Op het Nederlands Film Festival

Artistiek en integer vakwerk

Behalve Paradise Now toont op het Nederlands Film Festival dit jaar ook Leef! van Maria Goos en Willem van de Sande Bakhuyzen de toekomst van de vaderlandse film.

Na de vette jaren waarin de CV-constructie het filmlandschap deed overspoelen met dollars, ponden en euro’s braken vorig jaar magere tijden aan, toen de regering besloot paal en perk te stellen aan de fiscale steun aan de filmindustrie. Vooralsnog hebben de strenge maatregelen niet geleid tot een afname in het aantal Nederlandse «pu blieksfilms». Integendeel, de Pietje Bells, Kameleons en Florissen vliegen bioscoopbezoekers nog steeds om de oren. Maar het accent van de eeuwige problematiek rond de Nederlandse film is wel verschoven. Doreen Boonekamp, directeur van het Nederlands Film Festival, wijst op de negatieve gevolgen die de hervorming van het publieke bestel zal hebben voor de filmindustrie. Vooral de voorgenomen op heffing van de NPS zet volgens haar «de hele Nederlandse filmproductie op losse schroeven». In een artikel ter gelegenheid van het zilveren jubileum van het festival stelt Boonekamp dat vooral de «auteursfilm» wat betreft financiering, distributie en vertoning weer op een ondergeschikte plaats komt te staan. Terwijl voor iedereen helder is dat «het nu juist de auteurscinema is waarmee je internationaal aansluiting vindt».

Bovenstaande maakt twee dingen duidelijk: te veel geld of te weinig geld, te veel vertier of juist te weinig: voor producenten, schrijvers en regisseurs zal het nooit paradijselijk zijn in Ne derland. Daarnaast blijkt dat het verraderlijke onderscheid tussen «publieksfilm» en «auteurs film» (of de «kunstzinnige speelfilm», zoals het heet bij het Nederlands Fonds voor de Film) nog steeds een bepalende factor is in het maken en vertonen van Nederlandse films. Het is misschien op dit breukvlak waar de problematiek het meest interessant is. De vraag rijst of cineas ten en scenaristen de mogelijkheden van de mix tussen, om in de terminologie te blijven, pu blieks- en auteursfilm genoeg ontginnen. Vorig jaar waren de tekenen hoopvol. Gouden Kalf-winnaar Eddy Terstall heeft met Simon aangetoond dat een artistiek eigenzinnig werk niet hoeft te betekenen dat het publiek massaal wegblijft. En regisseur Pieter Kramer liet met Ellis in Glamourland zien dat een film in het genre comedy niet hoeft te betekenen dat se rieu ze commentatoren hun neus er voor optrekken.

Misschien ligt de toekomst van de Nederlandse filmkunst waar die altijd heeft gelegen: in de diversiteit, compleet met gruwelijke ba naliteit en onuitsprekelijke schoonheid, missers en treffers, publieksfilms en auteurs films, en in de unieke momenten dat «pu blieks trek ker» tegelijkertijd ook «auteursfilm» betekent. Op het festival in Utrecht worden al deze verschillende gezichten getoond: de monster achtig slechte «publieksfilm» Johan van Nicole van Kilsdonk, het eigenzinnige, radicale Paradise Now van de «Nederlands-Palestijnse» film maker Hany Abu-Assad, en van scenarioschrijver Maria Goos en regisseur Willem van de Sande Bakhuyzen de mooie openingsfilm Leef!

Drie vrouwen stelen de show in Leef! Ten eerste is er de scenariste, Maria Goos, het grootste talent dat Nederland rijk is op dit gebied, ge tuige haar werk voor zowel de televisieseries Pleidooi en Oud geld als recentelijk de degelijke, zij het niet volledig geslaagde speelfilm Cloaca. Ten tweede is er de actrice, Monic Hendrickx, die nu ook valt te beschouwen als de beste in haar vak in Nederland, nadat zij al heeft ge schitterd in De Poolse bruid (1998), Nynke (2001) en Het Zuiden (2004). Ten derde is er Tanya Jess, en Tanya Jess is een geval apart, een heerlijk geval, als je dat zo mag noemen. Dit soapsterretje en sekssymbool heeft in haar leven nog geen acteerprestatie van betekenis geleverd, of het moet zijn geweest als naaktmodel in een laag-bij-de-grondse – en dan nog een trapje lager – fotoreportage van de Nederlandse Playboy. En toch zet zij in Leef! een verrukkelijke rol neer als de burgerlijke verleidster Jolande. En de mannen? Stakkers van formaat, schitterende schlemielen, echtbrekers als Paul (Peter Blok), of half ge stoorde verloskundigen, als Gregor (Ali Ben Hor stin), of brallende schrijvers als Hugo (Jeroen Krabbé). Met zulke mannen hunkert de kijker naar vrouwen. En zij stellen hem niet teleur.

