Interview: regisseur Luis Puenzo

«Argentinië kent vele Zorreguieta’s»

Het Amnesty Filmfestival opende met de klassieker ‹La historia official›. Een aanklacht tegen de junta, maar regisseur Luis Puenzo begrijpt niets van onze ophef over vader Zorreguieta.

«U zult het misschien raar vinden dat ik dit zeg, maar als ik heel eerlijk ben, dan snap ik helemaal niks van dat gedoe met Máxima Zorreguieta. Hoe verderfelijk haar vader ook is, dat mag toch nooit een schaduw werpen op haar huwelijk? Kennelijk is het heel normaal dat bij jullie het halve volk zich laat horen in zo’n kwestie. Voor ons is dat vreemd. Misschien kán ik het niet begrijpen, omdat we niet zijn opgegroeid met een koningshuis. Misschien is het zoiets als de Malvinas, die jullie de Falklands noemen. Wij hebben al van jongsaf aan geleerd dat die eilanden bij Argentinië horen, en we waren dus bereid daar een verschrikkelijke oorlog voor te voeren. Dat begreep ook niemand.»

Luis Puenzo (55), regisseur van de Argentijnse filmklassieker La historia official (Het officiële verhaal) uit 1985, begrijpt er na de verlovingsaankondiging, perfect geregisseerd door Kok en doorspekt met het allerliefste accent van Máxima, waarschijnlijk nóg minder van. Is dit iets voor de nationale televisie? Is dit het Nederlandse landsbelang? Voor hem is zo’n huwelijk volksvermaak. «Zorreguieta kom je bij ons alleen tegen in frivole magazines die zich bezighouden met de problemen van het hart.»

Puenzo’s klassieker opende vorige week woensdag het tweejaarlijkse Amnesty Filmfestival. Dat was weer eens wat anders dan te openen met een première. La historia official maakt deel uit van drie Argentijnse producties die op het festival te zien waren, en die alle handelen over de tijd van de laatste junta. Dat had niets te maken met het veel bediscussieerde verleden van Máxima’s vader Jorge Zorreguieta, legde festivalprogrammeur Leo Hannewijk uit, maar alles met de 25ste verjaardag van de coup op 24 maart.

Luis Puenzo: «Jorge Zorreguieta is niet bijzonder. Iedereen in Argentinië weet dat er duizenden waren die net als hij achter de militairen stonden; die ervoor zorgden dat ze de macht konden grijpen. Een deel van de maatschappij is indirect betrokken bij de misdaden. Types als Zorreguieta zijn medeverantwoordelijk voor de dood van duizenden mensen. Dat moeten we niet uit het oog verliezen. Dat moet echter niet jullie probleem zijn, maar dat van ons.»

La historia official speelt in de nadagen van de junta, in 1983, net na de Falklandoorlog. De film is het relaas van een geschiedenislerares die haar leven ziet instorten naarmate ze meer twijfels plaatst bij de officiële versie van de moderne Argentijnse geschiedenis, waar elk kritisch geluid vakkundig uit werd verwijderd na de coup van 1976.

Als ze de ultieme conse quentie trekt uit haar voort woekerende onzekerheid en op zoek gaat naar de oorsprong van het door haar geadopteerde dochtertje — haar welgestelde en in hoge kringen verkerende echtgenoot heeft altijd geweigerd haar vragen daarover te beantwoorden — is het drama compleet: haar dochtertje blijkt geroofd van een jong stel dat werd opgepakt, gemarteld en vermoord omdat de jonge vader misschien wel iets van doen had met links activisme.

Puenzo: «Ik heb geprobeerd een politieke boodschap in een filmdrama te smokkelen. De personages en de manier waarop we gedraaid hebben, beantwoorden aan de stijl van een Noord-Amerikaanse dramafilm. We dachten dat de Argentijnen een politieke film links zouden laten liggen. De film kwam uit vlak na het verdwijnen van de junta. Toen hij bijna aan het eind van de vertoningscyclus was, wonnen we een paar awards in Cannes. Dat was in 1985. Daarna volgde succes op andere festivals. In 1986 wonnen we een Oscar voor beste buitenlandse film. Uiteindelijk zagen bijna twee miljoen Argentijnen hem. Dat is voor ons land een enorm aantal.»

