Menno Hurenkamp

Armoede

De armoede in Nederland verkleurt, constateerde het SCP onlangs in de Armoedemonitor 2003. Niet-westerse allochtonen zijn drie keer vaker dan autochtonen arm. Arm zijn wil zeggen: zo weinig inkomen hebben dat je uitgesloten bent van minimaal aanvaardbare levenspatronen. Niet per se massaal zonder ontbijt naar school, zoals de mare vorig jaar ging over kinderen in Amsterdam-Noord, maar wel op kapotte schoenen. Of wel een tv, maar zonder af te betalen, zodat je de deurwaarder al snel bij zijn voornaam kent.

The Economist van deze week prijst Fighting Poverty in the US and Europe aan van de Harvard-economen Alesina en Glaeser. Europeanen denken in meerderheid dat je aan armoede zelf niet veel kunt doen. Amerikanen denken voor het overgrote deel dat armoede een kwestie van luiheid is. Waarom? De economen maken een tweeledig punt om de verschillen te verklaren. Oude politieke structuren zoals de Amerikaanse zijn conservatiever dan relatief nieuwe instituties. Wat in Amerika zo’n tweehonderd jaar geleden werd opgetuigd, hoefde nadien niet meer serieus gewijzigd te worden. In Europa was dat door revoluties en wereldoorlogen anders. In allerlei instituties moest herhaaldelijk een plekje voor linkse krachten worden ingeruimd om de maatschappelijke vrede te bewaren. Je kunt stellen dat progressiviteit (in de zin van inkomensherverdeling) een Europese traditie is.

Het andere deel van de verklaring die de Harvard-economen geven voor de verschillen in meningen over armoedebestrijding is ras. Ze vonden een sterk verband tussen een grote raciale diversiteit en lage sociale overheidsuitgaven. Hoe meer vreemdelingen, hoe minder belastinggeld naar de armen gaat. In het oude Europa, met weinig migranten, was een dure verzorgingsstaat geen probleem. De armen waren immers ook wit. In Amerika ligt samen delen gevoeliger. De armen zijn er meestal zwart, en men geeft niet graag aan vreemden.

Deze etnische factor helpt de Nederlandse conservatieven bij hun offensief tegen de Europese traditie van herverdeling. De dreiging waar de verzorgingsstaat en zijn voorlopers ooit op anticipeerden, was immers telkens afkomstig van witte arbeiders. Dit verklaart voor een deel het beperkte verzet tegen het bezuinigen op Melkertbanen, het bemoeilijken van de toegang tot de WW, het beperken van de WAO en het herinvoeren van sollicitatieplicht voor ouderen. Dat worden meer en meer voorzieningen gebruikt door mensen die niet erg op «ons» lijken. De werkloosheid steeg de afgelopen jaren en stijgt ook nu weer sterk. De mogelijkheden om naar werk begeleid te worden of een gesubsidieerde baan te krijgen — voor allochtonen van groter belang dan voor autochtonen — zijn flink afgenomen. De armoede in Nederland verkleurt dus rustig verder. Het kabinet maakt zich er niet druk om. Dat denkt wellicht dat het weer ingewikkelde vignetten scheelt als iedereen gewoon weet dat een allochtoon meestal arm is. Als we dit zo makkelijk van de Amerikanen overnemen, is het onvermogen om kleurenblind te delen misschien inderdaad een universeel verschijnsel, zoals Alesina en Glaeser beweren.