Met je Mercedes naar de voedselbank

Arm in welvaartsland

Op de vraag of ik op de pof kan kopen, kijkt Lucky (61) me onderzoekend aan. Het is niet de vraag die hem bevreemdt, maar dat het verzoek komt van iemand die hij niet eerder in zijn winkel zag. Het gebrom van de koelkast maakt dat ik zijn antwoord in eerste instantie niet versta. Dan buigt de eigenaar zich over de toonbank: “Ik heb een kopie van je bankrekening of uitkering nodig.”

Medium 6 arm in welvaartsland  openingsbeeld

Het is maart 2011 als Rotterdam de schijnwerpers op zich gericht weet. Eerst is er het rapport van Deetman en Mans waarin de economische achterstand van Rotterdam-Zuid tegen het licht wordt gehouden. Dan is er de Armoedeconferentie waarin bekend wordt dat bijna een derde van de inwoners van deelgemeente Feijenoord onder de armoedegrens leeft. Arm in een welvarend land, het lijkt vreemd maar voor veel inwoners van de zuidelijke Maasoever is het de dagelijkse realiteit.

Als je de richtlijn hanteert dat je onder de armoedegrens leeft als je als gezin met drie kinderen van 1400€ per maand moet rondkomen, dan is Lucky met vijf kinderen arm. Zelf vindt hij van niet. “Ik zou wel rijker kunnen zijn als mijn winkel niet voortdurend wordt overvallen.” Acht overvallen in krap twee jaar. De moslim kijkt zijn winkeltje rond: bier, kattenvoer, chips en sigaretten. Het aanbod weerspiegelt de levensbehoeften van de buurt rond de Strevelsweg.

Een stuk of vijftien mensen noteerde hij afgelopen week in het kasboek. “Soms gaat het om kleine bedragen. Een pak melk of macaroni.” Hij heeft nog een boek met hen die in gebreke bleven, maar dat slaat hij liever niet meer open. Alleenstaande vrouwen met kinderen en ouderen halen in Charlois met moeite het financiële einde van de maand. “Die hebben het vaak zwaar.”

Voor Lucky is het probleem van Zuid helder. “Criminaliteit”, zegt hij zonder spoor van twijfel. “Mensen zorgen niet langer zelf voor hun spullen, maar pakken dat van anderen af omdat het gemakkelijker is. Het begint met de kinderen. Die staan hier in de straat te blowen, komen tot niets. Gaan niet naar school, hebben geen baantje. Voor wiet heb je geld nodig. Dat krijg je niet op de pof.”

Medium 1 arm in welvaartsland
Medium 2 arm in welvaartsland
Medium 3 arm in welvaartsland
Medium 5 arm in welvaartsland

Armoe in Rotterdam is niet nieuw. Al in 1903 schreef journalist Louis Schotting over de schrijnende woonomstandigheden van arbeiders in het centrum van Rotterdam. Nu zorgt het eenzijdige woningaanbod op Zuid dat arme mensen vooral in dit deel van de stad wonen. Je zult Therese Steur van Rosa (Rotterdamse Sociale Alliantie) dan ook niet horen beweren dat armoe in Rotterdam nieuw is. “Maar”, zegt ze in een café naast het kantoor van deelgemeente Feijenoord, “de sfeer is grimmiger. Vroeger was er het gevoel dat armoede oplosbaar is. Er was hoop, er was perspectief. Nu zijn er bezuinigingen en wordt alles afgeschaft. De Ruilwinkel loopt niet omdat er niets te ruilen valt en ook de Voedselbank deelt steeds minder uit.”

“Klopt”, zegt Truida van Rij (64) die de wekelijkse uitgifte van de Voedselbank coördineert. “De Voedselbank zelf lijdt ook onder de crisis. Er wordt minder eten afgestaan, terwijl mensen het wel moeilijker krijgen.”

Iedere vrijdag is ’t Rechthuis in Katendrecht voor een uur of twee Voedselbank. Als de vrachtwagen met eten is gearriveerd, schuiven de mensen de inhoud zwijgend in hun boodschappentasjes. Om twaalf uur deelt Van Rij de overgebleven pakketten uit aan illegalen. “Die motten toch ook eten,” zegt ze schouderophalend.

Hoewel er in Feijenoord alleen al zo'n 20.000 mensen onder de armoedegrens wonen, staan er maar 43 mensen op het wekelijkse lijstje van de Voedselbank. Om in aanmerking te komen moet je aantonen minder dan 50€ per week te besteden te hebben. Volgens Van Rij is schaamte niet de enige reden dat er weinig aanvragen zijn. “Veel mensen krijgen het gewoonweg niet voor elkaar om gebruik te maken van de voorzieningen die er zijn. Je mag maximaal een jaar van de Voedselbank gebruik maken. Daarna moet je het opnieuw aanvragen. De meeste mensen verdwijnen na dat jaar. Omdat ze vergeten zijn de papieren in te laten vullen of een briefje kwijt zijn. Nooit omdat het ze beter gaat.”

