Arthur lehning

Tien jaar geleden, ter gelegenheid van de 85ste verjaardag van Arthur Lehing, kwam in Oldenburg de bundel Anarchismus in Kunst und Politik uit. Lehning schreef daarin een autobiografische schets die hij aldus besloot: ‘Men heeft me vaak gevraagd hoe het komt dat ik niet ontmoedigd ben, gezien dat van mijn ideeen maar weinig is gerealiseerd.

Dat is ongetwijfeld waar. Anderzijds zijn er tegenwoordig veel bewegingen, die - zonder zich anarchistisch te noemen - belangrijke libertaire redeneringen van het anarchisme hebben overgenomen, zoals bijvoorbeeld de Groenen, de “alternatieven” en de unieke massabewegingen, tot zelfs in Amerika toe, tegen een dreigende atoomoorlog.’
Kloeke woorden van de man die al meer dan zeventig jaar geleden z'n eerste antimilitaristische artikelen schreef en de sociaal-democratie aanviel omdat ze, net als voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, ‘niet bereid (is) onvoorwaardelijk en met alle middelen, waartoe het proletariaat in staat zou kunnen zijn, den oorlog te bestrijden. Zij verkiest den kapitalistischen oorlog boven het revolutionaire verzet van het proletariaat.’
Op 21 november 1926 houdt de jonge Arthur Lehning een inleiding op het stichtingscongres van de Gemengde Syndicalistische Vereniging. Hij trekt de les uit de nederlaag van de Russische anarchisten na de Russische revolutie van 1917 en de verzwakking van de anarchistische beweging in de meeste andere landen. Wat ontbreekt is een programma hoe na een revolutie het anarchisme moet worden verwerkelijkt. Daarvoor is niet alleen een regeringswisseling nodig, maar ook een economische revolutie, en essentieel daarvoor is dat de anarchisten de massa niet hautain afwijzen, maar deelnemen in de door de arbeiders zelf geschapen organisaties: 'De syndicalistische praktijk wordt zodoende de anarchistische theorie in actie.’
Een heel mensenleven verder, met talloze activiteiten op het gebied van kunst en politiek, deelname aan de antikoloniale strijd en onder meer de uitgave van het verzameld werk van Bakoenin, vraagt zijn leeftijdgenoot en vroegere anarchistische kameraad Anton Constandse hem, in een interview voor De Gids in 1967, nog eens naar de innerlijke tegenspraak in het anarchisme, dat de revolutie wel bevordert maar theoretisch weinig heeft in te brengen op het vlak van de machtsvorming. Ook het deelnemen van de anarchisten aan de republikeinse regering in Spanje was geen succes. 'Is de functie van het anarchisme dan vooral een bezielende taak op het gebied van geestelijk leven en moraal?’ vraagt Constandse. Lehning: 'Dit blijft zeker een van de taken van het anarchisme. Maar ook als kritiek op het autoritaire socialisme en als een doctrine van sociale reconstructie heeft het een actuele betekenis door de oplossing van de maatschappelijke en politieke problemen te zoeken in de richting van federalisme en wat men tegenwoordig “autogestion” pleegt te noemen.’