Arme kunstenaar

Nederland telt 11.600 beeldend kunstenaars van wie, heeft de Universiteit van Amsterdam uitgerekend, zich een kwart op de armoedegrens bevindt. Ruim 2300 hunner verdienen zelfs minder dan 5000 gulden per jaar (of niets). Slechts één procent - successchilders als Rob Scholte - zit boven de ton.

Waarbij moge worden bedacht dat de schrijvers en componisten er niet veel beter aan toe zijn. Schrijf nooit een essaybundel. Je investeert het maximum aan tijd en geleerdheid, en krijgt daarvoor 1000 x 3 gulden = 3000 gulden, hetgeen neerkomt op een half maandsalaris van een fietsenmaker. Alleen de architecten hebben zelden te klagen. Wij, het kritisch toeziende publiek, echter des te meer over hén. En dan te bedenken dat de situatie, althans wat de beeldend kunstenaars betreft, nog geflatteerd is ook. Want als de Rabobank en het Academisch Medisch Centrum hun muren niet vol etsen, gouaches en schilderstukken hadden volgehangen, dit in ruil voor een financiële tegenprestatie, waren de dames en heren kunstenaars allang van honger en chagrijn gestorven. Een vraagstuk binnen het vraagstuk is dat de beeldend kunstenaar binnen de culturele disciplines een speciale plaats inneemt. Want zijn werk is onverifieerbaar. Misschien is hij een genie, wellicht is hij een charlatan, die net zo goed de behangselkwast had kunnen hanteren. Een literator moet minimaal leesbaar kunnen schrijven, zoals een componist het notenschrift moet beheersen, terwijl een schilder, woordenrijk theoretiserend over de wondere achtergronden van het rood, geel en blauw, de kijkers en kopers alles wijs kan maken. Het maakt de marktpositie van de minder bedeelden onder hen er niet er sterker op. Aan onze sociaal voelende staatssecretaris voor de kunsten Rick van der Ploeg om, gealarmeerd door de Universiteit van Amsterdam, een creatieve oplossing voor deze misstand te bedenken