Tom is een van de mensen die van de voedselbank gebruikt maakt. Een grote vent wiens omvang eerder te veel dan te weinig eten doet vermoeden. Het grootste deel van de week eet hij uit de vuilnisbak. “Soms woon ik een tijdje op een vaste plek, maar dat gaat meestal mis. Ik vergeet afspraken.” Vandaag eet hij niet uit de vuilnisbak, al is het hem een raadsel hoe hij van mangosap, vla en bloemkool een maaltijd moet koken.

Wie de Erasmusbrug naar de zuidoever neemt, ziet niets van de illegalen in Katendrecht die hopen op de restjes van de voedselbank, de geesteszieke zwervers rond vuilnisbakken of blowende hangjongeren. Het architectonische hoogstandje over de Maas wordt op de voet gevolgd door het Luxortheater en het Openbaar Ministerie in zijn rode bakstenen huid. Ook het onderkomen van de deelgemeente Feijenoord aan de Maashaven ligt er blakend bij. Maar op de eerste etage van waaruit dagelijks bestuurder Turan Yazir armoede bestrijdt en aan de overkant waar wijkagent Arno Stroop zich klaarmaakt voor zijn surveillance, weten ze wel beter.

Medium 7 arm in welvaartsland
Medium 8 arm in welvaartsland
Medium 9 arm in welvaartsland
Medium 10 arm in welvaartsland

Een ‘veelkoppig’ monster noemt Yazir armoede in de deelgemeente. Hij refereert daarmee aan de potpourri van factoren als taalachterstand, eenzijdig woningaanbod, laaggeschoolde bevolking en weinig laaggeschoold werk die de economische ontwikkeling van Zuid en haar bewoners belemmeren. Werkgelegenheid is dan ook één van de speerpunten voor de bestuurder.

In het rapport Kwaliteitsprong Zuid dat Deetmans en Mans begin dit jaar publiceerden in opdracht van de toenmalige minister Van der Laan, constateren zij dat de problemen op Zuid deels terug te voeren zijn op ontwikkelingen in de haven en het woningaanbod. Aanvankelijk heerst er op Zuid grote bedrijvigheid. De haven floreert en in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw vervangen arbeidskrachten uit Zuid-Europa de eerdere fortuinzoekers uit Brabant en Zeeland. Ze vestigen zich in de naoorlogse woningen en tuindorpen op Zuid.

Maar het succes van de Rotterdamse haven betekent dat het toenemende aantal schepen beslag legt op de capaciteit van de bestaande havens. De stad gaat op zoek naar ruimte. En die wordt veertig kilometer westwaarts gevonden in de constructie van de Maasvlakte. Niet veel later volgt een tweede ontwikkeling die voor Zuid ongunstig uitpakt; de opkomst van VINEX-locaties in gebieden tegen Rotterdam. Wie het zich kan veroorloven, trekt naar plaatsen als Barendrecht. De achterblijvers met de laagste inkomens blijven in een deel van de stad waar het werk in de haven terugloopt.

En dat deel is waar nu nog de laagste inkomens liggen. In wijken als Bloemhof, Feijenoord, Carnisse en Tarwijk ligt het gemiddeld besteedbaar per huishouden € 6.000 lager dan elders in Rotterdam. Het eenzijdige woningaanbod zorgt er voor dat de enige mensen die de wijk inkomen degene zijn die het minst te besteden hebben.

En dus legt Yazir op zijn kamer tegenover de Maashaven nog maar eens de speerpunten van het armoedebeleid uit: “Werkgelegenheid creëren naast een gevarieerd woningaanbod. Dat eerste” , haast de bestuurder te zeggen, “behoeft wel enige nuancering. Natuurlijk is werkgelegenheid creëren niet nieuw, maar we proberen meer dan voorheen bestaande trajecten aan elkaar te koppelen.” Makkelijk wordt dat niet voor het stadsbestuur want slechts 20 procent van de Rotterdamse arbeidsplaatsen bevindt zich op Zuid.

