Armoe-prostitutie

Een stukje op deze plek over Veronica’s Make my day leverde uiteenlopende reacties op. Niet dat iemand dat programma niet verwerpelijk vond, maar sommigen vonden dat een teveel aan woede en een tekort aan argumenten het fileermes nodeloos bot maakten. Ook daarom was ik blij toen bij Sonja Barend tegenover Barmhartige Samaritaan Ten Brink NRC’s Frits Abrahams had plaatsgenomen: chirurg niet alleen in geschrifte maar kennelijk ook in gesproken woord.

Dat was maar goed ook, want in debatten op de televisie hebben beroeps als Ten Brink en Barend vanaf de start mijlen voorsprong door routine en gemak. Al moet ik zeggen dat ik Ten Brink, de zelfbenoemde Robin Hood van de beeldbuis, nooit eerder zo gespannen zag.
Dat kwam door Abrahams; dat kwam minstens zozeer door een vrouw uit Ten Brinks doelgroep, naar eigen zeggen armlastig, die zijn programma ‘armoe-prostitutie’ noemde. Raker was niet mogelijk. 'Maar Robert’, zei Barend schijnbaar bezorgd, 'dat zou betekenen dat jij een pooier bent.’ Robert knikte en zei met gesmoorde stem: 'Dat is ook geschreven.’ En ik dacht even dat ik niet voor niets had geleefd. Al had ik in mijn stukje het sterker geformuleerd: 'Een pooier is mij minder weerzinwekkend.’
De vrouw had gedaan wat ik, uit woede, naliet: het hele programma zien. Zodat ik van haar vernam dat mensen die in het kader van de uitzending liefdadigheid hadden bedreven, kans maakten op enige minuten gratis winkelen: de overtreffende trap van onkiesheid indachtig de schuldenlast van degenen die aanleiding tot het programma vormen. Hoe dat programma toch tot stand mocht zijn gekomen, was de vraag. Welnu, Robert had gedacht: wat krijg ik nooit te zien dat ik graag zou zien? Et voilà: zijn dag was gemaakt.
Dus lijkt me de volgende stap dat we, ten behoeve van open-hartoperaties, protheses, invaliditeitspensioenen voor ME- en whiplash-patiënten, en stervensbegeleiding in gebieden met te weinig thuiszorg, gezamenlijk met Robert, Gordon en Anita Meyer geld voor een aantal betrokkenen, huilend op hun bank of bed, gaan inzamelen. Dat verlost tegelijk Borst, Terpstra en Melkert van heel wat financieringsproblemen, waardoor Nederland met glans slaagt voor het examen Europese Munt. Huilend op de bank, zeg ik, want de zinloosheid van televisiekritiek is inmiddels door Ten Brink en De Mol definitief aangetoond: klaagde Robert bij Sonja nog over het onrecht hem aangedaan, wat behelsde dat critici geen woord weidden aan de tact die het programma kenmerkte - betrokkenen kwamen slechts op foto en telefonisch in beeld -, de laatste uitzending vormde een statement 'schijt aan de kritiek’: de ongelukkige armen zaten live op het podium waarop hij ooit verliefden koppelde, verkrampt van angst, onzekerheid en wanhoop, en hun sores- en blijdschapstranen werden middels close-ups de kamers in gesproeid. Daar hadden wij kijkers, de gulle gevers, de gratis optredende artiesten en niet in de laatste plaats de geestelijke vaders van dit ellendebordeel absoluut recht op. Natuurlijk gaat het niet om geld voor een paar arme sloebers - dat kwam in de eerste, 'calvinistischer’ versie van het programma al voldoende binnen. De smakeloosheid is bewust opgevoerd om meer kijkers en dus meer kapitaal te genereren.
Charmante gozer, die Ten Brink. Het beschaafde masker voor totale schaamteloosheid.