Reconstructie van een doktersopstand

Artsen met grenzen

Minister Schippers van Volksgezondheid moet voor 1 oktober akkoord gaan met een plan om huisartsen meer autonomie te geven en de macht van zorgverzekeraars in te perken. Zo niet, dan gaan achtduizend huisdokters haar beleid blokkeren.

Medium groene huisartsen 20met 20grenzen 2

De glazen deuren van het ministerie van Volksgezondheid, Wetenschap en Sport zijn niet echt geschikt om een manifest op te spijkeren. De huisartsen Peter de Groof en Jacques de Milliano plakken daarom op 2 juni de stellingen van hun actiegroep Het Roer Moet Om vast met tape – de spijkers worden er symbolisch tussen gestopt.

Net zoals Maarten Luther, die met zijn pamflet op de kerkdeuren in Wittenberg in 1517 de praktijken van de kerk publiekelijk ter discussie wilde stellen, eisen de huisartsen een grondige reformatie, deze keer van de gezondheidszorg.

De drie stellingen van het manifest zijn helder. De huisartsen wijzen marktwerking en concurrentie in de eerstelijnszorg af en pleiten juist voor onderlinge samenwerking. Daarnaast moet zorgminister Edith Schippers een gelijkwaardige positie voor de artsen bevorderen tijdens onderhandelingen met zorgverzekeraars. En er moet weer vertrouwen komen in hun medische deskundigheid, zodat artsen niet voor elke kleinigheid een formulier hoeven in te vullen. Wordt aan deze eisen niet voldaan voor 1 oktober, dan weigeren de huisartsen in de toekomst taken van ziekenhuizen over te nemen. Daarmee ontstaat een groot politiek probleem voor minister Schippers, want het is een van haar belangrijkste opdrachten om via substitutie van zorg de kosten te drukken.

Inmiddels steunen bijna achtduizend ondertekenaars, zeventig procent van de huisartsen, het manifest. Het ministerie en de zorgverzekeraars zijn totaal verrast door deze massaal gesteunde opstand. Al was het onvermijdelijk dat het ging gebeuren. De stem van de huisartsen binnen de Nederlandse overlegpolder is de afgelopen jaren immers via wetgeving gesmoord door overheid, zorgverzekeraars en toezichthouders. Bedenkingen en frustraties van huisartsen over nieuw beleid en extra taken werden daardoor genegeerd of niet opgemerkt.

Medium groene artsen 20met 20grenzen 3

De kiem van het massale protest werd gelegd in het najaar van 2014 tijdens onderhandelingen met de zorgverzekeraars over het huisartsencontract voor 2015. Zoals alle huisartsen ontving de in Haarlem gevestigde Jacques de Milliano een conceptcontract dat was opgesteld volgens het net ingevoerde financieringssysteem voor de huisartsenzorg. De Milliano moest het contract een paar keer goed doorlezen voordat hij het begreep: de zorgverzekeraar kreeg op deze manier invloed op zijn medische beslissingen.

Huisartsen moesten bijvoorbeeld medicijnen voorschrijven van het (goedkopere) soort dat de voorkeur had van de verzekeraar om een deel van hun financiering binnen te halen. ‘De zorgverzekeraar bepaalt dan jaarlijks welke huisartsen de winnaars of de verliezers zijn in voorschrijfgedrag en wie vervolgens financieel extra wordt beloond of juist wordt afgestraft’, stelt De Milliano. ‘Terwijl het in de praktijk regelmatig voorkomt dat een voorkeursmedicijn, of een standaarddosering daarvan, patiënten schade kan berokkenen. Dan pas je in het belang van hun gezondheid het recept natuurlijk aan. Maar dan val je voor de verzekeraar wel onder de categorie van “slecht presterende dokter”.’

Het ging en gaat De Milliano in eerste instantie niet om de financiële gevolgen, benadrukt hij. ‘Ik wil die discussie laten voor wat het is omdat het hier gaat om iets heel fundamenteels: de aantasting van onze artseneed.’ Als oprichter van Artsen zonder Grenzen Nederland had De Milliano veel campagnes en acties georganiseerd, een ervaring die hem goed van pas kwam nu bleek dat zijn ongenoegen over het contract breed werd gedeeld door collega’s in de regio Haarlem.

