Arno nollen kunstenaar/ ‘a girl’s pornography’

JOHAN CRUIJFF is zijn grote idool. LE:

Nollen: ‘Ik heb een boek over hem gemaakt. Ik heb het ook op video staan. Hier, ik kan het laten zien. Ik ben naar Barcelona gelopen…’ Naar Barcelona gelopen? 'Gelopen ja, vanaf Betondorp. Betondorp, waar-ie geboren is: Akkerstraat 32. Ik ben drie maanden op weg geweest, gewoon over de weg waar je overheen loopt. En daar heb ik een dag op de stoep gezeten, voor zijn huis, maar ik heb hem niet gezien. En toen ben ik weer teruggegaan.’ Arno Nollen start een video, het verslag van de voettocht ter ere van Johan Cruijff. In beeld verschijnen twee handen die een dik fotoboek omslaan. Op de foto’s staan meisjes, mooie meisjes. Nollen: 'Om de vijftig kilometer heb ik een meisje gefotografeerd. Hier: dat meisje. Ze heeft veel met Cruijff te maken. Die dominerende lichaamstaal, de beweging; ik zie in Cruijff toch een… zwevende engel.’ Soms struikelt hij over zijn woorden. De zinnen lijken wel wat op de orakeltaal van Johan Cruijff. Zoals wanneer hij uitlegt dat hij van meisjesgezichten 'de taal’ wil fotograferen. Dan komen er zinnen als: 'In die taal krijg je een soort verhaal dat zijn eigen realiteit niet verloochent.’ En: 'Het gezicht geeft een verhaal weg dat het verhaal van dat gezicht is.’ De taal van de meisjesgezichten lijkt op de taal van het lichaam van Johan Cruijff. Nollen: 'Je kunt nooit inschatten wat het volgende moment zal zijn van die taal. Dat is precies wat Cruijff voor mij zo groot maakt: hij zet zijn omgeving helemaal naar zijn hand. Hij lijkt ’m te kunnen regisseren. Je weet heus wel dat het niet zo is en soms lijkt dat ook uit te komen. Maar tóch kan Cruijff dan reageren en de omgeving weer naar zijn hand zetten. Bij de gezichten van de meisjes weet je ook nooit wat je te zien zal krijgen en alles zal veranderen.’ HET IS WOENSDAG-avond en Arno Nollen zit in zijn studio in Amsterdam-Oost, op de bovenste verdieping van een nieuwbouwflat. De ruimte is niet bepaald voor de sier ingericht. De woonkamer dient als studio en de badkamer als donkere kamer. Temidden van stapels foto’s van meisjes, boeken en documenten vertelt hij over zijn werk en toont hij video’s van zijn fotoboeken. De komende twee uur zullen een kleine duizend meisjesportretten langskomen, een substantieel deel is naakt. Nollen: 'Als je echt wil ervaren waar het om gaat, dan moet je er in dit tempo doorheen gaan. De herhaling is belangrijk. Het ogenschijnlijk gelijk-zijn van al die gezichten. Dat is natuurlijk vooral ook een onderdeel van hun taal.’ Hij verontschuldigt zich, heeft net een uurtje geslapen - vandaar dat hij wat warrig is. 'Al die meisjes ben ik op straat tegengekomen. Hier, in dit boek zit er eentje bij die ik heb meegenomen naar de hotelkamer. En ik vraag ze ook of ze hier komen. Maar ze zijn mij allemaal onbekend, het is allemaal eerste moment wat je ziet.’ Het zijn de meisjes die hij tegenkomt op straat, in de disco en in het café. 'Meisjes, meisjes, meisjes’, verzucht hij. Alle meisjes? 'Nee, ik fotografeer niet zomaar iedereen. Ieder meisje is een vorm en die moet aan een aantal voorwaarden voldoen. Welke? Ik kan dat niet omschrijven. Maar professionele modellen interesseren me niet. Dat zijn een soort kroketten die je uit de muur trekt: ze smaken precies zoals je verwacht dat ze zullen smaken. De meisjes die ik vraag… ik krijg constant te maken met de gevolgen van het gebruikt-worden, het geleefd worden. Meisjes die er mooi uitzien, goed uitzien, daar wordt altijd naar gekeken. Er wordt naar ze gefloten.’ Vereer je de meisjes die je fotografeert? 'Absoluut. Ja, dat is een halve verliefdheid. Als ik een meisje vraag en ik mag haar dan fotograferen, dan raak ik in vervoering. Hoe het zit, weet ik niet. Ik kan alleen zeggen: verliefdheid is een gevoel dat ik raak.’ Stil. De video blijft lopen. Af en toe een begeleidend commentaar. Soms verschuift hij de stapels naast zich, op zoek naar foto’s of een boek. Dan komt uit zijn mond vaag een melodie, gezongen met een merkwaardig soort hoge neusklanken. Hij toont de inhoud van een fotomap. 'Hé kijk: eentje van mijn moeder.’ Boven op een reeks foto’s van een bloot meisje in het IJsselmeer ligt de foto van een oudere dame in bontmantel die de kijker strak aankijkt. 'Zij vindt hem erg mooi’, zegt de zoon. Hij peinst even. Later zal hij half schertsend, half serieus zeggen: 'Misschien heeft mijn verering van meisjes wel te maken met mijn mogelijke, latente homoseksualiteit. Is het zo dat ik gewoon op zoek ben naar de vrouw in mezelf.’ WIE DE tentoonstelling in de Kunsthal binnenloopt, ziet eerst een foto van een oudere vrouw, gemaakt in een metrostation in Berlijn. Ze houdt haar handen afwerend voor haar gezicht, alsof ze niet gefotografeerd wil worden. Nollen: 'Dan zie je twee videobeelden op de muren. Rechts een portret van een meisje dat ongedurig zit te wiebelen op een stoel. Af en toe kijkt ze glimmend de camera in - het is een beetje een onzekere toestand. Links zie je een beeld van twee naakte benen die een beetje staan te schommelen. Hier, daar heb ik deze voor genomen. Het kutje is geschoren en ze heeft andere schoenen aan, met gespjes. In het midden staan een fauteuil en een tv. De ruimte wordt gevuld door koren van meisjes die voorlezen uit een boek van Malcolm Lowry en een van Dostojevski - áh! Dostojevski is echt een van mijn helden…’ Kennelijk op zoek naar een boek begint hij de stapels naast zich te verplaatsen. Hij kan het niet vinden en zegt: 'Het gaat om naaktheid, om ogenschijnlijke naaktheid. Hoe naakt kun je zijn? En kun je wel naakt poseren?’ Met die vraag wordt hij steeds geconfronteerd. De reacties van de geportretteerden zijn divers. De een begint te blozen, de ander zegt niets. 'Een meisje dat hier verderop woont, vond het dus helemaal niets. Ik zie haar af en toe fietsen en dan zwaai ik en roep ik: “Hé Sara.” Ze reageert niet. Het kan zijn dat ik haar gevraagd heb of ze haar kleren uit wilde doen - wat toch een heel normale vraag is waar je gewoon nee op kunt zeggen. Maar soms lijkt het alsof je ze half verkracht als je alleen al die vraag stelt. Ik woon natuurlijk in Oost en zeker bij Marokkaanse en Turkse meisjes: als die een broer bij zich hebben, kun je beter op je tellen passen.’ Dan het buitenland, daar hoeft hij zich niet te verdedigen. 'In Parijs herkennen meisjes wat ik doe. Die begrijpen dat iemand aan het bezingen is. Nederland is veel nuchterder en dus fantasieloos. Dat is schrikbarend - vergis je niet. Negen van de tien meisjes op straat willen niet dat ik een foto van ze maak.’ EVEN IS HET weer stil. In rustig tempo komen de meisjes op de video voorbij. Dan zegt hij: 'Ik ben constant bezig met het fotograferen van meisjes. Constant aan de orde is het spel van vragen en gevraagd, van actie en reactie.’ Vinden ze je vaak een viezerik? 'Het is niet meer dan gezond om me te realiseren dat ik voor de een een kunstenaar ben en voor de ander een vieze voyeur. Ik weet dat ik integer ben. En ik weet dat ik alleen maar de menselijke gevoelens verkondig. Hoe vaker ik beticht word van het een of ander, hoe beter het is om ermee door te gaan. Er is dan kennelijk nog een hoop werk te doen. Ik moet dan juist door, ik moet niet opzij gaan. Het is niet voor niks het verkondigen van mijn lust, van mijn passie. Het enige wat op mij aan te merken valt is dat ik een grens overschrijd die een ander niet kan overschrijden. Hoe vaker ik een viezerik genoemd word, hoe vaker ik geconfronteerd word met het feit dat een ander die grens niet over durft te gaan. Hoe hard het gevecht ook wordt, dat is een van de motivaties. Alles wat ik doe is mijn gevoel en mijn lusten verkondigen.’