Arthur lehning (1)

In zijn artikel over Arthur Lehning in De Groene van 20 januari noemt Rob Harmans dat merkwaardige artikeltje van Elsbeth Etty over ‘Oom Arthur’ in NRC Handelsblad van 12 december j.l. Ook ik heb mij geërgerd aan de domheid van Etty waarvan dat stukje blijk geeft - vooral vanwege het feit dat Etty Hans Achterhuis verwijt dat hij in zijn recente utopie-studie de naam van Lehning niet noemt. Want wat wil het geval? In haar proefschrift, een biografie van Henriëtte Roland Holst, noemt Etty Lehning evenmin, en dat terwijl de heldin van Etty nota bene in Lehnings Internationale Revue i10 een aantal artikelen publiceerde!

Uiteraard deed ik een poging om dit in de NRC recht te zetten maar ondanks herhaaldelijk aandringen werd mijn reactie niet geplaatst en al evenmin had men het fatsoen mij de reden van de niet-plaatsing te melden. De Waarheid-praktijken? Rotterdam, CEES BRONSVELD Arthur Lehning (2) Rob Hartmans’ Groene-essay over Arthur Lehning (in De Groene van 20 januari) heb ik geboeid gelezen, al was het maar omdat hij zich hier sceptisch heeft durven uitlaten over een zaak die voor velen (inclusief de P.C. Hooftprijs-verleners) vanzelfsprekend lijkt te zijn: het uitnemende belang van Lehning als historicus en essayist, en uiteraard als Bakoenin-specialist. In dit korte bestek wil ik daar graag nog wat aan toevoegen. Het verbazingwekkende en paradoxale in ‘het geval-Lehning’ (vrij naar Nietzsche) is voor mij, al lange tijd, dat deze aanhanger van een vrij extreem anarchisme vanaf 1968 is gesalarieerd en gepensioneerd door onze burgerlijk-kapitalistische Nedelandse staat: het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) wordt immers nog altijd niet onderhouden door een massa van aanhankelijke proletariërs of mede-anarchisten (vóór 1968 wel door de Centrale Arbeiders Verzekeringsbank). Men zou de geest van Bakoenin willen bezweren om zijn verbazing hierover te vernemen. Wat zouden we hem moeten zeggen? Mogelijkerwijs dit, dat het anarchisme van hem en zijn volgeling Lehning in ons brave landje al lang zo onschuldig is en gedateerd dat 'wij’ ons dit wel kunnen permitteren. Wat wij hem (als 'revenant’) tegelijk zouden kunnen meedelen, is dat zijn innige vijand Karl Marx in 'zijn’ Rusland uiteraard in eerste instantie heeft gezegevierd in de persoon van ene Lenin, die waarschijnlijk wel in Marx’ geest heeft gehandeld, toen hij (al in 1918) met de anarchisten ging 'afrekenen’. Maar dat hij, Bakoenin, tenslotte toch lijkt te hebben getriomfeerd: immers, is er een 'anarchischer’ toestand denkbaar dan het huidige Gos? In 1976 mocht Lehning zijn Johan Huizinga-lezing houden, zoals Hartmans memoreert. Al weer zo'n 'revenant’-probleem: wat zou Huizinga hiervan gevonden hebben, wiens sympathie met radicalismen beperkt was (alle vriendschap met onze rode 'tante Jet’ ten spijt). Ook de schim van die zeventiende-eeuwse regent P.C. Hooft zou ik graag bezweren! Ten overvloede wil ik nog zeggen dat ons eigen land veel interessante aanhangers van het anarchisme (en verwante ideeën) heeft gekend, zoals de nobele Clara Meijer-Wichmann. En dat in het tijdschrift De As nog altijd lezenswaardige artikelen staan van jonge of jongere anarchisten. Het adres is: postbus 43, 2750 AA Moerkapelle. Rotterdam, E.M. JANSSEN PERIO