ARROGANTIE VAN DE MACHT

Londen - Het keffertje van de Britse staatssecretaris voor Justitie Vera Baird deed een paar maanden terug zijn behoefte op het perron van King’s Cross. In plaats van de poep op te ruimen, liep Baird doodgemoedereerd door. Toen een medepassagier er wat van zei, uitte de bewindsvrouw de woorden: ‘Wie denk je wel niet dat ik ben?’ Het kan de klaagster amper kwalijk worden genomen dat ze de roodharige ex-advocate niet herkende. Deze was tot dan toe alleen in het nieuws gekomen omdat ze haar kerstboom, versieringen incluis, als parlementaire onkosten had proberen op te voeren.
Bairds tenenkrommende reactie staat niet op zich. Een paar maanden eerder botste minister Harriet Harman al babbelend in haar mobiele telefoon tegen een geparkeerde auto. In plaats van haar naam en adres op te geven, riep Harman, eveneens een voormalige advocate, tegen een getuige: 'Ik ben Harriet Harman - je weet waar ik bereikbaar ben.’ Ook staatssecretaris voor Gemeenschapszaken Shahid Malik vindt zichzelf gewichtig. Toen de accountants van het parlement bij hem informeerden waarom hij negentienhonderd pond had gedeclareerd voor nieuwe ramen, gaf Malik als reden dat hij 'nu eenmaal een prominente parlementariër’ is.
De arrogantie van de macht strookt niet met Tony Blairs belofte uit 1997 dat New Labour-politici 'de bedienden van de mensen’ zullen zijn. Een paar jaar later liet Observer-journalist Andrew Rawnsley in zijn boek Servants of the People reeds doorschemeren dat die bedienden zich allerminst gedroegen zoals in kostuumdrama’s. Ze waren meer bezig met het verkopen van hun producten dan met een deugdelijke dienstverlening. In het daaropvolgende decennium ontpopten de bedienden zich tot 'masters’.
Deze bazen willen alles van de mensen weten. Bij de aanstaande volkstelling moeten ondervraagden zelfs hun etnische afkomst, seksuele voorkeur en belastbaar inkomen prijsgeven. Al die gegevens zijn nodig omdat overheidsdienaren de burger voortdurend willen vertellen hoe hij moet leven. Adviseren heeft daarbij plaatsgemaakt voor commanderen; het overtuigen met argumenten voor bestraffen. De door betuttelende regelgeving geobsedeerde overheid draagt bovendien bij tot een klimaat van intimidatie, waarin agenten een jonge moeder beboeten omdat haar dochtertje een stukje worst liet vallen dat snel door een duif werd opgepikt en milieuambtenaren 'Poes vermist’-posters van de muur halen (en het bedompte baasje de les lezen). Tijdens de kredietcrisis verklaarde Gordon Brown, de verpersoonlijking van Vadertje Staat, dat banken de 'servants of the economy and society and never its masters’ zouden moeten zijn. Het is treurig dat hij deze logica niet toepast op de overheid zelf.