Arkzin een kier naar europa

‘We strijken tachtig procent van de lezers in Kroatie tegen de haren in’, antwoordt hoofdredacteur Vesna Jankovic van Arkzin stellig op de vraag waarom ze geen honderdduizend exemplaren van het blad laten drukken, maar slechts een schamele tienduizend per maand.

Als het waar is dat de grotendeels gelijkgeschakelde media in Kroatie uitblinken in domheid en grenzeloze saaiheid, dan moet er toch een grotere markt zijn voor een intelligent en prikkelend blad als Arkzin? ‘De mensen balen van de sociale omstandigheden, van de regering en de oorlog, maar ze blijven nationalistisch’, zegt Vesna Jankovic bitter.
Arkzin is van oorsprong het huisorgaan van de Anti Ratna Kampanja, de anti-oorlogscampagne van Kroatie. De berichten over de acties en projecten van de vredesbeweging en de consequente kritiek op de minderhedenpolitiek en de schending van de mensenrechten staan haaks op de heersende gedachte dat de trotse, onafhankelijke republiek Kroatie het onschuldige slachtoffer is van Servische agressie en westers onbegrip. Over 'onze’ jongens aan het front dus geen kwaad woord en begrip voor de tegenpartij is helemaal uit den boze. Een bijdrage van geestverwante vredesactivisten uit Belgrado is bij voorbaat verdacht.
'In wat voor staat leven wij?’ is de telkens terugkerende vraag aan de lezers. Arkzin wijst er onvermoeibaar op dat het een staat is waar journalisten worden weggezuiverd bij de staatsradio, waar beschermers van de mensenrechten zich afvragen of zij niet naar het buitenland moeten uitwijken om hun eigen mensenrechten veilig te stellen, waar de liberalen oppositie voeren door te roepen dat er onder geen beding met de Serviers mag worden gepraat. In zo'n staat is normaliteit een utopie. Arkzin is dan ook het enige tijdschrift in Kroatie dat schrijft over bijvoorbeeld aids, prostitutie en het Nederlandse drugsbeleid. De lezers lopen uiteen van wetenschappers tot popmuzikanten, maar de bedaagde professor zal wellicht even moeten slikken bij de extreme lay-out en de zanger van de gecensureerde band Idijoti zal moeite hebben met de intellectuele hoogstandjes van de medewerker uit Wenen die over zijn muziek schrijft.
De oprichters van Anti Ratna Kampanja (Ark) en Arkzin zijn sociologen, filosofen en journalisten die in de jaren tachtig ijverden voor een democratisch socialisme met een modern gezicht. In 1986 vormden ze de eerste milieuactiegroep van Joegoslavie, later kwamen daar diverse vrouwengroepen en een beweging van dienstweigeraars bij. In het voorjaar van 1991, toen duidelijk werd dat de oorlog op uitbreken stond, sloten de verschillende groepen zich aaneen in de Anti Ratna Kampanja. Arkzin kwam dat eerste oorlogsjaar uit als clubblad op A4-formaat. In mei 1993 verscheen een geheel vernieuwd Arkzin: een professioneel geredigeerd en vormgegeven maandblad. De oplage schoot omhoog van duizend naar tienduizend exemplaren.
Het eerste nummer van het vernieuwde Arkzin opende met het bericht dat duizenden woningen van het Joegoslavische Volksleger (JNA) zonder vorm van proces werden ontruimd. De voormalige bewoners van de 'besmette’ flats, meestal Servische officieren en hun familie, waren volstrekt rechteloos. Oude mannen, maar vooral vrouwen met kinderen, die gescheiden waren of hadden gekozen om in Kroatie te blijven toen manlief de wijk nam, werden zonder pardon uit hun huis gezet door de Kroatische Nationale Garde. Activisten van Anti Ratna Kampanja gingen bij ze logeren om dat te verhinderen: mensenrechten golden immers voor iedereen.
De nationale hysterie steeg vorig jaar ten top en richtte zich tegen alles wat in de verte met het JNA, met Serviers, communisten of 'Joego-nostalgici’ te maken had. De Serviers die vrijwillig vertrokken, bewezen daarmee dat ze fout waren, maar ook degenen die wilden blijven, waren verdacht. Hoeveel Kroaten waren er bovendien niet dakloos als gevolg van de oorlog? Goede vaderlandse organen als Vjesnik waarschuwden hun lezers dan ook dat Ark en Arkzin met hun pleidooi voor de mensenrechten een vijfde colonne van de Servische nationalisten waren.
Het redactielokaal van Arkzin is sinds kort gevestigd in de ruimte van een failliet autoverhuurbedrijf. De muren zijn voorzien van affiches uit binnen- en buitenland en handgeschreven huiselijke mededelingen: 'Als je iemand gaat interviewen, bel dan altijd Stanko voor het juiste portret.’ Arkzin bezorgt zo'n veertig mensen werk en gedeeltelijk inkomen.