De verontwaardiging nam bovendien nog toe door de manier waarop de leidende zorgverzekeraar in het gebied, Zilveren Kruis Achmea, omging met de kritiek. ‘Ik had niet zo veel ervaring met het onderhandelen, maar ik kreeg al snel het gevoel gepiepeld te worden’, vertelt Peter de Groof, ook huisarts te Haarlem. ‘Dan wil je praten om het contract te veranderen en dan sturen ze een accountmanager die geen énkel mandaat heeft. Die zegt: daar kan ik niet over beslissen, maar je hoort het volgende week. Een oude truc om tijd te rekken en je voor een voldongen feit te stellen.’

De belangenorganisatie de Landelijke Huisartsen Vereniging (lhv) kon niet veel uitrichten want huisartsen zijn sinds de privatisering van de zorg in 2006 officieel concurrerende ondernemers en vallen onder de Mededingingswet. Steun aan gecoördineerde protesten tijdens contractonderhandelingen zou door de toezichthouder Autoriteit Consument en Markt (acm) worden gezien als kartelvorming. In 2012 was de lhv beboet met ruim 7,7 miljoen euro, waartegen ze nog steeds aan het procederen is.

‘De lhv zat weggedoken in het schuttersputje en durfde niet meer over de rand te kijken’, zegt De Milliano. ‘We merkten de gevolgen daarvan tijdens deze onderhandelingen. Er was een soort vacuüm ontstaan dat volledig werd opgevuld door de verzekeraars. Zij ondervonden geen enkele tegenkracht. De verzekeraars bepaalden de agenda, het ritme, alles.’

‘We hadden allemaal met dezelfde bureaucratische absurditeiten te maken en dat werkte heel verbindend’

De Haarlemse huisartsen begonnen via whatsapp met elkaar te overleggen. Het chatgroepje groeide uit tot een heus platform. De Milliano: ‘Er werd afgesproken om de contracten niet te tekenen. En diegenen die al hadden getekend, maakten dat per aangetekende post ongedaan.’

Achmea zag zich opeens geconfronteerd met huisartsen die massaal dwars gingen liggen. ‘Er ontstond duidelijk paniek’, meent De Groof. ‘Wat ons maandenlang niet lukte – écht onderhandelen met bevoegde mensen – lukte nu in een korte tijd, want binnen enkele dagen zat de Achmea-top met ons om de tafel.’ Het contract voor 2015 werd vervolgens aangepast.

De Milliano en De Groof beseften dat het de vraag was of dit opnieuw zou lukken voor het contract van 2016. De kern van het probleem – de chronische machtsongelijkheid – was verre van opgelost. Ze besloten een plan te smeden om buiten de bestuurlijke kaders om structurele verandering af te dwingen in die machtsverhouding. Het was nu zaak ook in de rest van Nederland gelijkgestemde en actiebereide huisartsen te vinden.

Mai Neijens had nooit gedacht dat ze ooit onderdeel van een massale protestbeweging zou worden. Ze was nog onwetend van de kleine overwinning van haar collega’s in Haarlem. Vanuit een solopraktijk in Landsmeer kon ze als kleine ondernemer ‘niets anders dan tekenen bij het kruisje’. Voor verzet had ze geen puf. De enorme papierwinkel waarmee ze door verzekeraar en zorggroep werd overstelpt ‘om aan hun datadrift te voldoen’ had veel energie opgeslurpt. De lol was er na achttien jaar dorpspraktijk wel af.

De verzekeraar probeerde ook nog via haar de nieuwe, controversiële contracten te legitimeren. ‘Ze vroegen of ik op persoonlijke titel in een klankbordgroep wilde komen voor het opstellen van de contracten. Ik heb ervoor bedankt. Die groep had geen echte onderhandelingsmacht en was er puur voor de bühne, voor het geval er protesten tegen de contracten zouden komen. Dan kon de verzekeraar zeggen: “Huisartsen stonden aan de basis van deze overeenkomst.” Je wordt medeplichtig gemaakt. Ik kreeg echt een grote hekel aan hun manier van werken.’

