De erfenis van Videla/Zorreguieta.

Argentijnse wisseltruc

De vrije val van de Argentijnse economie is niet het resultaat van het beleid van de laatste jaren. Het Videla/Zorreguieta-regime en de toenmalige elites hebben het land, met volledige steun van Amerika, laten doodbloeden.

Er zijn niet veel Amerikaanse media die de desastreuze economische crisis in Argentinië breed uitmeten. Waarom zouden ze ook? Latijns-Amerika, de immer verwaarloosde achtertuin van de Verenigde Staten, moet weer eens worden aangeharkt. Nou en? Ze zullen het daar toch nooit leren en ons zal het worst wezen, is de teneur van de commentaren.

De bladen die wél substantiële aandacht besteden aan de economische malaise in Argentinië, komen niet verder dan de gebruikelijke dompeling in leedvermaak en sarcasme die Latijns-Amerika al zo vaak onderging. Neem Newsweek. «Memo to Argentina: Dollarize or Die», kopt de (Engelstalige) Latijns-Amerikaanse editie van het weekblad, verwijzend naar de mogelijke vervanging van de peso door de dollar als wettig betaalmiddel — een maatregel tegen dreigende superinflatie. «Dit is jullie begrafenis», staat boven een ander artikel dat aan de Argentijnse ellende is gewijd. Time, de concurrent, houdt het bij één miezerige column waarin de Amerikaanse regering en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) worden geprezen voor hun inzet, en de Argentijnen zelf verantwoordelijk worden gesteld voor de crisis. Hadden ze hun economie maar moeten bouwen op «brainpower» in plaats van op «beef».

Wij hebben er niets mee te maken, is de boodschap van de Verenigde Staten aan het zwaar getroffen Argentinië. President Bush is veel te druk met de New War tegen het terrorisme om zijn achtertuin te besproeien.

Intussen verslechtert de situatie in Argentinië met de dag. Het land verkeert in totale chaos. De toestand wordt al vergeleken met die ten tijde van de Weimar-Republiek: de economische crisis heeft de politiek uitgehold. Presidenten treden af en aan en er wordt gevochten op straat. Er zijn al tientallen doden gevallen. Argentinië heeft een schuld opgebouwd van 130 miljard dollar. Zonder leningen van de VS en van het IMF, de hoeder van het mondiale kapitalisme, kan het onmogelijk de rente op die schuld betalen. Laat staan de sociale uitkeringen en ambtenarensalarissen. Kunnen voldoen aan de betalingsverplichting jegens het IMF en westerse financiële instellingen is verworden tot de obsessie van opeenvolgende Argentijnse regeringen. Om zoveel mogelijk geld in de schatkist te houden, verlaagde het land verschillende keren de salarissen en werden de belastingen tot astronomische hoogten gedreven. Met als gevolg dat de al belabberd draaiende economie, die inderdaad veel te eenzijdig wordt bepaald door de export van grondstoffen (met name rundvlees) vrijwel volledig tot stilstand kwam.

«De middenklasse is een schip vol gaten», schrijft Noga Tarnopolsky (journalist en auteur van een boek over haar familieleden die verdwenen tijdens de dictatuur) in de New York Times. Er is fors gesneden in salarissen, de mensen kunnen niet meer bij hun spaargeld, de pensioenfondsen worden geplunderd en de waarde van bezittingen is gekelderd. «Tegenwoordig leven er mensen in Buenos Aires in luxe appartementen met privé-parkeerplaatsen en al, die het zich niet meer kunnen veroorloven om voedsel te kopen.»

De enige die in de Amerikaanse media een tegengeluid liet horen, was de beroemde Amerikaanse econoom Paul Krugman. Volgens hem draagt de Argentijnse crisis het stempel «made in Washington». In de New York Times noemde hij de crisis een «ramp voor de Amerikaanse buitenlandpolitiek». In 1991 werd de peso aan de dollar gelijkgesteld in een poging superinflatie te voorkomen. Dat lukte, en Argentinië kon leningen loskrijgen van het IMF en de VS. In ruil werd het geacht een drastisch neoliberalistisch beleid door te voeren: tariefmuren werden geslecht, staatsondernemingen werden geprivatiseerd, multinationals werden binnengehaald. Vrijhandel is het devies van het IMF en de Amerikaanse banken: snoei de publieke sector teneinde de overheidsuitgaven naar beneden te brengen, stop de overheidssteun aan slecht lopende economische sectoren en verhoog de belastingen. Heel even ging het goed met Argentinië.

