Kodi Smit-McPhee als Peter © Kirsty Giffin / Netflix

‘Hij is gewoon een man.’
Zo probeert een moeder haar zoon gerust te stellen over de dreiging die uitgaat van een nieuwe man in hun leven.

‘Hij is gewoon weer een man.’

Let op dat ‘weer’. Er is eerder een man geweest in hun leven, de vader van de jongen, maar die is dood. In een van de beginscènes van The Power of the Dog plaatst de jongen bloemen bij het graf van die vader. Het zijn niet zomaar bloemen. Het zijn bloemen van papier, ragfijn en wonderschoon, in tere kleurtjes. De eerste keer dat de jongen in beeld komt, zie je hem op zijn kamer achter een bureautje die bloemen maken, een delicaat werkje, heel voorzichtig en geduldig knipt hij kranten en tijdschriften in fijne reepjes, om ze vervolgens te plooien en te plakken tot rozen en orchidee-achtige bloemen. Als zijn moeder binnenkomt, kijkt ze even over zijn schouder mee, ze bewondert het plakboek waarin hij plaatjes en illustraties verzamelt van mooie mensen en dingen, en als ze de bloemen ziet is ze verrukt.

‘Ik zet ze op tafel vanavond!’

Zo zonnig en onschuldig als dit tafereel zich aandient, zo hard en benard klopt het hart van de kijker meteen al in de keel. Die weet immers wie er straks aan die gedekte tafel zal zitten, en wie zo gauw hij ze in zijn woedende vizier krijgt zijn zogezegde reet met die bloemetjes zal afvegen.

Benedict Cumberbatch als Phil Burbank © Netflix

Montana, 1925. We bevinden ons in het ruige bergachtige landschap waar echte mannen, oftewel cowboys, het voor het zeggen hebben. Maar dit is een film van Jane Campion (67), wat niet wil zeggen dat het allemaal homo’s zijn, maar je weet het niet. Deze Nieuw-Zeelandse regisseur is er een meester in om het vrouwelijke en het mannelijke element in al hun verschijningsvormen op elkaar te laten botsen, dan wel te onderzoeken alsof ze van Mars komt, het leverde all-time lievelingsfilms op als The Piano (1993) en In the Cut (2003). In haar eigen verschijningsvorm lijkt ze met haar lange grijze haren, onpeilbare blik, steeds meer samen te vallen met het door haar gecreëerde vrouwenopperhoofd GJ in de televisieserie Top of the Lake (2013), een onvergetelijke rol van Holly Hunter. ‘So, you are on your knees?’ houdt deze haar volgelingen voor, een immer uitdijende groep getroebleerde vrouwen die zich random door de wereld verplaatsen, op zoek naar verlossing. ‘Good. Now die to yourself. Everything you think you are, you are not. What’s left? Find out.’

Sterven en opnieuw geboren worden. Het is het type soul searching waaraan Campion haar acteurs/personages uitlevert in haar werk. De tranen van Nicole Kidman die het als Isabel Archer in The Portrait of a Lady (1996) moet opnemen tegen aartssluwerik Gilbert Osmond, John Malkovich op z’n meest duivels, zijn echte tranen. Net zo echt als de blote billen van Harvey Keitel in The Piano, de verlegen lach van Kerry Fox als Janet Frame in An Angel at my Table (1990) en nu de tastbaar seksuele dreiging die uitgaat van Benedict Cumberbatch in The Power of the Dog.

Een feest van echte mannen dus in deze western, zoals in westerns dat feest nu eenmaal wordt gevierd. Alleen is in de regie van Campion die mannelijkheid van meet af aan het onderwerp van de film, als een dwingend, opgelegd vertoon. De mannen zijn elkaars kwelgeest en favoriete gezelschap ineen. Waar zou je nog een vrouw voor nodig hebben? Zie ze daar lopen, hun wijdbeensheid nog eens onderstreept door de wapperende leren flappen aan hun broeken, de hoeden tot net boven de ogen op de nieuwsgierige koppen geplant, elkaar uitdagend bij het verplichte bordeelbezoek de borrel in één keer achterover te slaan, hun dieren te gebruiken waartoe ze kennelijk op aarde zijn: ze te castreren – met blote handen! –, ze te zadelen – als je valt, meteen weer opstaan – en ze te villen – om de huiden naderhand in de fik te kunnen steken, dat liever dan ze aan de indianen te verkopen. Zie ze vechten, stoeien, elkaar onder water duwen, lachen, roken, bang zijn, weten wat ze aan elkaar hebben. En vooral: weten wie de baas is.

Kirsten Dunst als Rose Gordon © Kirsty Giffin / Netflix

Deze baas, Phil Burbank, wordt geplaagd door één handicap, zo op het eerste oog: zijn broer, George Burbank, door hem consequent aangesproken als ‘fatso’. Dikzak. Denk Benedict Cumberbatch en Jesse Plemons, en get the picture. Cumberbatch is leaner en meaner dan we hem ooit op doek hebben gezien, zijn ogen priemen, er komt stoom uit zijn oren, hij zit er permanent tegenaan om iets of iemand er eens flink van langs te geven. Plemons is zijn tegenpool, zowel fysiek als mentaal. We zien hem voor het eerst als hij in bad ligt, verzorgd snorretje, gepommadeerde haartjes.

