Profiel: Bill Gates

Arrogant, oncharismatisch genie

Het was een kort maar onthullend moment in zijn boek The Road Ahead, toen Bill Gates liet weten waarom hij als kind zo gek was op computers: «We konden deze grote machine een opdracht geven en hij gehoorzaamde altijd.» Het moet dan ook een schokkende ervaring zijn geweest toen hij jaren later een tegenstander ontmoette die niet gehoorzaamde en niet gevoelig bleek voor de intimidatie en grootspraak die zo kenmerkend zouden worden voor het concurrentiebeleid van Microsoft: het ministerie van Justitie.

Ooit was er sprake van dat Bill Gates in de voetsporen zou treden van zijn vader, een vooraanstaand advocaat in Seattle. Maar junior verliet Harvard, begon met Paul Allen het bedrijfje Micro Soft, en ontwikkelde een softwareprogramma dat IBM in zijn pc’s wilde stoppen. Het was geen geniaal programma, maar Gates onderkende eerder dan wie ook de commerciële mogelijkheden.

Zeker geniaal was het idee om het programma niet gewoon te verkopen, maar in licentie af te staan, zodat Microsoft een vergoeding zou krijgen voor elk verkocht exemplaar. Het was de advocatenzoon die de contracten bedacht en die raad wist met de kleine lettertjes. En die het lef had eisen te stellen aan een bedrijf dat drieduizend keer groter was.

Binnen Microsoft heerste een optimistische, agressieve, competitieve sfeer, die veel te maken had met het gezin waarin Gates op groeide. Elk vrij moment werd vroeger gevuld met spelletjes waarbij onderlinge concurrentie en winnen de belangrijkste ingrediënten waren. De Microsoft-«campus» in Redmond had veel van een militaire academie, met eigen regels, een afkeer van doetjes, onvoorwaardelijke overgave en tweehonderd procent inzet. Met getalenteerde jonge werknemers, die nog nergens anders hadden gewerkt en die ervan konden worden overtuigd dat een honderd urige werkweek niks bijzonders was, want het was voor het goede doel.

«Vergeet niet dat Microsoft wordt gerund door technici», zei een vroegere topman. «Die houden van simpelheid, helderheid. Ze houden niet van nuances. Ze houden van regels. Enen en nullen. Zwart of wit. Innovatief of niet innovatief. Zo ziet Bill de wereld. En zoals Bill de wereld ziet, zo ziet Microsoft de wereld. Niemand heeft Microsoft er ooit van beschuldigd een democratie te zijn.»

Hightech was oorlog; overal loerden de sluipschutters van de concurrentie. Gates was geen charismatische leider in de gebruikelijke zin, maar wel een genie op zijn terrein, bewonderd door zijn begaafde medewerkers, in een cultuur waar digitale begaafdheid het enige was wat telde. Bij Microsoft zaten per vierkante meter meer slimme mensen dan waar ook, zei een vroegere topman. «Maar Bill is nu eenmaal slimmer.» Gates’ vijand Bill Joy, voormalig opperwetenschapper van Sun, sprak van «de stem-van-God-cultuur» waarin iedereen zich steeds afvroeg wat Gates van iets vond.

Vanaf 1993 was Microsoft groter dan IBM, en voor Bill Gates was IBM een voorbeeld van hoe het niet moest. Het bedrijf kende een bureaucratische cultuur met juristen op elke verdieping die in de gaten hielden of het bedrijf wellicht de antitrustwetten overtrad. Microsoft had die beroepsgroep niet nodig, vond Gates. «Zodra we ons te veel zorgen gaan maken over antitrustwetten worden we IBM.»

Bovendien deed Microsoft gewoon fan-tas-tische dingen voor de samenleving. Het zorgde voor een universeel computerplatform, voor werkgelegenheid, voor extra belastinginkomsten, voor een ongekende stijging van beurskoersen. Ja, eigenlijk was de hele nieuwe economie aan Microsoft te danken en daar kon niemand bezwaar tegen hebben. In het jaar dat Microsoft IBM voorbijstreefde, zou Gates tijdens een etentje met derden hebben gezegd: «Ik heb evenveel macht als de president.»