Toen in 1999 de crisis inzette, was het met name de dure peso — duur door zijn koppeling aan de hoog genoteerde dollar — die het land beroofde van zijn exportmogelijkheden waar door het pijlsnel de diepte in stortte. De gelijkstelling van dollar en peso had zo snel mogelijk losgelaten moeten worden, stelt Krugman, maar Wall Street en Washington hamerden er bij de Argentijnen op dat vrije markten en hard geld onafscheidelijk waren. Het IMF, dat volgens Krugman wegens de macht van Washington beschouwd kan worden als een onderafdeling van het Amerikaanse ministerie van Financiën, stak geen vinger uit toen het misging. En toen het wel te hulp schoot, diende het willens en wetens het verkeerde medicijn toe. «IMF-staf leden wisten al maanden, misschien zelfs jaren, dat de gelijkstelling van de peso aan de dollar niet volgehouden kon worden», schrijft Krugman. Maar in plaats van te helpen bij het loslaten van de monetaire politiek schreven IMF-beambten — «als middeleeuwse dokters die volhielden dat hun patiënten bloed moest worden afgenomen, en die die procedure steeds herhaalden terwijl het bloeden hen zieker maakte» — keer op keer hetzelfde dodelijke medicijn voor: vrije markt en monetaire discipline.

Niet de afgelopen drie jaar, zoals vaak wordt verondersteld, maar al tijdens Jorge Rafael Videla’s militaire dictatuur (1976-1983), waarin Jorge Zorreguieta, Máxima’s vader, als staats secretaris van Landbouw een prominente rol speelde, werd de basis gelegd voor de huidige crisis. Dat beweert het Comité pour l'Annulation de la Dette du Tiers Monde in een onderzoek getiteld Argentine: Maillon faible dans la chaîne mondiale de la dette? (Argentinië: zwakke schakel in de ketting van de schuld?).

Het onderzoek wordt onder meer geschraagd door cijfers van de Wereldbank en Argentijns juridisch onderzoek. Vanaf de dictatuur van Videla, is de conclusie, is het land door middel van een gigantische wisseltruc leeg geknepen door de agrarische en militaire elite. Toen Videla aantrad, bedroeg de buitenlandse schuld nog geen acht miljard dollar. Nu bedraagt hij bijna het twintigvoudige. De jaarlijkse renteaflossing slorpt 22 procent van de publieke middelen op. De staat is bankroet. De elite maalt er niet om: haar geld staat op buitenlandse rekeningen.

Tijdens de dictatuur leende de elite enorme hoeveelheden geld en belegde die vervolgens in het buitenland. Toen de dictatuur op zijn laatste benen liep, werd nog snel per decreet besloten dat de staat de privé-schulden zou overnemen.

Volgens de Wereldbank bedroeg in 1981-1982 de kapitaalvlucht 21 miljard dollar, grotendeels vastgezet in de Verenigde Staten, West-Europa en allerhande belastingparadijzen. Na de dictatuur bedacht men nóg een manier om het in het buitenland opgeslagen Argentijnse kapitaal te vermeerderen. Tijdens de junta werden de staatsbedrijven door de machthebbers gedwongen zich enorm in de schulden te steken. Het geleende geld bereikte zelden de bedrijven, maar verdween in de zakken van de machthebbers en de bestuurders.

Na de val van de junta greep de elite de schulden van de staatsbedrijven aan om aan te dringen op privatiseringen. Toenmalig president Menem ging daar grif op in — ook hij kon er veel geld aan verdienen, en steun mee kopen. Vlak voor de verkoop van die bedrijven gingen de schulden over op de staat. Aan de privatisering verdiende een kleine groep binnenlandse en buitenlandse ondernemers ongelooflijk veel geld. Men kocht immers voor een prikkie een ten dode opgeschreven staatsbedrijf, dat na de verkoop op slag weer opleefde aangezien het verlost was van zijn wurgende schuld. Het voorbeeld van Aerolineas Argentinas spreekt boekdelen. De vloot Boeings werd voor het symbolische bedrag van 1,54 dollar verkocht aan het Spaanse Iberia. De winsten die het bedrijf vervolgens kon gaan maken, konden weer door middel van corruptie worden afgeroomd. En intussen nam de staatsschuld met de verkoop van elk staatsbedrijf weer met miljoenen dollars toe. «Een duivels systeem», volgens het Comité pour l'Annulation de la Dette du Tiers Monde.

