hate to ask/ But, are ‹friends› electric?/ You see, mine’s broke down/ And now I’ve no one to love/ (Are ‹Friends› Electric?)».

Bijpassend is het ijzige, robot achtige personage, met wit ge schminkt gezicht en vreemde uitdossingen, waar hij tijdens optredens gestalte aan gaf – «humanoids», voor de fanatieke fans. Regelmatig kwam hij in interviews over als afstandelijk, pretentieus en aanstootgevend. De pers wist zich ei genlijk geen raad met deze introverte twintiger, die ondanks zijn supersterstatus nog steeds bij zijn ouders woonde. Later zou bij hem een milde vorm van de ontwikkelingsstoornis Asperger vastgesteld worden.

Na vier succesvolle albums kon digde Numan, moe van tournees en roem, zijn afscheid als optredend artiest aan. Als dank aan zijn fans zou hij met drie groots opgezette concerten in het Wembleystadion in april 1981 met pensioen gaan. Dat werd onderstreept door twee gelijktijdig verschenen live-albums (Living Ornaments ’79 en ’80) met de hoogtepunten van zijn vorige tours. Na zijn afscheid kwam hij opnieuw in de belangstelling door een vreemd voorval: tijdens een poging als amateur piloot om de wereld te vliegen moest hij een noodlanding maken in India, waar hij gearresteerd werd op verdenking van spionage en drugssmokkel. Het incident liep met een sisser af.

Het vaarwel was van korte duur. Numan brengt nog steeds muziek uit, al heeft hij het succes van die periode nooit kunnen evenaren. Wel nam de waardering voor zijn oude werk in de jaren negentig sterk toe. Bands als Foo Fighters en Nine Inch Nails spraken hun grote bewondering uit. Enkele jaren ge leden scoorden Basement Jaxx en Sugababes hits met bewerkingen van zijn nummers. De live-albums werden eind jaren negentig opgepoetst en heruitgegeven, maar de originele opnamen van de concerten voor Living Ornaments ’80 bleken spoorloos verdwenen.

Nu bij toeval een mixtape werd ontdekt met een volledige show is Living Ornaments ’80 (met een erg vlak geluid) voor het eerst op cd verschenen, samen met een luxe editie van zijn «laatste» concert op 28 april 1981. Ondanks het uitmelk gehalte is deze trilogie waardevol. Ze laat Gary Numan horen op de piek van zijn artistieke en commerciële loopbaan.

Omdat hij op zijn albums gebruik maakte van een conven tionele rockbezetting en de synthesizers via gitaareffectpedalen liet lopen, was hij een van de weinige artiesten in zijn genre wiens muziek op het podium overeind bleef. Vooral op het «af scheids concert» is goed te horen hoe publieksfavorieten als I Die: You Die, Down in the Park en We Are Glass werden geherinterpreteerd voor stadionconsumptie. Zelfs een versie van Erik Saties Trois Gym nopedies past moeiteloos in deze vloeiend en energiek uitgevoerde show. LO ’81 is daarmee een boeiend tijdsdocument van een in vloedrijk artiest en een van de be tere live-albums uit de geschiedenis.

Gary Numan, Living Ornaments ’80, Living Ornaments ’81

Label: Beggars Banquet/V2