Zus of zo

Arjen Duinker

«De beste dichters nemen risico’s. Goed schrijven is gevaarlijk. Het sublieme overweldigt, zoals de Nijl, de Oceaan of de rokende kraters van de Etna. Het sublieme is niet alledaags. Wat gewoontjes is, zal nimmer overweldigen. Dus zo moet je schrijven: onalledaags…»
Paar regels uit de tekst De mythe van de verstaanbaarheid van Ilja Leonard Pfeijffer in Bzzletin van enkele maanden geleden. Ik vind het leuk om te lezen of te horen dat de beste dichters zus of zo doen, dat de beste koks dit of dat, dat de beste choreografen hier en daar, dat de beste lezers ja of nee. Maar risico’s nemen? Gevaarlijk schrijven?
Ik vind het leuk om te lezen dat de beste dichters zus of zo. Ik ben benieuwd naar dat zus of zo, ik kan erbij wegdromen, ik kan «zus of zo» heel vaak herhalen, ik kan er met mijn handen nauwelijks afblijven, ik kan ermee naar het zwembad, ik gooi het soms in een doos in de schuur, met een nonchalant gebaar, alsof het me allemaal niks uitmaakt, ik heb het lang geleden eens geruild tegen een toegangsbewijs voor een concert van The Damned, het lukt me maar niet het kwijt te raken, ik struikel erover, vind het tussen de sinterklaassurprises, zie het tussen bankafschriften en ben me bewust van mijn rijkdom, houd er een vlammetje bij, zet het als knoop aan mijn broek terwijl ik in de verste verte niet weet wat het is, breng het ter sprake, vergeet het, bekijk het in de spiegel, geef het een naam en vind het nog mooier dan eerst.
Gebruik het voor het schillen van de kiwi, schrijf erop dat ik over vijf weken naar de tandarts moet, koester het, heb het lief, probeer er een goocheltruc op uit, knip zijn blaadjes klein boven de pan, laat het zorgen voor prettige schaduw, zet het een koptelefoon op, schiet het met een elastiekje naar een ongerept eiland, knijp het fijn, trek het uit, leg het in het vries gedeelte van de koelkast, verstop het dusdanig goed dat ik het beslist nooit meer zal terugvinden, zoek ernaar, stempel het af, fluister het toe in het holst van de nacht en tijdens de oneven uren overdag, maak er een soort tapijtje van, zorg dat het opgemerkt wordt, hang het buiten over een waslijn, omarm het, vertaal het in een taal die ik niet goed beheers, schud het leeg, maar de inhoud en de gevolgen en de ontvangen kritiek en de beginnende verduidelijking ontwijken me, ik vouw het op en wacht, ik begrijp dat het zin heeft in een spelletje, ik voel het kriebelen en krabbelen, laat het vallen, vang het op vlak voor het de grond raakt, stuur het als waarnemer naar een receptie, kom het tegen bij de stoplichten voor het station, laat het keuren door een bedrijfsarts, rol er sigaretten van, kijk erdoor naar de wereld, draag het aan als bewijsmateriaal, zing het in slaap, beloof het dat we een keer naar de bioscoop gaan, luister naar zijn geluiden, geef het een kus.
Toch moest ik maar eens bedenken wat ik zelf zou schrijven als ik wilde schrijven hoe je zus of zo moet schrijven.