Tijdens de junta kwam Puenzo’s publieke leven tot stilstand. Voor de films die hij wilde maken, was geen ruimte in een land waar de cultuur werd voorgeschreven door generaals. Puenzo dacht erover te emigreren, zoals duizenden anderen deden. Maar de Falklandoorlog gaf de doorslag. Hij bleef en besloot een film te maken waarin zijn eigen standpunt werd verwoord. In 1983 begon hij aan het script. Er werden contacten gelegd in Spanje die moesten zorgen voor enige bescherming en voor het naar buiten smokkelen van de film. Toen het script eenmaal voltooid was, waren de generaals gevallen.

Puenzo: «De oorlog raakte ons diep: iedereen geloofde en gelooft in het terugwinnen van de Malvinas. Maar de manier waarop de oorlog gevoerd werd, was schandalig. Onze zonen werden geofferd. Zelfs terwijl het gevoel voor de Malvinas heel diep was, werd duidelijk dat dit een van de grootste misdaden van de junta was. De samenleving begon de generaals uit de macht te duwen.» Mensen begonnen te demonstreren en de moeders en grootmoeders van de Plaza de Mayo, op zoek naar hun verdwenen kinderen en kleinkinderen, roerden zich.

De film opent met het volkslied, gezongen door de geschiedenislerares en de overige leraren en leerlingen van de middelbare school waar ze les geeft. Een heilig junta-ritueel. Daartegenover staan de beelden van demonstraties tegen het regime. «Het is afgelopen!» schreeuwen de jongeren. De beelden zijn echt, gefilmd door Puenzo in 1983, slechts gedekt door een via een vriend verkregen persaccreditatie. Ook de boeken met afbeeldingen van vermiste kinderen zijn echt. Afkomstig van de grootmoeders van de Plaza de Mayo, met wie Puenzo hecht samenwerkte.

In 1984 begon Puenzo met de opnamen, met een minimaal budget, in een bevrijd Argenti nië. Dat viel echter bar tegen. «De politie wilde dat we stopten met filmen. Ze probeerden ons het werken onmogelijk te maken door ons te verbieden te werken met het jonge meisje dat het geadopteerde dochtertje speelde. Twee keer werd haar moeder aangevallen door agenten, met het kind in haar armen. Toen we ons beklag deden bij het ministerie van Binnenlandse Zaken werden we gewaarschuwd: ‹We weten waar jullie mee bezig zijn.› De handlangers van de junta waren er nog steeds. En ze zijn er nu nog.»

Pas een jaar later was de film gereed. Puenzo: «We hoopten dat de mensen zichzelf vragen zouden gaan stellen naar aanleiding van de film. Wat is er werkelijk gebeurd in dit land? Waren het alleen de militairen, of zaten er meer mensen achter? We wilden duidelijk maken dat wat er gebeurd is niemand ongeraakt of onbesmet heeft gelaten. De welvarenden in onze samenleving hebben hun rijkdom goeddeels te danken aan de junta. Maar veel mensen zijn als de geschiedenislerares. Ze weten wat er gebeurde, maar willen het niet onder ogen zien. Ze duwen het weg. Onze intentie was om dat onderwerp open te breken, maar er zijn nog steeds aspecten van het generaalsregime die nauwelijks belicht worden.»