De ergernis nam nog eens toe toen ze een zogeheten ‘plusmodule’ bij Achmea wilde afsluiten. De ‘beste huisartsen’ die voldoen aan zeven van de negen kwaliteitsvoorwaarden krijgen in dit systeem per patiënt extra geld van de verzekeraar. Een aantal voorwaarden lijkt echter vooral door commerciële belangen ingegeven te zijn. ‘Een van de eisen was dat ik een groot beeldscherm in de wachtkamer moest hangen met allerlei informatie voor de patiënt’, herinnert Neijens zich. ‘Voor veertig procent van de tijd moest dan het logo van Achmea prominent in beeld zijn. Gewoon reclame maken dus. Ik weigerde. Patiënten moeten een vrije keus hebben. En wat doet het eigenlijk voor de kwaliteit van zorg?’

Een andere voorwaarde, de mogelijkheid om online een afspraak te maken, kan volgens Neijens juist de kwaliteit van de zorg verminderen. ‘Het is extra service, maar je bent dan wel de triage aan de telefoon kwijt. En juist zo’n eerste gesprek is belangrijk om in te kunnen schatten hoe acuut een probleem is.’

De ondoordachte manier waarop de bureaucratie blijft uitdijen zat Neijens het meest dwars. Sinds enkele jaren zetten de zorgverzekeraars groot in op ketenzorg voor chronisch zieken. Oorspronkelijk was er alleen een keten voor diabetespatiënten, waarbij een vast samenwerkingsverband van zorgverleners (huisartsen, diëtisten, podotherapeuten en laboratoria) per patiënt voor één vast bedrag werd ingekocht. Het werd een succes dat transformeerde tot valkuil.

De keten ging een eigen leven leiden. Beleidsmakers en ook belangengroepen dachten met ketenzorg een toverformule te hebben gevonden. Er kwamen ook ketens voor longziekten en hart- en vaatziekten. Het gevolg: huisartsen raakten administratief verstrikt tussen die ketens omdat chronisch zieken vaak meerdere aandoeningen hebben. Daardoor zit één patiënt in meerdere ketens die elkaar overlappen of elkaar in medisch opzicht in de weg zitten. Dubbele controles of complicaties zijn het resultaat.

Daarnaast gaat er veel geld om in de ketenzorg en de verzekeraars proberen via standaarden en verplichtingen (opgesteld door medische brancheorganisaties) in het contract zicht te houden op de werkwijze. In werkelijkheid beperken deze voorwaarden de behandelruimte en zorgen ze ervoor dat een arts – die eigenlijk maar een klein onderdeel is van de keten – veel van zijn tijd verliest aan administratieve manoeuvres om alsnog de noodzakelijke behandeling mogelijk te maken.

Ook Neijens liep daar tegenaan. Haar huidige contract voor de copd-keten (longziekten) telt 68 pagina’s en als kleine praktijk is de papierwinkel niet meer te doen. Zorg dicht bij de mensen staat onder druk. Alleen grote gezondheidscentra kunnen op deze manier werken.

‘Je wordt medeplichtig gemaakt. Ik kreeg echt een grote hekel aan hun manier van werken’

Moedeloos werd Neijens ervan. Des te meer doordat juist haar eigen beroepsverenigingen bijdroegen aan deze overbelasting. De gedachte om te stoppen werd met de nieuwe contracten sterker.

Opeens was er echter in januari een telefoontje van een oude bekende, de Amsterdamse huisarts Bart Meijman. Hij werkte inmiddels samen met De Milliano en De Groof. Of ze interesse had om zich aan te sluiten bij hun nog te vormen actiegroep die de autonomie van huisartsen terug wilde pakken. Zo konden ze ook hun vertegenwoordigers in de medische beroepsorganisaties een spiegel voorhouden.

