Arthur Janov 21 augustus 1924 – 1 oktober 2017

Hij was de grondlegger van de oerschreeuwtherapie: pijn uit de vroegste jeugd – of zelfs uit eerdere levens – moest worden herbeleefd door te schreeuwen. Hij verkondigde dat hij met zijn therapie patiënten van depressie en alcoholisme af hielp, en zelfs van astma en homoseksualiteit.

Op zijn eerste solo-lp John Lennon/Plastic Ono Band (1970) laat John Lennon het soms zoetsappige Beatle-geluid ver achter zich. Midden in het nummer Well, well, well begint hij steeds harder te schreeuwen. ‘Well, wéll, wéééll…. Wéll, wééll, wéééll’, brult hij. In dit volgens kenners hardste, luidruchtigste nummer van John Lennon behandelt hij de ups en downs in zijn relatie met Yoko Ono. De schreeuwpartijen vinden echter hun oorsprong in de oerschreeuwtherapie van Arthur Janov die hij op dat moment volgde.

Volgens Janov, die begin deze maand op 93-jarige leeftijd overleed, kon iemand de verdrongen gevoelens uit de vroege beginperiode van zijn leven alleen loslaten als hij die gevoelens eerst weer durfde te beleven. In zijn ‘Primal Center’ in Santa Monica werden volwassenen weer baby’s, ze speelden met knuffels en poppen of lagen in een wieg, en leerden hun verdriet en pijn uit te schreeuwen.

Na het verschijnen van zijn eerste boek, The Primal Scream, werd de charismatische Janov een ware therapiegoeroe die een veelgevraagde gast was in de talkshows op tv. Daar verkondigde hij dat deze ‘belangrijkste ontdekking van de twintigste eeuw’ niet alleen zijn patiënten van depressie en alcoholisme af hielp, maar ook probaat werkte tegen astma en homoseksualiteit. Uiteindelijk zou de algehele wereldvrede het resultaat zijn.

Arthur Janov was geboren als de zoon van een vrachtwagenchauffeur. Na zijn diensttijd bij de marine studeerde hij psychologie en psychiatrie en hij werkte twintig jaar als een gewone psychotherapeut. Een patiënt vertelde hem over een voorstelling waarbij een acteur alleen gekleed in een luier aan een melkfles zoog, ondertussen om zijn moeder en vader schreeuwend. Volgens The New York Times liet Janov deze patiënt hetzelfde doen en na enige aarzeling ging hij inderdaad al kruipend om zijn ouders roepen. Uiteindelijk leidde dit tot een indringende kreet, waarna de patiënt alleen nog kon stamelen: ‘Ik heb het gedaan. Ik weet niet wat, maar ik kan weer voelen.’

Janov ontwikkelde een therapievorm waarbij patiënten een jaar lang in zijn centrum werden behandeld, zowel in individuele sessies als in groepsbijeenkomsten, waarbij tientallen mensen tegelijk hun emoties de vrije loop lieten. De behandeling, waarvoor mensen in de jaren zeventig in de rij stonden, kostte zo’n zesduizend dollar, omgerekend naar nu 24.000 euro.

Uiteindelijk zou de algehele wereldvrede het resultaat zijn

Pijn uit de vroegste jeugd – of zelfs uit eerdere levens – die moet worden herbeleefd; het is een onderdeel bij veel therapieën die hun basis vinden in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. Ook het beroemde ‘rebirthing’ en de regressietherapie werden populair in deze tijd. ‘Men nam afstand van de afstandelijke psychiater en psychotherapeut die bijvoorbeeld bij de klassieke freudiaanse therapie achter de patiënt zit, zodat er geen oogcontact gemaakt kan worden’, zegt psychotherapeut Frans Schalkwijk. ‘De persoonlijke ontwikkeling kwam centraal te staan en blokkades moesten worden opgeruimd. Gevoelens deden hun intrede in de behandeling en dát is tenminste winst. De relatie tussen patiënt en behandelaar kreeg ook een belangrijker rol.’

Tegelijkertijd gebeurde er bij de Janov-therapie weinig met die gevoelens. Het uiten was het belangrijkste onderdeel van de behandeling. ‘Daarvan zijn we inmiddels wel teruggekomen’, zegt Schalkwijk. ‘We weten nu dat het alleen oproepen van gevoelens ook negatief kan uitpakken. Net zoals we erachter zijn gekomen dat het niet per se goed is om met criminele jongeren te gaan kickboksen. Ze kunnen er ook juist agressiever van worden. Zo kunnen mensen door opgewekte herinneringen nóg depressiever worden. Het gaat erom wat je er vervolgens mee doet. Hoe je die gevoelens een plek geeft.’

Schalkwijk is auteur van het boek Onvolmaakt verleden, een zelfhulpboek waarmee lezers onbehagen en een negatief zelfbeeld kunnen omzetten in relativerende gedachten. ‘Het is maar de vraag of je trauma’s echt kunt verwerken’, stelt hij. ‘Het is vaak veel productiever om op zoek te gaan naar manieren waarop mensen ermee om kunnen gaan, zodat ze normaal kunnen leven.’

Een groot nadeel van de jaren-zestigtherapieën was ook dat de therapeuten lang niet altijd een relevante opleiding achter de rug hadden en dat de behandeling nauwelijks structuur had. Er waren wel ‘wonderbaarlijke genezingen’ die breed werden uitgemeten, maar onderzoek naar de effecten ontbreekt tot de dag van vandaag. Ook kunnen er veel vraagtekens gezet worden bij door therapie verkregen hervonden herinneringen.

De oerschreeuwtherapie wordt in Nederland niet meer uitgevoerd. Wel is de zogenaamde Pesso-therapie nog populair. Ruim honderdtwintig therapeuten gebruiken deze ook uit de jaren zeventig stammende therapie om opgeroepen emotioneel beladen of blokkerende herinneringen om te vormen, of in een ander ‘geheugenspoor’ te krijgen. In een groepstherapie worden emotioneel beladen situaties nagespeeld, zodat de patiënt die op dat moment centraal staat zich bewust wordt van de emoties die er op dat soort ogenblikken spelen. ‘Deze aanpak kent veel meer structuur dan de Janov-therapie’, verklaart Schalkwijk het succes. Het gaat bij Pesso ook niet alleen om herbeleving van opgeslagen herinnering, het is het doel dat mensen leren hun emoties te begrijpen.

Het Primal Center in Santa Monica wordt voorgezet door Janovs vrouw Francis en behandelt jaarlijks zo’n veertig patiënten.