De mensen om wie het echt ging, zijn volgens Puenzo tot op de dag van vandaag buiten schot gebleven. Er werd een wet uitgevaardigd waarin werd gesteld dat alleen degenen die de orders hadden gegeven, zouden worden berecht. Alle anderen gingen vrijuit. Dus alleen de junta en een kleine cirkel militairen eromheen kwam in de gevangenis. Niet de lagere officieren en de mensen uit de economische elite. «Stel dat je in 2050 de geschiedenis van Latijns-Amerika zou bestuderen, dan zou je zien dat er sinds de laatste dertig jaar van de twintigste eeuw een proces aan de gang was. Je zou zien dat eind jaren zestig, begin jaren zeventig de militairen aan de macht kwamen en dat er met harde hand een nieuw economisch model werd opgelegd. Je zou ook zien dat de militairen werden weggewerkt toen ze niet meer nodig waren. Want het gewenste economische model was immers geïmplementeerd en in werking. Tot op de dag van vandaag. De vakbonden zijn vernietigd, kritische intellectuelen is het zwijgen opgelegd en de jeugd is beroofd van haar neiging zich tegen het establishment te verzetten. De economische elite heeft bereikt wat ze wilde.»

Volgens Puenzo zijn Argentinië en andere Latijns-Amerikaanse landen die gebukt gingen onder junta’s verworden tot voedsel- en grondstoffenleveranciers, zonder nationale indus trieën. «We zijn gedegradeerd tot melkkoe en afzetmarkt voor het Westen. Daarnaast hebben de elites via de junta’s enorme privatiseringen doorgedrukt. Alles werd verkocht aan internationale partners: telefoonmaatschappijen, vliegmaatschappijen. Alles. We hebben de juwelen van grootmoeder verpatst, zeggen we in Argen tinië. Argentinië is een rijk land, maar een straatarme natie. We zijn uitverkocht, en onze nationale schuld is sinds de junta ongelooflijk gegroeid, en groeit nog steeds. We kunnen niet eens de rente betalen.»

Een dergelijke analyse van wat er schuilging achter de militaire coup is onmogelijk in Argentinië. «De belangrijke media houden zich daar niet mee bezig. Het is taboe. Veel mensen uit de top zijn nog getrouwd met dezelfde belangen als onder de generaals. Ze ontkennen de werkelijkheid en geloven nog altijd in ‹la historia official›. Argentinië kent vele Zorreguieta’s. Als ze niet al schatrijk waren, zijn ze dat wel geworden tijdens de privatiseringen van de laatste junta. Niemand kan ze meer van de troon stoten. Geen van allen willen ze nog iets te maken hebben met de oude militairen. Ze trekken allemaal hun handen van ze af. De leiders van de coup zijn veroordeeld en de economische elite valt juridisch niets aan te wrijven. Ze zijn nu schoon en zullen altijd ontkennen iets met het regime van doen te hebben gehad. Maar ze hebben een heel volk in het verderf gestort voor eigen gewin. Zij zijn beter geworden van het lijden van duizenden onschuldigen. Het heeft geen zin nog te proberen ze te berechten. Wat zou de aanklacht moeten zijn? En ze zitten overal, dus onze samenleving zou uit elkaar spatten. Onze huidige minister van Economische Zaken werkte als directeur van de nationale bank in 1982 en 1983 samen met de junta. Net als de grote kranten en magazines. Je gelooft je ogen niet als je gaat opzoeken wat ze schreven in 1978. Overtuigd pro-junta. Ze worden nog steeds geleid door dezelfde mensen, en de belangrijkste journalisten zijn dezelfden als voorheen. Maar niemand die ze een strobreed in de weg legt.»

Aan het eind van La historia official confronteert de geschiedenislerares haar man met de ware grootmoeder van hun geadopteerde dochtertje. Hij slaat door, ramt zijn vrouw met haar hoofd tegen de muur en breekt haar vingers. Puenzo: «Dat is een heel belangrijke scène voor me. Wat ik daarmee wilde laten zien, is dat de elite slim genoeg was om de handen schoon te houden, maar hier zie je dat ze in wezen zélf de folteraars zijn. Zij hebben de junta mogelijk gemaakt en in het zadel gehouden. Zij zijn minstens zo schuldig als de militairen.»