‘Ik had geen seconde nodig om erover na te denken’, vertelt Neijens. ‘Het was voor mij echt een teken. Het voelde als een laatste kans.’

Medium groene artsen 20met 20grenzen 1

Op een avond in februari verzamelden zich vijftien huisartsen in de Haarlemse praktijk van De Milliano. De groep bestond uit zeer verschillende huisartsen met uiteenlopende opvattingen over de inrichting van de eerstelijnszorg. Het duurde niet lang of er ontstond een geanimeerde discussie. ‘We hadden allemaal met dezelfde bureaucratische absurditeiten te maken en dat werkte heel verbindend’, herinnert Toosje Valkenburg uit De Bilt zich.

Op een gegeven moment schoof een van de wanden opzij en de geur van zelfgemaakte lasagne en pizza’s vulde de wachtkamer die ze voor de bijeenkomst gebruikten. Een keuken met een massief fornuis en een formidabele oven kwam te voorschijn. Het keukencentrum dat voor de praktijk in het pand was gevestigd had de apparatuur op verzoek van De Milliano laten staan. ‘Ik kook graag.’

De Haarlemse huisarts voelde zich in zijn element. De opwinding van discussies met vakgenoten en de plannen die ze maakten om de gevestigde orde te verstoren riepen herinneringen op aan de begindagen van Artsen zonder Grenzen in de jaren tachtig. Als jonge arts rekruteerde hij samen met Peter de Groof en Bart Meijman medestanders in café ’t Smalle in Amsterdam. Het drietal nam een hoop ervaring met actievoeren mee.

‘Je moet herkenbaar zijn’, weet Meijman. ‘Dat bereik je met een simpele, duidelijke visie die je concreet maakt in een manifest en vervolgens vasthoudend verspreidt zodat mensen weten waar je het over hebt.’ De artsen besloten zich te concentreren op opvattingen die ze deelden. Consensus over wat er nu eigenlijk moest gebeuren werd opvallend gemakkelijk bereikt. Hun actiegroep noemden ze Het Roer Moet Om en hun drie doelen legden ze vast in een manifest.

Allereerst wilden ze af van de ‘verstikkende Mededingingswet’. Zo’n beetje elke vorm van collectiviteit – van contractonderhandelingen tot overleg tussen huisartsen in een dorp over de avondspreekuren – loopt het risico met een torenhoge boete te worden bestraft. De werkelijke dreiging voor concurrentievervalsing achtten de artsen nihil. De prijzen in de zorg worden tenslotte grotendeels door de overheid vastgesteld.

Doordat artsen zich niet mogen verenigen is het voor de verzekeraars uitermate simpel geworden om individuele artsen tijdens onderhandelingen onder druk te zetten. De twee partijen moeten weer gelijkwaardige partners worden, stelden de artsen als tweede eis.

Een derde punt was de afbouw van de bureaucratie. Volgens de Zorgverzekeringwet moeten de verzekeraars hun inkoop van zorg baseren op de beste prijs-kwaliteitverhouding. Om zicht te krijgen op de kwaliteit hebben de verzekeraars sinds kort zorgaanbieders verplicht om voor elke handeling, receptuur en aanvraag minutieus formulieren in te vullen. ‘Zo’n controle via formulieren is in feite nep’, meent Toosje Valkenburg. ‘Ook al doet een arts een behandeling anders dan de zorgverzekeraars willen, je zorgt wel dat zo’n formulier klopt. Daar komt dus geen gedragsverandering van, slechts een grote papierwinkel.’

‘We hebben geconstateerd dat de taal van de huisartsen een totaal andere is dan die van de toezichthouders’

De actiegroep vermijdt discussies over geld en financiering. ‘Voor je het weet draaien je tegenstanders het zo dat je wordt neergezet als een geldbeluste graaier’, aldus Bart Meijman.