Het alarm werkt niet. De meest staatsgevaarlijke krant van Kroatie wordt echter niet zozeer bedreigd door inbraak of een bomaanslag, maar door een bezoek van de financiele politie. Arkzin draait voor de helft op de verkoop van de oplage en is voor de andere helft afhankelijk van steun uit het buitenland, met als belangrijkste sponsor het Open Society Fund van Wallstreet-tycoon George Soros. De regerende partij HDZ (Kroatische Democratische Gemeenschap) mag haar verkiezingsoverwinning in 1990 dan in belangrijke mate te danken hebben aan giften van geslaagde Kroatische emigranten in Amerika, Canada en Australie, oppositiekranten die buitenlands geld ontvangen zijn uitleg verschuldigd. En een beetje fiscaal rechercheur weet dat een vette aanslag bij zijn meerderen in goede aarde zal vallen. Arkzin legt aldus koortsachtig driedubbele boekhoudingen aan om tegelijk de binnenlandse fiscus en de buitenlandse weldoeners ter wille te zijn.
De gelijkschakeling van de media is een van de best geslaagde operaties van de regering. Alle belangrijke kranten en de publieke radio en televisie werden in een jaar tijd onder controle van de HDZ gebracht, nota bene onder het mom van privatisering. Dat hield bijvoorbeeld in dat een garagehouder eigenaar van een regionale krant kon worden als hij over de juiste contacten beschikte en bereid was de hoofdredactie te vervangen. Kritische journalisten werden ontslagen en vervangen door tandeloze broodschrijvers die braaf de juiste persconferenties bezochten waar ze beleefd noteerden wat hun werd gedicteerd.
Het handjevol onafhankelijke media dat zich staande weet te houden, krijgt voortdurend te maken met verdachtmakingen, intimidaties en erger. Na de overname van Slobodna Dalmacija uit Split stapte de redactie collectief op. Zij maakt nu het weekblad Feral Tribune, dat beroemd is vanwege zijn satirische pagina’s en fotomontages. Het blad onthult veelvuldig oorlogsmisdaden van Kroatische milities en levert scherpe politieke analysen. De machthebbers probeerden de in Sarajevo geboren hoofdredacteur Victor Ivancic het leger in te krijgen. Bijna werd hij naar het front in Bosnie gestuurd. Er waren interventies van kopstukken als Tadeusz Mazowiecki en Klaus Kinkel nodig om Ivancic na een maand weer te krijgen waar hij hoort: op de krant.
Het hoofdartikel in het februarinummer van Arkzin was gewijd aan de mediaoorlog: 'De regering is goed in het om zeep helpen van de media, maar zelf een goede krant maken zal ze per definitie nooit kunnen.’ Arkzin analyseert hoe de houding van de regering tegenover de kritische media zowel voortkomt uit frustratie als uit zuivere paranoia. Dat heeft deels te maken met de oorlogstoestand: Servische kanonnen staan op veertig kilometer van Zagreb, een derde van het land is bezet, de rest heeft hevig te lijden onder onervaren bestuurders, corruptie en het hoge defensiebudget. Maar het is ook een erfenis van vijftig jaar totalitair collectivisme: wie niet voor ons is, is tegen ons. De standaardvraag aan de dissidenten en haar sponsors is: Wie zit er achter? Serviers, communisten of joodse speculanten?
Het heeft wat paradoxaals dat Arkzin wordt gedrukt op de pers van de semi- staatskrant Vjesnic en te koop ligt in de kiosken van Tisak, het staatsbedrijf dat het monopolie heeft op de distributie. Als ik Vesna Jankovic vraag naar de concrete tegenwerking van de staat, blijft het even stil: 'Ons geluk is dat we tot nog toe onderdeel waren van Anti Ratna Kampanja, en dat is zo'n wirwar van mensen, groepen en projecten dat ze daar onmogelijk zicht op konden krijgen. Chaos is de beste bescherming. En er gaat maar weinig geld om, dus dat maakte het ook niet zo interessant voor hen. Maar je weet wat ze gedaan hebben met al die andere kranten en journalisten? Als ze willen kunnen ze ons in een handomdraai kapot maken!’
Vooralsnog speelt Arkzin een belangrijke rol in het Kroatische medialandschap. Het is inmiddels, mede dank zij Arkzin, in de gevestigde media geen taboe meer om aandacht te besteden aan mensenrechten en oorlogsmisdaden. Ook de toon van de staatsmedia is wat minder agressief dan een of twee jaar geleden. Nu en dan verschijnen er in de bovengrondse pers zelfs artikelen die in Arkzin niet zouden misstaan. Er is op de redactie van Arkzin dan ook een discussie uitgebroken over de eigen identiteit van het blad. De fraaie sanwichformule van onafhankelijke duvelstoejager in het publieke debat en platform voor de nog immer rijkgeschakeerde underground in Kroatie, lijkt echter een prima basis voor een strijdbaar blad. Voor punker en professor.