Zebrapad

Arjen Duinker

Slechts de namen…
«Ja, bijna net zo leuk als kijken naar een zebrapad. Ik bedoel, kijken met in je hoofd het idee van een complot dat…»
«Gericht zou kunnen zijn tegen het zebrapad?»
«Laatst heb ik mijn badpak weer gevonden.»
«Zwart? Donkerblauw?»
«Lichtblauw. Het is dus ook leuk om naar een zebrapad te kijken en je af te vragen welke mensen nog zin hebben om te zwemmen. Ik ken trouwens iemand die een meertje heeft gekocht, niet zozeer om elke ochtend het water in te gaan, als wel om te genieten van spiegelingen, van bomen en vogels en lucht en zulk soort dingen.»
«Twintig of dertig pagina’s vol spiegelingen…»
«De meeste auteurs komen niet verder dan tien. Die vinden het lastig om spiegelingen en bespiegelingen uit elkaar te houden.»
«Wellicht.»
«Waarmee ik niet wil zeggen dat dat erg is. Het is veel en veel erger dat ze zo weinig drinken.»
«Je refereert aan Li Bai? Hij was inderdaad een intelligente man.»
«Waaraan denk jij als je oversteekt? De verte?»
«Dat zal ik je vertellen. Ik denk aan een uitsmijter met kaas en spek. Ik denk niet aan Ezra Pound. Ik denk aan Black Coffee, een mooi liedje van All Saints. Ik denk niet aan Stephen King. Ik denk aan een busje dat mensen voor een bingoavond afzet op de stoep voor een vroegere pastorie. Ik denk niet aan Patrick Modiano. Ik denk aan de manier van lopen die me doet lopen. Ik denk niet aan Octavio Paz. Ik denk aan de honden van iemand die Rinus de Swinger heet. Ik denk niet aan Jack Kerouac. Ik denk aan twee kleine kinderen die ik tijdens mijn laatste vakantie uit het raam zag hangen en naar alles en iedereen zag zwaaien. Ik denk niet aan Franz Kafka. Ik denk aan de functie van het zebrapad en aan het effect van de functie van het zebrapad op die van de stoplichten en aan het effect van de functie van de stoplichten op die van het zebrapad. Ik denk niet aan V.S. Naipaul. Ik denk aan het naaiatelier waar mensen ritsen in broeken zetten. Ik denk niet aan Walt Whitman. Ik denk aan de pijn in sommige gewrichten en aan de grimmigheid waarmee die pijn verbeten wordt. Ik denk niet aan Murasaki Shikibu. Ik denk aan de vergunning die het bouwen van een dakkapel mogelijk maakt. Ik denk niet aan Camilo José Cela. Ik denk aan het kopen van plakband. Daar denk ik aan!»
«Die Li Bai, moet ik die kennen?»
«Achtste eeuw. China’s beroemdste drinkende dichter.»
«Slechts de namen der grote drinkers leven voort.»
«De eeuw van de spiegeling…»
«Oneindige tijd van drama’s en feesten. Hoe kunnen wij met open ogen naar gebeurtenissen kijken terwijl zo veel gevleugelde woorden ons het zicht benemen?»
«Ik zie dat het nog steeds niet regent.»
«Morgen verschijnt een boek waarin, naar men zegt, louter absurditeiten.»
«Wat maar weer eens bewijst dat onze auteurs willen zijn als vogelnamen.»