‘Weleens in dit bad gelegen, Phil?’ informeert hij, alsof hij het antwoord niet allang weet.

Benedict is de getergde man, zichzelf kastijdend en strelend, in zijn eigen verborgen _man cave_

Rozig en vettig ligt George daar in ledigheid te liggen, de boel bij voorkeur de boel latend, ware het niet dat hij tot actie wordt gemaand door de rusteloze broer die op de overloop heen en weer stampt als een gekooid beest. Er moet iets geregeld worden in het dorp, de roedel cowboys trekt er groots op uit, de plaatselijke herbergierster weet wat haar te doen staat: de tafel dekken voor twaalf, in grote hoeveelheden kip frituren, en haar zoon die net nog vredig zijn bloemetjes aan het knippen en plakken was uit zijn kamer verjagen. Ieder bed is er één.

Die zoon, Peter genaamd, is bijna te etherisch om waar te zijn, Timothée Chalamet is een bouwvakker vergeleken bij deze Kodi Smit-McPhee. Dun en lijdzaam, met een indolente oogopslag, zwart sluik haar en meer dan volle lippen lijkt hij eerder een visioen dan een realiteit. Eenmaal verschenen aan Phil is het een kwestie van afwachten tot het roofdier zijn prooi tussen de tanden neemt. Maar dan moet eerst de moeder worden kaltgestellt. Het mooie, brede, ongevaarlijke gezicht van Kirsten Dunst is perfect om het hele palet aan irritante zorgzaamheid en huilerige passiviteit van deze Rose te tonen. Wie moet uiteindelijk wie beschermen?

Jesse Plemons als George Burbank en Kisten Dunst als Rose Gordon © Kirsty Giffin / Netflix

Zoals bijna alle films van Campion is ook The Power of the Dog gebaseerd op een roman. De klassieke gelijknamige western dateert van 1967 en werd geschreven door Thomas Savage. Fun fact: de nieuwe editie van het boek wordt ingeleid door Annie Proulx, die eerder zelf Brokeback Mountain schreef, een kort verhaal over twee cowboys – neutrale samenvatting – dat in 1997 in The New Yorker stond. Ang Lee verfilmde het in 2005, met Heath Ledger en Jake Gyllenhaal die de kunst van het als twee paarden tegen elkaar aan staan tot grote hoogte verhieven.

The Power of the Dog is een wonderbaarlijke film. Zo helder als de plot zich ontwikkelt, zo duister is het uiteindelijk wat er aan de hand is. Dat wil zeggen: op het niveau van de handelingen is het duidelijk wat er gebeurt, maar of je als kijker ook gelouterd en opgelucht de aftiteling ziet inzetten? Het indrukwekkende, en keelsnoerend spannende is dat geen enkele machtsverhouding vastligt in deze film. Degene die vernederd dreigt te worden kan zomaar de topdog blijken te zijn, en vice versa: wie nu nog onder ligt, is straks misschien de overwinnaar.

Wat gaat er schuil in dat bête hoofd van George, de zwakke broer die zomaar achter zijn broers rug om getrouwd blijkt te zijn en tegen alle regels in een vrouw in huis haalt? En, hamvraag die de jongen aan de kwaaie Phil stelt, die zich ontpopt tot zijn mentor: ‘Wat voor een man ben ik als ik jou gehoorzaam?’

Phil Burbank (rechts) en George Mason als Cricket (links) © Kirsty Giffin / Netflix

Onvergetelijk hoe Campion sissy boy Peter in zijn veel te nette spijkerbroek, de smetteloze hoed gek hoog op het hoofd, laat paraderen langs de sissende en fluitende cowboys. Zo schattig hoe hij een konijntje vangt en meeneemt naar huis, laat rondsnuffelen in zijn kamer, en zo creepy hoe hij dan opeens het beestje binnenstebuiten gekeerd blijkt te hebben. Als je goed om je heen kijkt zie je overal erotiek, Campion laat ons kijken naar het wuivende droge gras, het glanzende vel van paarden waar vliegen graag vertoeven, de ogen die Peter dichtknijpt als zijn paard stapvoets het steile landschap bedwingt. O, Benedict. Tot in al zijn poriën is hij de geplaagde, getergde man, zichzelf kastijdend en sluiks strelend, in zijn eigen verborgen man cave midden in het bos. Voordat hij in het ijskoude meertje springt smeert hij zichzelf in met modder.

Zijn broer wil hem graag frisgewassen aan tafel zien als hij de gouverneur en zijn vrouw uitnodigt op hun ranch.

Ook de ouders moeten opeens op bezoek komen, George heeft alles uitgedacht.

Rose moet er een moppie bij spelen op de vleugel die hij speciaal voor haar in huis heeft gehaald.

‘I stink and I like it’, bijt Phil zijn broer toe. Hij speelt het spelletje niet mee. Phils natuurlijke biotoop is de stal, waar hij een koeienhuid met uiterste precisie aan reepjes knipt, om er met eindeloos geduld een touw van te knopen. Wat aanvankelijk een strop lijkt te worden om wat of wie dan ook mee te kunnen kelen, verandert gaandeweg in een cadeau, een blijk van liefde, teerder dan welke bloem dan ook.

The Power of the Dog is vanaf deze week te zien op Netflix