Dr. Roelf Haan, econoom en oud-directeur van de Ikon, woonde in Buenos Aires toen in maart 1976 de militairen de macht grepen. «De gevolgen van de economische politiek die in die tijd werd gevoerd, zijn haast onuitwisbaar. ‘Dat krijg je in geen tweehonderd jaar ongedaan’, vertelde een Argentijnse ondernemer me toen we nog in Buenos Aires woonden. Door mensen als José Martinez de Hoz (minister van Economische Zaken en architect van de economische juntapolitiek — jb) en Zorreguieta is de nationale economie vernietigd.»

Jorge Zorreguieta was secretaris van de uiterst machtige landbouworganisatie Sociedad Rural Argentina. Tegenwoordig is hij lobbyist voor een grote suikerfirma: Centro Azicarero. Daarachter steken de suikerfabriek Ledesma en de familie Blaquier. Zij zijn zo machtig dat ze, mede dankzij Zorreguieta’s lobbywerk, weten te bereiken dat het zoete product in de verdragen van de Latijns-Amerikaanse handelszone Mercosur wordt beschermd tegen Braziliaanse concurrentie. Carlos Pedro Blaquier, de grote man van de familie, liet in de nacht van de staatsgreep vakbondsmensen van zijn fabriek en een lastige burgemeester door militairen afvoeren, in auto’s van zijn bedrijf.

Volgens de schrijver Miguel Bonasso vormden organisaties als de Sociedad Rural Argentina en «grootkapitalisten» als Blaquier «een organisch verband met de militairen tijdens de voorbereiding en de uitvoering van de staatsgreep, die onweerlegbaar op een klassenbelang was gericht: het land ontindustrialiseren, de winst op dramatische wijze overhevelen naar de sectoren met de hoogste inkomens, en de verzorgingsstaat — die door de eerste peronistische beweging in 1945 was gecreëerd — vernietigen. De miserabele toestand waarin het land op dit moment verkeert, is het gevolg van de plannen van degenen die in dienst stonden van de oligarchie der grootgrondbezitters en het nationale en internationale financieringskapitaal», aldus Bonasso afgelopen mei in De Groene Amsterdammer.

Volgens het Comité zijn niet alleen de Argentijnse elitaire kasten van politici, militairen en grootgrondbezitters schuldig, maar met name ook het IMF en de Amerikaanse staat. Het IMF ondersteunde Videla’s regime actief en vaardigde zelfs een van zijn hoge functionarissen af naar Buenos Aires. De Amerikaanse Federal Reserve bemiddelde tussen Amerikaanse banken en de Argentijnse Centrale Bank, en hielp zo mee het belastinggeld en ander staatskapitaal weg te sluizen dat de elite had gestolen met behulp van hun leningenpolitiek.

Na een kwarteeuw was het land vrijwel doodgebloed. Parlementaire commissies, in het leven geroepen om het leegpompen van het land te onderzoeken, staakten keer op keer hun werk wanneer ze stuitten op medeplichtigheid van hooggeplaatsten. Pas in 2000 deed een Argentijnse rechter uitspraak in een zaak aangespannen door een burger: hij concludeerde dat de buitenlandse schuld niet voor rekening van de staat behoorde te komen en derhalve illegaal was. De beslissing van president Duhalde om het afbetalen te staken, is met die uitspraak in overeenstemming.

De econoom Paul Krugman gunt Argentinië een eventuele terugval op protectionisme en nationalisering. «De mensen die Argentinië hebben aangemoedigd in zijn desastreuze politieke koers, zijn nu bezig de geschiedenis te herschrijven, en de slachtoffers te beschuldigen», stelt hij in de New York Times. «Maar ik vraag me af hoeveel Amerikanen dat begrijpen.»