Wat een supervrouw is Anna. Zij heeft twee kinderen, één die een hartdefect heeft, en één die haar best doet de harten van haar ouders te breken. En zij heeft een man die tijdens de wandeling met de hond nog even snel binnenwipt bij vamp Jolande. Waar hij plots een hernia krijgt tijdens een wild partijtje seks.

Leef! handelt over Anna’s strijd tegen de tegenwerkende krachten in haar leven. Maar de film gaat dieper: Anna kampt ook met een trauma uit haar jeugd. Naast haar baan als verloskundige heeft zij artistieke aspiraties, maar de herinnering aan het verleden staat haar schrijverschap in de weg. Regisseur Van de Sande Bakhuyzen moest erg zijn best doen de terugflitsen naar Anna’s jeugd te passen in de actuele vertelling. Nu en dan komen de flashbacks geforceerd over. Vooral de rol die de schrijver Hugo (Krabbé) in Anna’s trauma speelt, blijft ietwat onduidelijk. Wat Leef! toch een geslaagde film maakt, zijn de dialogen van Goos, die huiveren tussen humor en tragiek, en de uitstekende acteurs, Hendrickx voorop. Haar Anna is broos en sterk tegelijk, onzeker en zelfverzekerd, beeldschoon en toch getekend door het leven.

Is Leef! illustratief voor vakmanschap en artistieke integriteit, Johan is een schoolvoorbeeld van hoe spectaculair het mis kan gaan met een Nederlandse film. Aan de oppervlakte heeft de film alles: een goede regisseur, Nicole van Kilsdonk, bekend van Ochtendzwemmers (2001), en twee populaire jonge acteurs, Mi chiel Huisman, en de toenemend interessante Johnny de Mol. Ook het verhaal klinkt boeiend: Vader Rinus Dros (Huub Stapel) heeft elf zonen, die een heel voetbalelftal vullen. Johnny (De Mol) haalt zelfs Ajax I. Johan (Huisman) daarentegen haat voetbal, en de film draait om zijn conflict met broer Johnny, ook wanneer die zijn vriendin Evy (Caro Lenssen) afsnoept.

Alles aan de film is mislukt. Vooral stuitend is de krampachtige wijze waarop de regisseur probeert het «feel good»-element uit te melken. Hier lijdt met name Huisman onder. Deze acteur, die toch iets interessants uitstraalt wanneer hij op het grote scherm verschijnt, geeft een masterclass in overdreven spel in scènes waarin hij de rebelse zanger moet zijn.

Zo geforceerd als Huismans spel is, zo tenen krommend clichématig is de vertelling, die ook nog gepaard gaat met een volledig overbodige verteller. Het verhaal handelt over voetbal en muziek, maar het eindproduct is gespeend van ieder greintje plezier. En als filmmaker moet je bijna je best doen om dat voor elkaar te krijgen.

De internationale coproductie Paradise Now van Hany Abu-Assad haalt het argument van festivaldirecteur Doreen Boonekamp onderuit dat je «met de auteurscinema internationaal aansluiting vindt». De aansluiting vind je, zo laat Paradise Now zien, met goede, geëngageerde cinema gemaakt voor een groot publiek. De film werkt ook nog als een populaire thriller die in je hoofd gaat zitten. En dat is een prestatie van formaat.

