TONEEL

Argeloos verraad

Bedrog

In de eerste ontmoeting tussen Emma en haar gewezen minnaar Jerry die we in Betrayal van Harold Pinter te zien krijgen, vraagt zij aan hem hoe lang het geleden is dat ze elkaar voor het laatst hebben gezien. Hij weet het niet meer. Meteen daarna volgt een ontmoeting tussen Jerry en zijn beste vriend Robert, de bedrogen echtgenoot van Emma. Hij wil over het overspel spreken (om nog iets van de vriendschap te redden), maar Robert blijkt er al veel eerder van te hebben geweten dan Jerry vermoedde. Ook over de tijdschema’s van het bedrog blijkt men elkaar geraffineerd te hebben bedrogen. De bittere valstrik die Pinter hier zet wordt nog eens gekwadrateerd, doordat het verhaal over het overspel in Betrayal van achter naar voor wordt verteld: we starten in de met ijzige kalmte geordende puinhopen direct ná het opbreken van de driehoeksrelatie, en volgen het spoor terug naar de eerste hitsige avances en de overgave aan een beschonken geilheid. Die filmische manier van vertellen is nu een versleten truc geworden, waar het stuk zijn kracht niet langer aan kan ontlenen.
Dat hebben de Vlaamse toneelspelers van Stan goed begrepen. Melancholie binnen zo'n omgekeerde tijdlijn is een gerecht dat men, net als haar grote broer Wraak, het best koel kan serveren, met een ondertoon van lichtzinnige argeloosheid. Iemand maakte me erop attent dat Betrayal eigenlijk misleiding, verleiding en uiteindelijk verraad betekent. Het is een spel waarover we hebben afgesproken dat het is omgeven met gedoe dat in het geniep wordt uitgedacht en over het algemeen slecht wordt geënsceneerd, begeleid door venijnige o-la-la-lachjes en besuikerd met morele plaagstoten, al eeuwenlang stof voor een genre in het toneel dat als klucht door het leven gaat. Al die fondantlagen zijn er door Pinter afgeschraapt. Met een scalpel wipt hij nuchter de tumor uit de gelei: Betrayal is de argeloosheid van het verraad in zijn kaalste vorm - verraad aan liefdesbeloften, aan afspraken, uiteindelijk aan onszelf.
Robby Cleiren (Jerry), Jolente De Keersmaeker (Emma) en Frank Vercruyssen (Robert) tonen ons dat met een ogenschijnlijk voor de hand liggende nonchalance in een van koud naar zwoel knipperend licht van Thomas Walgrave en een verre van onnozel uit de klerenkast getrokken kostumering van An D'Huys. De zoete luxaflexjes zijn decent gesloten, rekwisieten en meubels zijn bijna steriel achter elkaar gelegd, als het messenrepertoire voor een sectie. Vercruyssen, als de bedrogen echtgenoot, sjouwt met folianten uit een nooit ingekeken encyclopedie en tovert daarmee aan het eind het gedempte geluid van de party waarop, zoals dat heet, de vonk oversprong tussen de hard en vochtig geworden geslachtsdelen. Zo rustig als hij aan het begin van het stuk de slachtvelden van het overspel overziet, zo soeverein laat Vercruyssen aan het slot zien hoe Robert het begin van de verhouding feitelijk incasseert als een goed geretourneerde squashbal. Pinter laat hem slechts tekstuele kaalslag: ‘Zonder twijfel, zeer juist, inderdaad’, dat zijn de laatste woorden van de echtgenoot. Cleiren zet de minnaar neer met een zweterig soort sierlijke wanhoop, De Keersmaeker is superieur in de letterlijk beetgrage, sensuele Emma. Bedrog door Stan is een college in de finesses van toneelspelen op de vierkante millimeter, en wel op een ongekend hoog niveau. Het overgrote deel der Nederlandse theaterdirecteuren wil dat maar niet zien: de tourneelijst is om zeer verdrietig van te worden.

Bedrog is op 6 december te zien in Theater Kikker in Utrecht, op 14 december in Plaza Futura in Eindhoven. Voor de tournee door België zie www.stan.be
Reggaematic Nirvana