Gezien die arrogantie was het niet vreemd dat Gates probeerde potentiële concurrenten de nek om te draaien. In 1995 kwam een delegatie van Microsoft langs bij Netscape, dat met veel tamtam de komst van een webbrowser had aangekondigd waarvoor Microsoft heel bang zou moeten zijn. Netscape werd een «speciale relatie» met Microsoft aangeboden. Voorwaarden waren dat Netscape de browsermarkt aan Microsoft zou laten, dat Microsoft in Net scape kon investeren, en dat Microsoft deel zou uitmaken van het bestuur. Of, zoals Netscapes marketingbaas stelde: «Ze zeiden in feite: we hebben een broodje stront voor je; je mag er wat mosterd op doen en wat ketchup, maar als je het niet opeet, werken we je uit de markt.»

In Silicon Valley deden steeds meer verhalen de ronde over megalomane neigingen van Microsoft. Er was het plan een vergoeding te vragen voor elke internettransactie waarbij technologie van Microsoft werd gebruikt, dus vrijwel elke transactie. Microsoft was in gesprek met kabeltelevisieleveranciers om iets dergelijks af te spreken inzake digitale televisie. Gates investeerde 150 miljoen dollar in de vroegere aartsvijand Apple, wat de indruk wekte dat zelfs dat laatste bastion van onafhankelijkheid naar de pijpen van Gates moest dansen.

Vijf jaar geleden meldde justitie dat er een grootscheeps onderzoek gaande was naar de bedrijfsvoering van Microsoft. Een van de problemen was de bundeling van de webbrowser Internet Explorer met Windows. Gates had het computerfabrikanten onder dreiging van ex communicatie onmogelijk gemaakt hardware te verkopen met een andere browser, en dat was volgens justitie in strijd met de antitrustwetten.

De volgende dag zette Bill Gates in het openbaar de toon die Microsoft tegenover justitie zou aanslaan. Over het browserbezwaar zei hij dat «een bureaucraat in Washington» onmogelijk kon bepalen waar de scheiding tussen verschillende soorten software moest liggen. En op de vraag of hij zou toegeven: «U vraagt ons min of meer of we zullen veranderen, of we tegen de ontwerpers zullen zeggen: doe het wat kalmer aan, ga maar naar huis. Nee, dat zullen we niet doen.» In een ander deel van het land riep Microsoft-topman Steve Ballmer dat minister van Justitie Janet Reno «de pot op» kon. Maan den later sprak Gates tegenover aandeelhouders van een «heksenjachtatmosfeer» die was geschapen door de bureaucraten in Washington en door zijn vijanden in Silicon Valley. Over een van die vijanden, Sun Microsystems, zei Ballmer in een interview dat het «een dom bedrijf» was waar mensen werkten met «een IQ van minder dan vijftig». Microsoft had niets misdaan.

De arrogantie beek eens te meer toen de invloedrijke senator Orrin Hatch een hoorzitting over de kwestie wilde organiseren, en de betrokkenen uitnodigde voor een verkennend gesprek dat een uur mocht duren. Gates kwam met een entourage naar Hatch’ kantoor, en moest een kwartier wachten omdat Hatch betrokken was bij een stemming in de Senaat, aldus John Heilemann in zijn procesboek Pride Before the Fall. Toen Hatch binnenkwam, excuseerde hij zich voor de vertraging. Gates keek ijzig naar een wandklok, en zei: «Gegeven het feit dat we vijftien minuten te laat beginnen, hebben we nog maar 45 minuten over, dus we moesten maar meteen aan de slag.»

Tijdens de hoorzitting beweerde Gates dat Microsoft geen monopolie had, en hij maakte nonverbaal kenbaar dat iedereen daar zijn tijd zat te verdoen. Zelfs iemand van een bedrijfsvriendelijke denktank in Washington zei dat Gates’ optreden een toonbeeld was van «grove arrogantie». Tijdens een dialoog met justitie, bedoeld om compromissen te verkennen die een uitspraak van de rechter konden voorkomen, leek Gates niet geïnteresseerd in wat voor regeling dan ook. Joel Klein, zijn tegenspeler bij justitie, zei dat Gates simpelweg «een lezing gaf over de wereld volgens Gates».