De tegenstanders van de actiegroep zijn uiteraard minister Schippers en de vier grote zorgverzekeraars Achmea, vgz, CZ en Menzis. Tegelijkertijd zijn zij de enigen die de verlangde veranderingen mogelijk kunnen maken. Dus hoe overtuig je ze? Ouderwets polderen via de Landelijke Huisartsen Vereniging? De groep heeft er weinig fiducie in. De polder waar naar goed Nederlands gebruik consensus wordt bereikt, bestaat volgens de huisartsen niet meer. De lhv liep de afgelopen jaren braaf in de pas en heeft zich vervreemd van de eigen achterban. De belangenvereniging was enorm geïntimideerd. ‘En ik snap dat wel’, zegt Meijman. ‘Ik was in 2010 voorzitter van de lhv-afdeling in Amsterdam toen de NMa, voorloper van toezichthouder acm, een inval deed in ons kantoor. Alles werd meegenomen, de notulen en kopieën van de harde schijven.’

De toezichthouder wilde oorspronkelijk de rol van de belangenorganisatie in het vestigingsbeleid controleren. Maar de onderzoekers kwamen na het doorspitten van de notulen met aanvullende waarschuwingen omdat de lhv ook namens de leden onderhandelde met zorgverzekeraars, hetgeen ook verboden bleek te zijn. Meijman: ‘Dat wisten we echt niet. Dus we moesten verplicht cursussen volgen en er kwam ook een compliance officer. Tijdens ledenvergaderingen werkte dat verlammend. Als een onderwerp over samenwerking of onderhandelingen maar ter sprake kwam, dan werd er “ssst!” geroepen Daar mochten we het niet over hebben in groepsverband. Volslagen paranoia.’

De lhv is bij het tot stand komen van gezondheidszorgbeleid nog steeds dé vertegenwoordiger waarmee minister Schippers, zorgverzekeraars en andere belangenorganisaties de akkoorden sluiten. Volgens de actiegroep is de vereniging ook hierbij de laatste jaren te meegaand geweest met ideeën die uit de politiek kwamen, bijvoorbeeld over de ketenzorg.

De Milliano wijt dat aan het feit dat er veel (oud-)politici in de belangengroepen zitten. ‘Je ziet dat er een old boys network is ontstaan’, zegt hij. ‘Uit hun onderlinge, persoonlijke afhankelijkheid, die volledig losstaat van de werkelijkheid in een artsenpraktijk, komt vaak een waarheid voort waar wij weinig mee kunnen.’

Een echte verandering moet van buiten de bestaande machtsstructuren komen, is de overtuiging van de actiegroep. Maar hoe? Minister Schippers is de enige met voldoende macht om de andere partijen in beweging te krijgen. De artsen moeten haar raken waar het pijn doet en ze weten waar dat is: weigering van huisartsen om dure ziekenhuiszorg goedkoper over te nemen raakt de kern van haar beleid. Al ingeboekte bezuinigingen komen zo onder druk te staan.

De minister had al een grote nederlaag geleden in de Eerste Kamer toen een meerderheid de inperking van de vrije artsenkeuze naar de prullenmand had verwezen. Naar eigen zeggen liep de minister een miljard euro aan besparingen mis. Zonder kostenbeheersing zou de reputatie van deze ambitieuze politica in Haagse kringen ernstige deuken oplopen.

De actiegroep moet omzichtig opereren om te voorkomen dat hun mobilisatie uitgelegd wordt als collectieve actie. Boven alles moet worden voorkomen dat de toezichthouder Autoriteit Consument en Mark het protest frustreert. Het manifest is de oplossing. Wat erin staat, is slechts een opvatting, geen oproep tot gezamenlijke actie. Elke individuele huisarts is vrij om het te ondertekenen. Er wordt een website gebouwd waar huisartsen het manifest kunnen tekenen. Het ‘spijkeren’ van de stellingen op de deuren van het ministerie van vws zorgt voor items bij nos en rtl. De actiegroep hoopt op steun van honderden, misschien een paar duizend huisartsen. Die verwachting blijkt veel te bescheiden. >

Het voorhoofd van Peter de Groof glimt van de hitte. En van spanning. Hij is op deze avond in juni leider van het grote zorgdebat in de Rode Hoed met politici, zorgverzekeraars, toezichthouders en minister Schippers zelf. Alle partijen moeten publiekelijk met de billen bloot. De massale omarming van het manifest dat transparantie opeist, zorgt ervoor dat het achterkamertjesoverleg publiek gevoerd wordt.

