27 december 1925 – 30 december 2012

Arie Andries Haspels

Behalve als huisgynaecoloog van de Oranjes verwierf Arie Haspels faam als uitvinder van de morning-afterpil. Hij hielp, mede door interviews in damesbladen, vrouwen baas in eigen buik te worden.

‘Wanneer wij het erover eens zijn dat infanticide verkeerd is en abortus bovendien gevaarlijk, dan is het enige alternatief, indien men bereid is iets te doen, verantwoorde gezinsvorming en geboorteregeling.’ Met die conclusie eindigde gynaecoloog Arie Haspels een artikel dat in 1968 werd gepubliceerd in het vakblad Medisch Contact. Ontwikkelingshulp is pas succesvol als dat gecombineerd wordt met een geboorte­regeling. Haspels voegde eraan toe dat family planning uitsluitend mogelijk was als ‘het land, of tenminste de individuele echtparen, hiervan zijn gediend’. Want hij had een hekel aan paternalisme; tijdens zijn jarenlange ervaring als zendingsarts in Indonesië en Nigeria had hij bij hulpverleners vaak genoeg die ‘vorm van neo­kolonialisme’ bespeurd.

Het verbaast niet dat zijn pleidooi voor anticonceptie voor zere schenen zorgde. In die tijd waren vrouwenartsen nog meestal mannen en kregen katholieke echtparen de pastoor op de koffie die kwam informeren of zij al weer aan gezinsuitbreiding dachten. De gevoeligheid over ingrijpen in de ontvangenis bestond ook onder vakbroeders. De redactie van Medisch Contact voorzag daarom Haspels’ artikel van een inleiding: ‘Hoewel de auteur zijn informaties besluit met een persoonlijke visie, die wellicht door sommigen niet zou kunnen worden gedeeld, leek publicatie niettemin zeer gemotiveerd.’

Haspels trachtte in zijn artikel de mannen in het Vaticaan met hun eigen wapens te bestrijden door handig te zoeken naar argumenten binnen de geschriften van de katholieke clerus. Hij constateerde een tegenstrijdigheid tussen de zogeheten Nieuwe Katechismus, in 1966 ten doop gebracht door kardinaal Alfrink, en uitspraken van de conservatieve paus Paulus de Zesde. In de Nieuwe Katechismus werd voor een geboorteregeling verwezen naar een arts, ‘die in elke situatie de meest geëigende methode moet voorschrijven’. En: ‘Noch arts noch zielzorger spreekt hierbij het laatste gewetensoordeel uit. De gezinsplanning moet een gewetensbeslissing van het echtpaar blijven.’ De Nieuwe Katechismus stond hiermee haaks op de paus.

Oud-collega Van Hall noemde Haspels naar aanleiding van zijn overlijden op 30 december ‘een moedig man, die eind jaren tachtig op tv de paus uitmaakte voor een crimineel’. Vanwege diens verbod op anticonceptie stelde Haspels hem verantwoordelijk voor de dood van vrouwen die bezweken aan zwangerschapscomplicaties of een amateuristisch uitgevoerde abortus.

Arie Andries Haspels, zoon van een burgemeester, was een deftige arts met vooruitstrevende inzichten. Hij ontwikkelde zich na zijn studie geneeskunde in Amsterdam als een gynaecoloog die in medische zin echt van vrouwen hield. In 1961 promoveerde hij op baarmoederscheuring, waarnaar hij onderzoek had gedaan op Java. Vanuit zijn gezag als hoogleraar (Utrecht, 1969-1991) bepleitte hij onbevreesd de pil en het spiraaltje, waardoor bij seks het initia­tief om een zwangerschap te voorkomen zich verplaatste van de man (gebruik van een condoom of ‘voor het zingen de kerk uit gaan’) naar de vrouw. ‘Van de man wordt geen medewerking gevraagd’, schreef hij in 1968 zonder omhaal.

Achter die ene zin ging een revolutie schuil. Voor ontwikkelingslanden die geteisterd werden door overbevolking en hongersnood zag hij dit als dé oplossing voor de wanhopige poging om de bevolkingstoename te beteugelen. En in eigen land droeg hij hiermee bij aan de opkomende vrouwenbeweging die lichamelijke en seksuele soevereiniteit voor vrouwen opeiste. Veel meisjes zullen hem zielsdankbaar blijven voor de morning-afterpil, die hij wetenschappelijk ontwikkelde vanuit de veterinaire geneeskunde waar het al werd toegepast bij honden. Het bleek een minder ingrijpende oplossing voor een ongelukje in bed dan de gang naar de abortuskliniek, waar hij overigens ook een voorstander van was.

Artsen als Haspels zijn van ministens zo groot belang geweest voor de vrouwenemancipatie als de feministen van de tweede golf. Hun adagium ‘baas in eigen buik’ kreeg via hem een concrete invulling. Bovendien leidde hij ruim twee decennia lang jonge gynaecologen op, waarbij hij tot zijn genoegen steeds meer meisjes in de collegebanken aantrof. Meegaand met zijn tijd promootte hij later de vervanging van de zware pil door een lichtere. Want het nadeel van het voordeel kwam door voortschrijdend inzicht aan het licht: door de zware dosis hormonen kregen vrouwen bijvoorbeeld later moeite om zwanger te worden. Dat probleem kwamen zijn collega’s tegen in de spreekkamer, maar het voorschrijven van een lichtere dosis schoot aanvankelijk nog niet erg op. Pas toen hij zich (heel bewust) hierover liet interviewen in damesbladen als Margriet en Libelle gingen vrouwen er zelf bij hun huisarts om vragen.

Ondertussen hield hij zich bezig met onderzoek naar de medische grenzen van in-vitro­fertilisatie (ivf) en boog hij zich over de ethiek van wetenschappelijk onderzoek op pre-embryo’s. Weer stuitte hij op religieuze weerstand, maar hij redeneerde rationeel dat het mogelijk moest zijn in het belang van het vruchtbaarheids­onderzoek en mits het onderzoeksprotocol door de ethische commissie was goedgekeurd. Na zijn afscheid als hoogleraar bleef Haspels zich inzetten voor het bevorderen van family planning in arme landen.

Wie zijn artikel uit 1968 leest denkt onwillekeurig aan het tumult dat in India is losgebarsten naar aanleiding van de brute verkrachting van en moord op de 23-jarge studente ‘Amanat’. Het gebruik van anticonceptie door de vrouw zag Haspels toen als een belangrijke aanzet tot het doorbreken van traditionele rollenpatronen. Van de man werd dus geen medewerking gevraagd, zoals hij schreef, en ‘de man hoefde aan zijn mentaliteit, die in de vrouw slechts een object tot lustbevrediging ziet, niets te veranderen’. Maar hij was er reeds van overtuigd dat die mentaliteit onvermijdelijk zou veranderen als de autonome positie van de vrouw in de gehele gezondheidszorg geïntegreerd werd.