Armoede is bij SBS6 entertainment

Telkens wanneer je denkt dat men in televisieland nu toch wel de bodem heeft bereikt, weten de dames en heren programmamakers de lat toch weer een tandje lager te leggen, als indachtig de regels van Milton: ‘And in the lowest deep, a lower deep.‘

Medium gmg2

SBS6 zond de afgelopen maanden iedere werkdag om acht uur ’s avonds de show Geld maakt gelukkig uit (een programma van John de Mols productiebedrijf Talpa), waarin drie kandidaten die in financiële nood verkeren dingen naar de gunsten van het publiek. Eén voor één doen zij hun verhaal: ze hebben geld nodig voor medicijnen die niet meer door het ziekenfonds vergoed worden, ze moeten in huis verbouwingen verrichten voor hun gehandicapte kind, of ze hebben zich op wat voor manier dan ook in de schulden gestoken, die nu als een loden last op hun schouders drukken. Iedere kandidaat heeft een bepaald bedrag nodig, tussen de duizend en tienduizend euro. Een honderdkoppig publiek mag, na drie hartverscheurende verhalen te hebben aangehoord, tienduizend euro verdelen over de drie kandidaten, daarin geadviseerd door de ‘sociaal advocaat’ (zoals hij op de website van SBS wordt genoemd) Prem Radhakishun en een ‘budget coach’. Na de uitzending kan ook het kijkend publiek via de website doneren.

Medium inge

Toen ik al zappend voor de eerste keer bij dit programma bleef hangen, dacht ik eerst dat het een parodie was, zoals BNN’s Grote Donorshow. Want evenals in die show, waarin een terminaal zieke vrouw mocht kiezen uit drie kandidaten aan wie zij na haar dood haar nier zou doneren, wordt hier menselijk leed op perverse wijze geëxploiteerd en veranderd in een vorm van entertainment. Uiteraard is deze exploitatie in wezen al bijna zo oud als de televisie zelf, getuige bijvoorbeeld de legendarische Open het dorp-_show, waarin Mies Bouwman tijdens een 23 uur durende uitzending geld binnenhaalde voor een ‘dorp’ met voorzieningen voor fysiek beperkte mensen. De commerciële zenders grossieren tegenwoordig in dit soort emo-tv over de minder bedeelden van de samenleving, en hebben de financiële crisis te gelde gemaakt met succesvolle programma’s als _Effe geen cent te makken en Dubbeltje op z’n kant.

Toch krijg je het gevoel alsof hier een grens wordt overschreden. Wellicht zit ’m dat vooral in de quiz-vorm, die immers ook in het geval van de Grote Donorshow voor zoveel heftige reacties zorgde. De ‘kandidaten’ moeten hun best doen om hun verhaal zo overtuigend mogelijk te brengen; ze gaan, volgens de website, ‘tot het uiterste om het publiek voor zich te winnen’. Met andere woorden: hoe zieliger de kandidaat, hoe meer geld hij of zij krijgt, en bovendien, hoe meer het publiek, het panel en de kijker thuis zichzelf kunnen feliciteren dat ze hun medemens gelukkig kunnen maken. Want natuurlijk zijn de kandidaten blij met wat ze krijgen, en als men het hen zou vragen zouden ze vermoedelijk geen enkel moreel of politiek bezwaar tegen het programma hebben. Ze zijn toch geholpen? Kandidaat blij, kijker blij, dus wat is eigenlijk het probleem?

Medium justin

Het probleem zit ’m in de eerste plaats in het beeld dat neergezet wordt van armoede. De kandidaten zijn ‘zielige’ mensen die afhankelijk worden gemaakt van onze sympathie. Op die wijze voelen wij ons niet alleen moreel superieur, omdat wij een medemens helpen, maar ook des te gelukkiger in onze eigen financiële situatie. Het doet een beetje denken aan de anekdote van de man die een dakloze inhuurde om ’s winters langs zijn huis te lopen, zodat hij nog meer kon genieten van de warmte en knusheid van het haardvuur binnen. Maar om hulp en ondersteuning te krijgen zou je niet afhankelijk moeten zijn van het medelijden en de welwillendheid van je buurman. Ook wie slecht uit zijn woorden kan komen, of een klootzak is, of ongemanierd of contactgestoord, of wie het simpelweg vertikt om in een SBS show te gaan zitten (omdat hij het, pak ’m beet, beneden zijn waardigheid vindt) heeft recht op hulp in moeilijke tijden. Dat is precies de reden dat sociale zorg in de loop van de twintigste eeuw steeds meer geïnstitutionaliseerd werd, uitmondend in de verzorgingsstaat. Met de afbraak daarvan, echter, zijn mensen die het financieel niet redden wederom afhankelijk van de sympathie van het publiek.

Daarmee is dit SBS-programma in al zijn onsmakelijkheid zelf echter niet het belangrijkste probleem, maar veeleer een symptoom van een veel groter maatschappelijk probleem. Al sinds een decennium zien we in Nederland de zorgwekkende verschuiving van solidariteit naar liefdadigheid. Nog in 2006 voerde de PvdA een succesvolle verkiezingscampagne met de oproep dat voedselbanken moesten verdwijnen. Wouter Bos noemde ze een ‘gênant symbool’ van de toenemende armoede in Nederland. Leven boven de armoedegrens zou immers een kwestie van rechtvaardigheid moeten zijn, niet van liefdadigheid. Sindsdien, en zeker als gevolg van de financiële crisis, zijn echter alleen maar meer mensen afhankelijk geworden van liefdadigheid. Als de PvdA voedselbanken al een gênant symbool vond, wat is deze nieuwe show van SBS wel niet? Meer nog dan de voedselbanken draagt dit programma bij aan de normalisering van armoede; die wordt dankzij dit programma zelfs beschouwd als een vorm van entertainment waar we onze liefdadigheid op kunnen botvieren, in plaats van iets dat structureel en politiek bestreden moet worden. Op de website van SBS staat: ‘Geld maakt gelukkig wil een positieve beweging in gang zetten waarin alle Nederlanders zorg dragen voor elkaar.’ Het programma past dan ook perfect in de strategie van depolitisering van de armoede die gevoerd wordt onder de noemer van de ‘participatiesamenleving’.

Medium eva

In 1891 schreef Oscar Wilde het essay The Soul of Man under Socialism, waarin hij de ideologen van de liefdadigheid genadeloos fileerde: ‘Zij proberen het probleem van armoede op te lossen, bijvoorbeeld door de armen in leven te houden, of, in het geval van de gevorderde school, door ze te amuseren. Maar dit is geen oplossing: het is een verergering van het probleem. Het juiste doel is proberen de samenleving op dusdanige grond te hervormen dat armoede onmogelijk zal zijn.’ Nu heeft armoede natuurlijk nog lang niet het niveau bereikt dat het in de negentiende eeuw had (al gaan we volgens Thomas Piketty’s geruchtmakende boek wel die kant op). Niettemin moeten we steeds onthouden dat armoede een politiek probleem is, dat we niet kunnen overlaten aan goedbedoelde burgerinitiatieven, zoals onze regering wil, laat staan aan een televisiequiz.


(met dank aan René Gabriëls)