De Groof is trots als hij vanaf het katheder de zaal van de oude schuilkerk in Amsterdam ziet volstromen. Na een tijdlang in de marge te zijn gedrukt, hebben ze een echte discussie over de maatschappelijke positie van huisartsen geforceerd. Die verheffing is voelbaar in de hele beroepsgroep. Een jonge huisarts had De Groof aangesproken en verteld hoe hun beweging haar had geïnspireerd. Zoiets was lang geleden.

De actie heeft hun stoutste verwachtingen overtroffen. Al na een paar dagen heeft een derde van alle huisartsen in Nederland het manifest ondertekend. Na een paar weken ruim twee derde. In eerste instantie hadden de zorgverzekeraars gemopperd en gefoeterd. Maar de grote steun voor het manifest heeft Het Roer Moet Om in één klap gelegitimeerd. En de bestaande overlegstructuren waarin de verzekeraars de overhand hadden, zijn voorlopig niet veel meer waard.

De minister: ‘Huisartsen uit de mededinging? Daar zit een beetje de suggestie in dat de problemen dan over zijn’

Sommige verzekeringsdirecteuren komen daarom al snel op de koffie in de praktijk van Bart Meijman. Ze kunnen zich wel vinden in sommige kritiek. Of de groep een partij in de overleggen wil worden? De actievoerende huisartsen wijzen het aanbod af en de bestuurders hebben uiteindelijk geen andere keus dan deel te nemen aan een publiek debat over de crisis in de eerstelijns.

Op deze avond doet de minister echter een verwoede poging om het initiatief terug te pakken en de discussie terug in de beslotenheid van de polder te loodsen. Ze wordt hierin ondersteund door Henk Don, bestuurslid van de toezichthouder acm, en door haar voorganger Ab Klink in zijn huidige hoedanigheid als directeur van verzekeraar vgz. Hun eensgezindheid komt het scherpst tot uiting tijdens de discussie over het meest heikele punt – moeten de huisartsen wel of niet onder de Mededingingswet blijven vallen? De directeuren van de andere grote zorgverzekeraars, Olivier Gerrits (Achmea), Wim van der Meeren (CZ) en Ruben Wenselaar (Menzis), flankeren Klink achter vier statafels waar ze microfoontjes moeten delen.

De verzekeraars hebben na een lange werkdag hun stropdas af gedaan, op Van der Meeren na. De gekreukte pakken accentueren hun vermoeide uitdrukking. Ze lijken op autoverkopers die weten dat ze deze klanten niets meer kunnen aansmeren. Klink zet desondanks hard in. Die zogenaamde beknellende werking van de Mededingingswet voor de samenwerking valt reuze mee, bezweert hij. En om de problemen nou met grootse wijzigingen van het zorgstelsel aan te pakken? ‘Als je mededinging afschaft, dan schaf je ook het ondernemerschap van huisartsen af.’

Vanuit de zaal stijgt mopperend geroezemoes op. Alsof ze met de vastgestelde prijzen ooit een echte ondernemer zijn geweest. Henk Don, namens de acm gezeten op de eerste rij, komt Klink te hulp. ‘Samenwerking tussen artsen op inhoud mag, zolang het maar niet over de tarieven gaat. En als er vragen zijn, benader ons, bel ons dan. We zullen u echt helpen.’

Stemmen uit de zaal krijgen nu een spottende bijklank. De huisartsen hebben beduidend andere ervaringen. De woorden van Don schieten Ella Kalsbeek, de nieuwe voorzitter van de lhv, in het verkeerde keelgat. Geruchten over deze speelruimte heeft ze al eerder gehoord, maar blijken niets meer dan dat. ‘Want de acm verplicht ons toch elk jaar weer om die compliance-cursus te volgen. En daar leren tientallen huisartsen de harde les: wees bang voor samenwerking en blijf ver van de grenzen van mededinging. Dat spoort toch totaal niet met wat u hier vertelt?’