In Nablus op de Westoever zijn Khaled (Ali Suliman) en Said (Kaid Nashef) twee jonge Palestijnse vrienden die zijn uitverkoren een zelfmoordaanslag in Israël te plegen. In de uren voorafgaand aan de aanslag gaat er van alles mis. Zij zijn gedwongen terug te keren – met de zelfmoordbommen nog aan hun lichaam geplakt. In een dollemansrit gaat Khaled op zoek naar zijn vriend Said, die be gint te twijfelen aan hun missie.

De film heeft het ritme van een thriller en de diepgang van een psychologisch portret. De momenten van zelfonderzoek door Said zijn geloofwaardig, waardoor de kijker zich met hem kan identificeren. Dit is de verdienste van de regisseur. Abu-Assad is erin geslaagd de zelfmoordenaars neer te zetten als mensen. In een prachtige scène legt Said tegenover een Palestijnse leider uit wat hem drijft. De camera zoomt pijnlijk langzaam in op zijn gezicht, zodat hij als het ware geen kant op kan nu hij oog in oog staat met de waarheid. Hij praat zacht: op zijn tiende werd zijn vader dood geschoten wegens collaboratie met Israël. De pijn en de schande zijn overweldigend. Deze herinnering en het feit dat hij niet bereid is te leven als een minderwaardig mens achtervolgen hem. Maar, luidt de kritiek van een jonge vrouw op wie hij verliefd is, jij brengt jezelf om het leven in naam van een god die niet eens bestaat. Said: «Ik heb liever het paradijs in mijn hoofd dan dat ik blijf leven in deze hel.»

(Enkele opmerkingen over de laatste scène volgen, zonder welke een bespreking van Paradise Now onmogelijk is.) Het mooie aan de vorm van de film ligt in de beweging van de camera, die vaak horizontaal is om de vreemde schoonheid van de stad Nablus te illustreren en om de vertwijfeling en het gebrek aan doelbewuste beweging in het leven van de twee Palestijnse vrienden uit te beelden. Dan weer, op cruciale momenten, gaat de camera de diepte in, als in de slotscène, die meesterlijk onderkoeld in beeld is gebracht. We zien een volle bus met zowel gewone passagiers als mannen in uniform. En we zien Said, zittend, zwetend, gekleed in een zwart pak en wit shirt, zijn ogen doods, zoals in de hele film. En op deze trieste, donkere ogen zoomt de camera in, totdat zij het hele scherm vullen en de leegte die zij uitstralen de kijker in zijn ziel treft.

Hoe vreemd het ook klinkt, Paradise Now is een film waar je met plezier naar kijkt. Het is een spannend werk waarin tragiek en zwarte humor elkaar niet uitsluiten. Abu-Assad is volledig in controle van het verhaal. Dat vertelt hij met vaart, zonder de psychologisering van de personages en de complexe mengeling van schoonheid en wreedheid die inherent is aan de setting uit het oog te verliezen. Politiek en ideologie treden, zoals in de beste films over politiek en ideologie, gedoseerd op de voorgrond, zodat de personages en hun leefwereld centraal blijven staan.

Om deze redenen zou Paradise Now het Gouden Kalf voor beste film verdienen, ook al is het een Nederlands-Duits-Frans-Israëlische coproductie, opgenomen in het Arabisch, die op het oog slechts bij implicatie iets verbeeldt over de Nederlandse werkelijkheid. Maar sinds de moord op Theo van Gogh en de zelfmoordaanslagen in Londen staat het element «terreur» juist midden in het Nederlandse bewustzijn. Meer nog is Paradise Now een film van de wereld, een film van deze tijd, over de mensen van deze tijd. Toen de Duits-islamitische website Qantara.de in een recent interview aan Abu-Assad vroeg of hij de zelfmoordaanslagen veroordeelt, antwoordde hij: «Waarom zou ik? Ik ben tegen mensen vermoorden, en ik wil dat dat ophoudt. Maar ik veroordeel de zelfmoordaanvallers niet. Ik vind het een uitermate menselijke reactie op een extreme situatie.» Het bewijs dat Hany Aby-Assad gelijk heeft, hoe politiek geïnspireerd zijn antwoord ook lijkt, is ontegenzeglijk aanwezig in zijn kunstwerk, de film Paradise Now.

Te zien op het Nederlands Film Festival,

van 28 september tot 7 oktober in Utrecht