Gates vond iedere beperking onaanvaardbaar. De toekomst van technologie zat in integratie van producten en hij moest alles in Windows kunnen stoppen wat hij wilde. Klein: «Iedere poging van de overheid dat te blokkeren, zou zijn bedrijf om zeep helpen.» Waarbij het Klein opviel dat Gates niet zei dat het Microsoft de das om zou doen, maar hem persoonlijk.

Een beroemd onderdeel van het proces werd een op videoband vastgelegde «dialoog» met justitie. Gates had er duidelijk geen zin in. Hij suggereerde niet op de hoogte te zijn van het beleid in zijn eigen bedrijf en ruziede over de betekenis van woorden. Op de vraag wie aanwezig was geweest bij een bepaalde directievergadering, zei hij: «Waarschijnlijk de leden van de directie.» Hij kon zich van talloze e-mails niet herinneren dat ze van hem waren. Een van de berichten ging destijds vergezeld van de kwalificatie «Heel belangrijk». Toen justitie opperde dat die kwalificatie van Bill Gates afkomstig was, zei deze «Nee», want dat had de computer gedaan. Waarom? Dat zat in het e-mailprogramma. En wie had het programma zo ingesteld? Dat was vast de afzender geweest. En wie was de afzender van dit bericht? «In dit geval lijkt het erop dat ik dat was.»

Uiteindelijk besloot de rechter dat Microsoft moest worden opgesplitst in twee delen. Dat leek een klap voor Gates, maar het viel mee toen de beslissing in hoger beroep ongedaan werd gemaakt. Microsoft en justitie — dankzij de komst van Bush nu onder leiding van een bedrijfsvriendelijke Republikein — bereikten een compromis, maar daar waren verschillende staten ontevreden over, en nu mag een andere rechter zich erover uitspreken.

De jarenlange affaire met justitie heeft Bill Gates veranderd. Hij kreeg politiek en media over zich heen, plus een hoop gemopper van consumenten. Hij vroeg zich af hoe het had kunnen gebeuren dat hij door zijn eigen regering werd achtervolgd. Gates was bezorgd en boos, aldus zijn vader. En volgens een vriend riep hij voor het eerst dat hij zijn baan haatte, en het leven, en het gedoe — «Ik weet niet meer wat te doen».

Is het tijdperk van Bill Gates ten einde? Nee en ja. Microsoft is nog steeds de onbetwiste marktleider. Voorspellingen dat de consument dankzij internet massaal zou kiezen voor een uitgeklede computer zijn niet uitgekomen. Het alternatieve besturingssysteem Linux is nog steeds geen serieuze concurrent. Het marktaandeel van Apple-software blijft minimaal. De groei van Microsoft zakte weliswaar van 29 procent in 1999 tot tien procent vorig jaar, maar gezien de slome economie valt dat alleszins mee. Naar verwachting zal de omzet in het net afgelopen boekjaar zo’n drie miljard hoger liggen dan vorig jaar, en is er een miljard meer nettowinst. Bovendien is Gates met een (papieren) bezit van vijftig miljard dollar nog steeds de rijkste man ter wereld.

Wel is nu duidelijk dat menige voorspelling van de goeroe niet is uitgekomen. «In de komende tien jaar zullen we het begin zien van substantiële veranderingen in hoe we wonen en werken, de bedrijven waarvoor we willen werken, en de plekken waar we willen wonen», schreef hij in The Road Ahead in relatie tot de informatiesnelweg. Dat was zeven jaar geleden. Op dit moment hebben Amerikaanse telefoon- en kabelmaatschappijen die flink hebben geïnvesteerd in snelle verbindingen, grote financiële problemen.

Bill Gates heeft intussen de leiding van het bedrijf overgedragen aan Steve Ballmer zodat hij zich kan concentreren op het software beleid. Tevens heeft hij ontdekt dat het leven uit meer bestaat dan enen en nullen. Gates heet een toegewijd vader te zijn, en is betrokken bij de besteding van de 24 miljard dollar waarover zijn filantropische instelling beschikt. Toen de generaal uit zijn commandocentrum stapte, ontdekte hij dat de bevolking in menig werelddeel meer baat heeft bij inentingen en voedselpakketten dan bij een breedbandnetwerk.