Zo kaatst het heen en weer. Ja, de zorgverzekeraars erkennen de grieven van een exploderende bureaucratie en willen de artsen daarin tegemoetkomen. Maar toezeggingen om de huisartsenzorg uit de Mededingingswet te halen is een brug te ver. Het lost niets op, menen de directeuren, je zult altijd wetgeving nodig hebben.

Op dit argument borduurt minister Schippers voort. Terwijl de directeuren van het podium schuifelen, beent de hooggehakte minister met zevenmijlspas het podium op.

Ze hoeft geen microfoons te delen, het katheder is voor haar alleen. Als een strenge schooljuf spreekt ze de artsen toe, alsof het leerlingen zijn die het allemaal verkeerd hebben begrepen. ‘Huisartsen uit de mededinging? Daar zit een beetje de suggestie in dat de problemen dan over zijn. Dat lijkt mij een te simpele gedachtevorming.’

Schippers waarschuwt tegen een ‘extreme stelseldiscussie’ en stelt voor om de koppen bijeen te steken om uit te zoeken waar de problemen nu echt zitten. Wouter van den Berg, voorzitter van de Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen, gelooft zijn oren niet. ‘Er is een manifest gespijkerd met een duidelijke diagnose van de problemen. Met 7800 man hebben we geconstateerd dat de taal van de huisartsen een totaal andere is dan die van de toezichthouders. Dat komt door de weeffouten in het systeem. Daar kunnen we lang over polderen, maar daar komen we zo niet uit.’

Schippers blijft onbuigzaam: ‘Je kunt een diagnose stellen maar dan heb je nog geen oplossing. Dus, ik kom hier tenslotte ook niet voor niets, laten we met betrokken partijen deze zomer vanuit de inhoud en niet vanuit het systeem kijken om wellicht voor 1 oktober met oplossingen te komen.’

De aap komt uit de mouw. Elk overleg moet in de achterkamertjes plaatsvinden. De zorgverzekeraars stemmen meteen in met het idee. De actiegroep voelt aan dat Schippers publiekelijk niet verder wil gaan en gaat akkoord.

De stilte waarin de zomergesprekken verlopen doet vermoeden dat de minister een overwinning heeft geboekt door de huisartsenopstand de polder in te manoeuvreren. Het is schijn. Volgens betrokkenen is de aard van de overlegstructuur door druk van Het Roer Moet Om sterk veranderd.

De Landelijke Huisartsen Vereniging is onder de nieuwe voorzitter Ella Kalsbeek feller dan de beroepsgroep zich kan heugen. Volgens haar komt dat niet alleen door de druk die de massale ondertekening van het manifest met zich heeft meegebracht. ‘Wij waren al bezig met een rapport over alternatieven voor de Mededingingswet voordat hun voorwaarden aan de deuren van vws werden gespijkerd. Dus het kwam ons wel goed uit. Toen ik een jaar geleden als voorzitter binnenkwam schrok ik van de situatie waarin huisartsen binnen delen van het systeem zaten. Daar wilde ik sowieso voor op de barricaden.’

De onderhandelingen zijn een uitgelezen kans voor de Landelijke Huisartsen Vereniging om het vertrouwen bij de artsen terug te winnen. Volgens bronnen dicht bij de besprekingen zijn de zorgverzekeraars, de acm en het ministerie ook in beweging gekomen. De grote veranderingen die de huisartsen wensen, lijken op komst. De kans is groot dat de marktwerking in de huisartsenzorg haar langste tijd heeft gehad.

Officieel doen de betrokkenen tot oktober geen mededelingen, maar deze uitkomst is uiterst reëel. Een akkoord met vage toezeggingen is voor Schippers een te groot politiek risico. De duizenden manifestondertekenaars zullen dat immers niet accepteren en zij hebben een sleutelpositie bij het in de hand houden van de zorgkosten. Schippers zal voor de verandering eens een keer de beroepsgroep moeten volgen.