Nederland volgens Dostojevski

Arme mensen en Witte nachten

‘Mijn onschatbare Varvara Alekseevna,

Gisteren was ik gelukkig, buitengewoon gelukkig, zo gelukkig als maar kan!’

Ochtend. Regen. Burgers spoeden zich naar hun werk. Naar Rotterdam. Ieder gaat zijns weegs. Genoeg over Pim Fortuyn. Dostojevski. Ik ga naar Leiden. Naar de universiteit. Er is in Leiden een vakgroep ‘Russische volksaard’. Nooit ben ik iets absurders tegengekomen, zelfs niet in het Russische onderwijs. Origineel is ook dat de docent van deze vakgroep me overtuigde dat het Russische volk, als het ware, niet bestaat. Dit volk is maar een mengsel van oosterse en westerse volken.

Geen volk? Dan bestaat de volksschrijver Dostojevski ook niet. In Nederland bestaat hij inderdaad niet. Op straat kent men Joeri Gagarin. In de kroegen voor intellectuelen wordt Solzjenitsyn en in het parlement wordt ‘mister njet’ Gromyko herinnerd.

In Nederland leest men liever geen boeken, maar kranten. Arme mensen. Ze hebben geen tijd, de dag is strikt gepland: om 7 uur opstaan, werken, om 12.30 uur lunchen, avondeten om 18 uur en televisie kijken. En dan een gezonde diepe slaap. En zo elke dag. Zelfs de weekends lijken als twee druppels water op elkaar, schreef het Reformatorisch Dagblad ooit. Witte nachten wordt hier dus geassocieerd met Nederlandse cocaïne en Arme mensen met Russische armoede.

Zeker. Het tijdperk van de territoriale imperia is voorbij. Alleen economie speelt nog een rol. Men zoekt geen nieuwe koloniën, men zoekt goedkope arbeidskracht. Maar voor de mens is bijna niks veranderd. Hij blijft vernederd en gekrenkt als toen. Dostojevski gaat dus over jullie: ellendige ambtenaren, alleenstaande bejaarden, ambitieuze jongelingen, verliefde duivels, onbegaafde politici en revolutionairen. De buitenwereld is na 1840 veranderd, maar de binnenwereld van de mens niet. Sterker nog, de complexen zijn erger geworden.

Arme mensen is een brievenroman voor jullie geschreven.

‘Vandaag, droefheid, verveling, treurnis! Kennelijk is het zo’n dag! Vaarwel.

Uw Varvara Dobroselova.

PS: weet u, als we naar het theater gaan, zet ik mijn nieuwe petje op, trek een zwarte mantilla aan. Is dat goed?’