Roel Hoekstra (59) lacht schamper om het voornemen van de deelgemeente. “Nou ik wens ze veel succes”, zegt de voormalig boekhandelaar in zijn woning in Vreewijk. “Armoede”, zegt hij nauwelijks verstaanbaar met een sjekkie in z'n mond. “Tuurlijk hebben we armoe. We hebben in Nederland een kenniseconomie en hier wonen alleen maar mensen die met hun handen kunnen werken. Vroeger had je de haven, de Van Nellefabriek en een heleboel andere fabrieken. Nu is het Maaslandziekenhuis de grootste werkgever. Als je simpel werk wil doen moet je naar de Maasvlakte. Maar hoe je daar moet komen mag je zelf uitvogelen.”

Yasir erkent dat de problemen in zijn deelgemeente groot zijn, desalniettemin blijft hij er bij dat werk een van de belangrijkste wapens is in de strijd tegen armoe. Vooral vrouwen en jongeren moeten geholpen worden. “De opzet is dat we ons pro-actief naar werkgevers opstellen. We gaan echt kijken waar we werkgevers van dienst kunnen zijn. Daarnaast beginnen we heel laagdrempelig met trajecten vanuit wijkcentra om te kijken hoe we mensen naar werk kunnen leiden. Het kan zijn dat sommige mensen eerst vrijwilligerswerk zullen moeten verrichten om ervaring op te doen.”

Toen de man van Meryam (38) op een dag meedeelde dat hij een andere vrouw had, viel haar leven in meer dan één opzicht aan diggelen. “Ik heb nooit geleerd”, zegt ze terwijl ze de tros bananen van de voedselbank, die overrijp de schil uitglibberen, opzij legt. “Was ondenkbaar toen ik ging trouwen. Nu heb ik vier kinderen en leef ik van de bijstand. Het stomme is dat ik wil werken maar geen opleiding kan betalen die naar werk leidt. Maar ik ga geen vrijwilligerswerk doen. Echt niet.”

Ahmed Abdillah is postbode van Somalische afkomst. Hij ziet op zijn ronde door Feyenoord genoeg enveloppen om te weten dat er een hoop ellende is. Hij is het eens met de voormalig boekhandelaar dat er nauwelijks geschikt werk is voor mensen op Zuid en hij maakt zich zorgen over andere gevolgen van armoe. De verpaupering leidt volgens hem tot extremisme. “Ik zie het bij Somaliërs; die trekken zich terug in hun schulp of vertrekken naar Engeland want daar is de samenleving gesegregeerd. Lekker bij je eigen mensen wonen. In Rotterdam gebeurt precies hetzelfde met het 'Wilderisme’. Iedereen komt slechts voor zijn eigen groep op. ”

Medium 11 arm in welvaartsland
Medium 12 arm in welvaartsland
Medium 13 arm in welvaartsland
Medium 14 arm in welvaartsland

Het tweede speerpunt van deelgemeente Feijenoord is de aanpak van het eenzijdige woningaanbod. De dagelijks bestuurder heeft er alle vertrouwen in dat bij een gevarieerder aanbod is de problemen in de wijk verdund worden. “Kijk maar naar Katendrecht ”, zegt Yasir verwijzend naar de volkswijk die decennia lang een ruige havenbuurt was en nu in trek is bij ondernemers en studenten. Veel bewoners zijn sceptisch over de plannen van de deelgemeente. Achterdocht naar de overheid regeert. Want, wordt er geredeneerd, duurdere huizen betekent een hogere huur. “Nee”, zegt Yasir, “dat is niet juist. We bieden variatie aan ook in het goedkope segment waar nu veel scheefwonen plaatsvindt. "Wat nou variatie, zegt een van de Marokkaanse jongeren die in de wijk Bloemhof op straat hangt. "Kijk naar de Kop van Zuid. Allemaal dure woningen. Gewoon een prestigeproject voor blanken. En wie woont er in de Paperclip? Nou geen blanken kan ik je vertellen.

Terwijl de deelgemeente de werkgelegenheid en het woningaanbod aanpakt, concentreert wijkagent Stroop zich vooral op verloedering. Hij kent de klachten van mensen als Lucky over criminaliteit onder jongeren. De problemen van Rotterdam-Zuid zijn complex, erkent Stroop tijdens een wandeling door zijn wijk. Geweld achter de voordeur, criminaliteit, verloedering. Er zijn perioden geweest dat ze de lastige jongeren uit de criminele groepen de VIP (Very Irritating Policeman) treatment gaven. "Dan werden die gasten dag en nacht openlijk door een agent gevolgd. Het hielp, maar het was niet structureel. Zo'n gast ging dan na verloop van tijd een andere wijk lastig vallen en het was intensief, dus duur.” Zijn grootste taak ziet hij als het tegengaan van verloedering. “Ook dat is armoe.”

