Boek

Arjen Duinker

«Mevrouw, wat zit u daar te lezen? Is dat zo'n boekje met hoe heet dat?» «Nou, het is een boekje dat te maken heeft met onderwijs. Ik lees het voor mijn werk.» Uit het raam kijken, aan niets denken, in de binnenzak voelen.

«Meneer, woont u ook in Gouda?» «Ik ben er toevallig geboren, ja, maar ik woon al heel lang in Arnhem. En ik zie me er in verband met mijn kinderen niet zomaar weer weggaan. Het bevalt me goed, ik heb een fijn huis, ik heb mijn muziek, de hond kan naar buiten… Maar ik denk nog wel eens aan Gouda.» Bemerken dat de rits van de binnenzak niet voorbij een bepaald punt wil, met een vinger tegen de lippen tikken, de ogen sluiten en opendoen, lachen.

«Mevrouw, u laat wat vallen! Is het van u? Volgens mij is het een of ander kaartje. U kunt het maar beter meenemen, ik bedoel, straks kunt u ergens niet naar binnen!» «Bedankt. Het is inderdaad een belangrijk kaartje.» In de binnenzak voelen, kijken naar een broek, kijken naar schoenen, denken aan een klas met kinderen, het ene been over het andere leggen.

«Meneer, als u rookt, hebt u dan misschien een sigaret voor mij? Ik zal hem hier natuurlijk niet opsteken, maar straks pas, buiten.« «Ga je gang, voor mijn part neem je het hele pakje, ik zou er eigenlijk mee moeten ophouden. Dat roken is sowieso al een volkomen sentimentele kwestie geworden. Hoe de mens zichzelf toch in de weg kan zitten!» Binnensmonds iets zeggen, neus ophalen, keel schrapen, snoepje ruiken, fronsen.

«Meneer, ik weet niet of u het weet, maar u lijkt me typisch iemand die graag in een museum komt en graag een concertje bezoekt. U hebt zo'n blik van… hoe zal ik zeggen… ik moet weten wat er allemaal te koop is. Heb ik gelijk of niet?» «Om precies te zijn, ik heb geen zin om met u van gedachten te wisselen.» Geeuwen, proberen te kijken op een horloge, rillen, in de nek krabben, plastic tas op schoot nemen.

«Mevrouw, wilt u misschien een boterham? Er zit gekookte worst op, iets anders had ik geloof ik niet in huis, behalve pindakaas dan, maar dat eet ik al zo vaak, met sambal. Ik heb genoeg, dus neem.» «Lekker, dat gaat er wel in. U bent heel vriendelijk. Ik ben op weg naar mijn broer die in Oldenzaal is gaan wonen, een heel eind bij mij vandaan. Ach, ik heb een boek bij me, ik red me wel weer. Ik moet er trouwens zo uit.» Plastic tas tussen de voeten zetten, uit het raam kijken, een hand op de buik leggen, zuchten.

«Mevrouw, daarnet sprak ik een mevrouw die een boek bij zich had. Weet u iets van betekenis of van betekenisloosheid?» «Ik weet alleen dat God drie keer per dag de hemel opvouwt.» Bolle wangen maken, opstaan, jas rechttrekken, plastic tas oppakken, naar de uitgang lopen, fietssleutel uit de jaszak halen.

«Meneer, kunt u me ook zeggen wat Feyenoord heeft gedaan?» «Gewonnen! Maar ze hadden het volgens mij niet makkelijk, hoor.» Fiets uit de stalling halen, bonnetje overhandigen, betalen, sigaret opsteken.