Argentijnen verdienen geld als soja

Buenos Aires - De agrarische sector wordt van oudsher niet geassocieerd met zakendoen en grote winsten, maar in Argentinië spreken de boeren tegenwoordig over agri-business. Op de Universiteit van Buenos Aires is er zelfs een master voor ingericht en wie een dorpje als Pergamino op de vruchtbare Pampa bezoekt, ziet een welvaart die verbaast.

Verdienden de boeren hun geld vroeger met koeien, momenteel is soja veel lucratiever. Niet voor niets hebben kritische (milieu)organisaties het over de sojización (‘sojaficering’) van Argentinië en ‘groene woestijnen’: honderden kilometers land waarop slechts sojaplanten te zien zijn.
De voornaamste reden voor de soja-boom is de goede prijs die wordt betaald per ton witte bonen. Dat heeft op zijn beurt gezorgd voor een run op landbouwgrond. Wie al wat hectares heeft, koopt bij om meer te verbouwen. En anders staan bedrijven in de rij om land van de eigenaren te leasen. Dat stelt ondernemers zonder grondbezit toch in staat duizenden hectares te bebouwen.
Vanwege het geld dat te verdienen valt met investeringen in landbouwgrond of toekomstige oogsten hebben banken en investeerders de agrarische branche (her)ontdekt. En landen die niet in hun voedselbehoefte kunnen voorzien, maar waarvoor soja als proteïnebron essentieel is, beschouwen toegang tot landbouwgrond als essentieel.
Zo tekende de Argentijnse provincie Rio Negro een contract van een kleine miljard euro met de Beidahuang Group. Dat staatsbedrijf uit Noord-China zal de irrigatie van tweehonderdduizend hectare droge landbouwgrond verzorgen in ruil voor tien jaar exclusieve levering van soja en andere granen aan de Chinezen. De gouverneur van Rio Negro toonde zich in zijn nopjes met het contract, maar zijn blijdschap werd niet algemeen gedeeld. Het Argentijnse congres bespreekt momenteel een wetsvoorstel dat het andere landen verbiedt grond te kopen in Argentinië. Verder komt er een limiet op de hoeveelheid land die private investeerders uit het buitenland mogen bezitten. Ook in Uruguay en Brazilië - twee andere landbouwnaties in Zuid-Amerika - zijn grondaankopen door andere landen taboe en buitenlandse investeerders niet meer zomaar welkom. De angst voor het verlies van soevereiniteit is groot.
Dat is niet voor niets: in een rapport waarschuwde de Wereldbank vorig jaar al voor onverantwoord gedrag in de wedloop op landbouwgrond, mede als gevolg van de hoge voedselprijzen. Zwakke overheden zouden een makkelijke prooi zijn voor machtige landen/investeerders, met alle gevolgen voor de lokale bevolking.
De agrarische sector mag dan nog steeds niet zo sexy zijn als hedgefondsen in New York of Londen, maar is door de hoge voedselprijzen wel erg in trek. De agri-business van het Argentijnse Pergamino vaart er wel bij: die ziet de winsten nog steeds toenemen.