Economie

Arme politiek

Met name Wouter Bos liet zich als minister door veel ambtenaren vergezellen als hij met de commissie Financiën van de Tweede Kamer in debat moest. Soms waren er zo veel ambtenaren in de (commissie)zaal dat er niet voor iedereen plaats naast of achter de minister was en dat een deel tussen het publiek moest plaatsnemen.

Maar ik heb Johan, dacht ik dan schertsend. Johan was mijn medewerker in de Tweede Kamer: jong maar slim, onderbetaald en over­belast. Die vele ambtenaren tegenover Johan: dat illustreerde de scheve verhouding tussen de uitvoerende macht van het kabinet en de controlerende macht van het parlement.

Zeker tijdens de chaos op de financiële markten in oktober 2008 werd de verhouding nog schever. Het minis­terie van Financiën huurde de duur­betaalde zakenbankiers van Lazard in om de koop en de redding van ABN Amro financieel te waar­deren. De leden van de Tweede Kamer moesten zich daarentegen gewapend met een technische briefing door datzelfde ministerie (!) en hun gezond verstand buigen over de vraag: was 16,8 miljard euro voor de koop van ABN Amro een goede prijs? Die zaken­bankiers vormden geen garantie voor een vlekkeloos onderhandelings­resultaat: de lijken vielen snel uit de kast. Maar de Tweede Kamer had de lijken zeker niet kunnen ontdekken voordat ze eruit vielen.De scheve verhouding tussen uitvoerende en controlerende macht is scherp met cijfers tot uitdrukking te brengen. Voor 2013 zijn de begrote uitgaven aan de Staten-Generaal 136 miljoen en die aan de rijksoverheid 182.911 miljoen. Aan politieke, democratische controle op de uitvoering wordt in Nederland dus nauwelijks geld besteed: de kosten bedragen slechts 0,07 procent van het totaal, minder dan een promille. Dat een enkele politieke partij pleit voor minder leden van de Tweede Kamer en dat geen enkele politieke partij pleit voor meer ondersteuning van het parlement laat zien dat controle op de uitvoerende macht per saldo geen hoge prioriteit krijgt. Politici luisteren te zeer naar de stem van het volk en die zegt dat zij even nutteloos als overbetaald zijn en dus niet in de watten moeten worden gelegd. Alleen oud-politici, die van het juk van de kiezer bevrijd zijn, durven dit te weerspreken.

De leden van het parlement zullen hun ondersteuning buiten het parlement moeten zoeken. Beperking hierbij is wel de oekaze van Kok, die de omgang van parlementariërs met ambtenaren aan banden legt. Dit is op zich een serieuze beperking omdat veel informatie alleen op de burelen van de ministeries ligt en niet daarbuiten zwerft. Als RTL toch een stuk over zorgkosten vanuit de burelen naar buiten weet te brengen laat dit zien welke informatie de onderhandelaars in de formatie wel en de parlementariërs niet hebben. In de praktijk is de omgang losser dan de oekaze, maar dat is vooral in het voordeel van regerings­partijen, niet van de oppositie. Beperking bij ondersteuning is ook dat de politieke partijen zelf nogal armlastige en amateuristische organisaties zijn.

Het verschil met Den Haag is me bij bezoeken aan Washington en Berlijn opgevallen. De Verenigde Staten, waar bedrijven aan partijen doneren, is geen gelukkig voorbeeld. Duitsland is dat wel (maar niet omdat de PVV daar verboden zou zijn). Bij onze ooster­buren is, zo heb ik me laten uitleggen, bewust gekozen voor financiële ondersteuning van partijen omdat zij niet nog een keer het verval van de democratie willen meemaken en de partijen als dragers van de democratie zien. Het verschil is navrant. Terwijl in Nederland politieke partijen per inwoner op 68 cent kunnen rekenen, kunnen partijen in Duitsland per inwoner 161 cent verwachten. Opvallend is verder het verschil in subsidie voor wetenschappelijke instituten en jongerenorganisaties: 4 versus 345 miljoen euro. Mocht u zich beklagen dat partijen in Nederland geen visie hebben en/of dat partijen een te vergrijsd ledenbestand hebben, dan is jaarlijks doneren het minste wat u kunt doen. Pas dan mag u zich weer beklagen.

Alle waar is naar zijn geld. In Nederland wordt politiek bedreven door een handje profs in een verder amateuristische omgeving van goedkope jongeren en goed­bedoelende vrijwilligers. Dat is vragen om moeilijkheden, met als recente voorbeelden de trieste teloorgang van GroenLinks door amateurs als Heleen Weening en de tassen met geld voor Geert Wilders. Al die moeilijkheden komen de real-life soap op het Binnenhof ten goede; de media en de kijkers smullen. Omgekeerd bewandelen veel van de profs de makkelijke weg van aandacht door de media, vanuit een gebrek aan tijd en ondersteuning. Ze reageren op het maatschappelijke debat maar bepalen dat niet. Zo ontstaat er een eindeloze stroom nutteloze Kamer­vragen over cookies bij de NPO, framenummers van fietsen en insecten als eiwitbron. Met meer ondersteuning zou het Nederlandse parlement aan kracht en aanzien kunnen winnen.

Maar Johan werkt inmiddels bij het ministerie van Financiën.