En dus noteert hij op aanraden van een stel hangjongeren een auto die al weken langs de stoep staat. Binnenterreintjes die niet onderhouden worden, geeft hij door aan de woningbouwvereniging. Het zijn simpele dingen geeft Stroop toe. “Maar als kapotte spullen snel vervangen worden, wordt het niet erger.” Verloedering wakkert het gevoel van onveiligheid aan, weet Stroop. Tijdens zijn ronde wordt hij aangesproken door twee vrouwen die hun beklag doen over spuiten in het gras en bovenburen die hun vuilnis naar beneden kieperen. Hij maakt er een notitie van, en belooft de dames er achter aan te gaan. “Je gezicht laten zien is belangrijk”, zegt de wijkagent terwijl hij met een sleutel het portiek van een flat ontsluit. Via de fietsenkelders controleert hij of er niet gedeald wordt, geen kelderboxen in de fik worden gestoken. Een jongen die een eindje verderop tegen een boom wil plassen krijgt een waarschuwing.

Gevraagd naar een oplossing voor armoede verwijzen bewoners steevast naar de overheid. Zij moeten het oplossen. Maar als de deelgemeente huizen wil slopen om er betere huizen voor in de plaats te zetten verschijnen er zoals aan de Strevelsweg direct spandoeken met teksten waarin wordt aangekondigd dat de gemeente tegenwerking zal ondervinden. Ook bij de boekhandelaar waar een groep vrienden zich verzamelt is de kritiek niet van de lucht maar wordt zelden een hand in eigen boezem gestoken. Het ligt aan hen. Zij moeten banen creëren, zij moeten de uitkeringen opschroeven, zij moeten stageplaatsen creëren. En ook de Surinaamse vrouw bij de voedselbank die in een Mercedes verschijnt om haar doos in ontvangst te nemen, reageert geïrriteerd als er naar gevraagd wordt. Hoe moet ik hier anders komen? Ik ga toch niet met de tram komen.“

Onder de mensen die in Feijenoord onder de armoede grens leven, bevinden zich 6000 kinderen. Desondanks merkt Eric Zeelenberg, leraar op de Heemskerkschool, niet dat kinderen met honger naar school komen. "Integendeel zou ik haast zeggen”. Wat hij signaleert is wat hij noemt 'sociale armoede’. “Met tien euro voor een zak chips naar school komen. Naar bed gaan wanneer je dat zelf wilt, niemand die er zich om bekommert.”

Zeelenberg is dol op zijn overwegend Turkse leerlingen, maar schroomt niet de belemmeringen te benoemen. “De meeste kinderen komen voor het eerst in aanraking met de Nederlandse taal als ze hier op school komen. Wie kansen heeft trekt weg. De rest blijft. Tachtig procent van mijn leerlingen is Turks. Veel ouders zijn werkloos en laag opgeleid.” Wat ernstig ontbreekt, meent de leraar is stimulans. “Opvoeden is volgens veel ouders in de wijk: voeden, schoonhouden en eten geven. Daarmee ben je er niet.”

“Mensen hier in de wijk beschermen elkaar en houden elkaar de hand boven het hoofd. Dat klinkt heel aardig, maar het staat wel de ontwikkeling in de weg. Je hoeft geen Nederlands te leren om je hier te kunnen redden.” Zeelenberg durft zelfs een stapje verder te gaan: “Ik ken vaders die goed Nederlands spreken. Die vaders halen een vrouw uit Turkije die de taal niet spreekt en die niet wordt gestimuleerd om les te volgen want dat is immers nergens voor nodig. Die moeders weten niets van de samenleving hier. De vaders bemoeien zich niet met de opvoeding. Ik zie na twintig jaar lesgeven weinig vooruitgang.”

Het Rijk heeft inmiddels te kennen gegeven 18 miljoen in scholing in het gebied te willen stoppen omdat een derde van de kinderen op Zuid een taalachterstand heeft. Taal is volgens Zeelenberg de sleutel tot vrijwel alles. Maar ook bemoeienis met je kinderen. “Zodra een jongen een snorretje heeft en de baard in de keel heeft is een vent en wordt hij aan zijn lot overgelaten.”

Iets voorbij de school schopt een jongen een bal tegen een muurtje pal onder de tekst. 'De mens zal van brood alleen niet leven’, Het bijbelcitaat lijkt een actueel motto in een stadsdeel waar armoedebestrijding de politieke agenda kleurt.


Journalist Anneke de Bundel verhaalt over mensen die tegen de stroom opboksen: www.anneeke.wordpress.com
Fotograaf Nicole Franken zoomt in op wat buiten beeld valt: www.nomadreports.com