Hanif Kureishi, Mijn oor aan je hart. Het verhaal van mijn vader

Artistiek onderzoek

Hanif Kureishi

Mijn oor aan je hart. Het verhaal van mijn vader

Uit het Engels (My Ear at His Heart. Reading My Father, 2004) vertaald door Molly van Gelder

De Bezige Bij, 238 blz., e 18,90

Kureishi (1954, Kent) is bekender van zijn scenario’s – My Beautiful Laundrette; Sommy and Rosie Get Laid – dan van zijn literaire werk. Reading My Father, zoals de tweede helft van de Engelse titel luidt, moet je letterlijk nemen. Een jaar of tien na de dood van zijn vader leest de zoon twee manuscripten van hem. Hoe gefrustreerd de man ook was omdat die nooit in druk zijn verschenen, het schrijven bood hem een uitwijkmogelijkheid voor het leven. In de zoon, die wel een publiek kreeg, zag hij zich alsnog bevestigd. Op zich is de man, die zichzelf van jongs af een geboren mislukkeling vond, niet erg boeiend, maar in groter verband – dat van de familie, de drie generaties in India, Pakistan en Engeland – is zijn rol intrigerend. Bijvoorbeeld de rol van sport (cricket) en godsdienst (de islam, pas recent) bij de verhuizing van India naar Engeland en de uitwijk naar Pakistan; de Indiase vader van de verteller werkte dertig jaar in de Pakistaanse ambassade in Londen. Dan is er de poging van Kureishi om naar analogie van de VS in de Engelse literatuur een Brits-Aziatische lijn te onderscheiden. Dat had interessant kunnen zijn als de schrijver zijn eigen persoon niet zo op de voorgrond had geplaatst. Zijn eigen biografie – van aanpassing en verzet, het halve of hele racisme – past nog in de voorgeschiedenis van zijn vaders familie. Daarna wordt het een artistiek onderzoek, wanneer Kureishi op zijn vijftigste vaststelt dat het heilige vuur weg is. Dat deel hangt aan elkaar van quasi-diepzinnige frasen: hij studeerde filosofie om zichzelf te doorgronden. Ten slotte lijkt de vondst van een derde manuscript alles duidelijk te maken: de vader was een ongewenst kind, dus inderdaad geboren om te mislukken. De onthulling lost echter geen enkel raadsel op, vandaar het slappe einde: «Mijn vader gaf aan mij wat hij zelf had willen hebben, en dat was veel. Daarna, puttend uit mijn vaders poging om schrijven als remedie te gebruiken, vond ik mijn eigen verhalen die ik wilde vertellen. Ik overdrijf niet als ik zeg dat het schrijversleven mij enorm veel vreugde heeft gebracht, en dat het me kracht en succes heeft gegeven.» Eind goed al goed, en dat voor een schrijver die het van de humor moet hebben, zoals hij voortdurend zegt.