Kevin Crossley-Holland

Arthurs magische kracht

Kevin Crossley-Holland, Arthur — de zienersteen

Vertaald door Tjalling Bos Uitgeverij Lemniscaat, 328 blz., ƒ29,95 (e-mailadres: arthur
zienersteen.nl)

Harry Potter heeft het binnen enkele jaren geschopt tot een held met bijna mythische proporties. Hij vertegenwoordigt het Goede en bestrijdt het Kwade, waartoe hij adembenemende capriolen uithaalt en zich bedient van bovennatuurlijke krachten. Hij verleidt leesonwilligen voor het eerst dan wel opnieuw tot het boek en laat de kassa’s rinkelen voor auteur, uitgevers, merchandising- en filmindustrie. Bovendien is hij zonder noemenswaardige discussie verheven tot norm voor succes en kwaliteit. Dat vraagt om weerwoord en tegenzet en je ziet hoe uitgevers koortsachtig op zoek zijn naar Onverschrokken Types, die deel uitmaken van een wereld met eigen regels en codes en die liefst een aantal delen lang doende zijn om zo’n wereld een beetje op orde te krijgen.

De oude koning Arthur voldoet moeiteloos aan deze voorwaarden. Tenslotte is hij een legendarische, voor rechtvaardigheid strijdende held, die op zijn levenspad geconfronteerd wordt met passie, afgunst en verraad, met machts- en loyaliteitsconflicten. En dit alles is gesitueerd tegen historische achtergronden, die voor moderne lezers bijna even ongekend zijn als de magische regionen van Harry Potter. De vraag naar de vorm waarin Arthurs wederwaardigheden voor de ontelbaarste keer sinds Sir Thomas Malory gegoten zouden kunnen worden, moet een lastige zijn geweest, maar de sinds jaren van Arthur bezeten Engelsman Kevin Crossley-Holland (1941) lijkt er zijn hand niet voor om te draaien. Met Arthur — de zienersteen schreef hij het eerste deel van een omvangrijke trilogie. De interessante en ook slimme vorm die de auteur heeft gevonden, biedt een mengelmoes van overlevering, legendevorming, historische informatie en hedendaagse romantechniek.

De lezer wordt meegenomen naar een kasteel in het grensgebied tussen Engeland en Wales. Het jaar is 1199. De verteller is de dertienjarige Arthur. Zijn grote wens is om schildknaap en vervolgens ridder te worden, maar hij betoont zich vaker een dromer, een denker en een twijfelaar dan een zelfverzekerde vechtersbaas. Bovendien zijn er geheimen rondom zijn toekomst en verleden en een afgunstige oudste broer, die hem verhinderen om recht op zijn ridderdoel af te stormen. Arthurs leermeesters zijn een strenge priester en de raadselachtige Merlijn, die over bovennatuurlijke gaven lijkt te beschikken. Merlijn geeft zijn leerling een bijzondere steen, waarin taferelen uit het leven van de grote koning Arthur oplichten. Het geschenk is duidelijk niet zonder betekenis, en langzamerhand beginnen de parallellen tussen de naamgenoten op te vallen. Wie is Arthur en wie zal hij zijn, hoe verhoudt hij zich tot zijn familie en zijn omgeving en hoe tot de «Arthur in de steen»? Dat zijn de vragen die richting geven aan Arthurs middeleeuwse queeste en die het verhaal tegelijkertijd zeer voor kinderen van deze tijd maken.

Die kinderen moeten wel een beetje hun best doen, want het verhaal wordt niet lineair verteld en geeft zich letterlijk bij stukjes en beetjes prijs. In honderd hoofdstukken van zeer uiteenlopende lengte en gewicht doorsnijdt Crossley-Holland de persoonlijke geschiedenis van de verteller niet alleen met flarden uit het grote Arthur-epos, maar ook met een buitengewoon levendige weergave van het dagelijks bestaan van achthonderd jaar geleden. Zo zie je wat er op tafel kwam, welke kruiden er ter genezing werden gebruikt en hoe uitbundig de feesten waren, wat de rol van geloof en bijgeloof was, hoe onwankelbaar het verschil tussen de standen en hoe ontroostbaar een familie om weer een verloren kind. En dat alles beleef je door de ogen van de personages en niet als aangeplakte informatie. De taal is zorgvuldig en enigszins gedragen, met passende uitdrukkingen als «Trek de gordel van de waarheid en het borstharnas van de rechtschapenheid aan.» Maar de grootste verdienste van Crossley-Holland is dat hij in de loop van zijn vertelling zo’n menselijke held weet neer te zetten, met wie het goed meeleven is en naar wiens verdere wel en wee — hij gaat in deel twee op kruistocht, en waar blijft Guinevere? — je halsreikend uitziet.

Een aardige bijzonderheid is dat lezers zich uitgerekend op deze eeuwenoude verhaalstof tot 31 december via e-mail gratis kunnen abonneren. Wie zich aanmeldt, krijgt regelmatig een paar hoofdstukken in de mailbox tot het «boek» compleet is. Al achtduizend kinderen dienden zich aan. Desalniettemin overstijgt het aantal verkochte exemplaren dit cijfer. Blijkbaar is zo’n stapel printpapier niet voldoende en willen lezers toch het (zoals de uitgever het noemt) «fysieke boek». Het zou iets kunnen zeggen over de leesverleidende mogelijkheden van de computer, maar ik houd het voorlopig op die van het boek zelf en vooral op de magische kracht van de oude en niet voor niets onsterfelijk gebleken Arthur-verhalen.