The Man Booker Prize 2015

Asfalt tegen straatklinkers

Schrijvers die tegelijkertijd actief zijn in de kunstwereld lijken zich veel meer bewust te zijn van de verworvenheden van het modernisme. Tom McCarthy – die met Satin Island voor de tweede keer is genomineerd voor de Man Booker Prize (C was zijn eerste) – is lid van het collectief International Necronautical Society (ins), dat zich vooral richt op conceptuele kunst.

Als student schreef McCarthy een kleine studie over Finnegans Wake van James Joyce. In interviews kan hij zowel enthousiast vertellen over de stripfiguur Kuifje als over Robert Musils Der Mann ohne Eigenschaften of Infinite Jest van David Foster Wallace. De lezer die van Satin Island het zoveelste verhaal met een plot, cliffhangers enzovoort verwacht, komt bedrogen uit. Satin Island is een vertelling vol ínnerlijke verschuivingen, een denkboek, een vertelling over taal en ritueel handelen in het digitale tijdperk.

De naam van de hoofdfiguur is een letter, U, waardoor de Engelstalige lezer zich aangesproken kan voelen. Hij is antropoloog in dienst van een Brits bedrijf, The Company, en gestrand op de luchthaven van Turijn. Via zijn laptop is hij aangesloten op het wereldnieuws: in de Golf van Mexico is een olielek ontstaan, zijn bedrijf heeft het prestigieuze Koob-Sassenproject in de wacht gesleept en zijn nieuwe vriendin Madison verlangt naar hem. Terug in zijn kelderkantoor in Londen probeert hij zijn steentje aan het mistige project – een versluierde supranationale samenzwering? – bij te dragen. Hij zit in het public relations web. Als consultant voor bedrijven is hij goed in ‘het contextualiseren en nuanceren van dienstverleningen en producten’.

Er is nog meer jargon dat de werkelijkheid aan het zicht onttrekt: hij levert ‘cultureel inzicht’ door alle vezels – schering én inslag – van de (westerse) cultuur te ontrafelen zodat de cliënt zijn eigen draadje kan toevoegen. Noem het, plat gezegd, doortrapte reclame die de omzet kan vergroten. In wezen is U een waarzegger of een sjamaan die het mechanisch of ritueel gedrag van consumenten manipuleert met pseudo-alomvattende verhalen, ‘totale’ netwerkjes van betrekkingen die samenhang in de wereld suggereren. Einddoel is de ontdekking van het Grote Patroon, het Ultieme Slotverhaal, The Great Report waarin alles met alles samenhangt en waarin dus de paranoia op de loer ligt. Óf de eindconclusie is dat het toeval heerst en dat er nooit en nergens enige betekenis te bespeuren valt. En daar is consultant en betekenisproducent U mee bezig.

Medium tom mccarthy color 1
U is een waarzegger of een sjamaan die het mechanisch of ritueel gedrag van consumenten manipuleert

U’s lievelingsboek is het klassieke Tristes Tropiques van Claude Lévi-Strauss, een studie naar ritueel gedrag onder zogenaamde primitieve stammen of ‘nobele wilden’. Zelf is hij afgestudeerd op ‘clubcultuur’. The Company ziet hij als een moderne stam. De werknemers verrichten rituele handelingen binnen de werkhiërarchie en maken carrière of vallen buiten de boot, al naar gelang hun aanpassingsvermogen en machtsgevoel. In 1968 trokken opstandige studenten nog klinkers uit de straten van Parijs als protest. Twintig jaar later waren alle Parijse straten geasfalteerd en streden de afgestudeerden niet meer tegen de concerns maar traden ze in dienst van hun vroegere vijanden. Dit alles gaat door het hoofd van U, die heel goed weet dat hij een verlengstuk is van een onzichtbare macht. Heel ambitieus en fanatiek legt hij allerlei dossiers aan, tot hij beseft dat álle dossiers bij elkaar – een reuzentoren van Babel – misschien wel Het Totaalverslag vormen, een tekst die niemand kan lezen en door iedereen is geschreven. Niets gaat verloren in de digitale wereld, zelfs gedelete teksten blijven ‘hangen’ in de prullenbak, de afvalcontainer van verbruikte teksten.

In zijn hoofd woelt nog veel meer: Madison, met wie hij vooral een ritueel seksuele verhouding heeft; zijn beste vriend Petr, die langzaam maar zeker doodgaat aan kanker; het olielek, dat hem intrigeert maar niet op het niveau van milieuvervuiling; de parachutist die doodvalt omdat er met zijn parachute is geknoeid. En dan is er zijn droom over een eiland van cement en met fabrieken die op gebombardeerde kathedralen lijken. Het is een reusachtige ruïne, een vervallen complex waar afval wordt verbrand: ‘Als de stad de hoofdstad was, de zetel van het rijk, dan was dit eiland juist het tegendeel, het omgekeerde – de andere plek, de voeder, de filteraar, de overvloedmanager, de smerige en verborgen blindedarm waardoor het eigenlijke lichaam niet kon functioneren.’ Als U in New York is en zich laat fêteren omdat hij zogenaamd zo’n belangrijke bijdrage aan het mysterieuze Koob-Sassenproject heeft geleverd, staat hij op het punt met de veerboot (o Griekse mythe!) naar Staten Island te gaan. Een cruciaal keerpunt in de stimulerende roman, die niet alleen het hoofd van de lezer prikkelt maar ook het hart.

Want het is Madison, die het hele boek op de achtergrond is gebleven, die met haar Turijn-verhaal alle weten van U overhoop haalt. Haar vertelling, geboren uit een protest tegen de G8-bijeenkomst in Genua begin september 2001 (vlak voor 9/11), laat een raadselachtig ritueel zien rond macht en onmacht. Haar onthulling laat met terugwerkende kracht zien dat er overal ter wereld dumpplaatsen bestaan. Met andere woorden: Satin Island is alomtegenwoordig.

De roman Satin Island wijkt prettig af van de grote stroom. Denkers en pseudo-denkers als Lévi-Strauss, Deleuze en Derrida bedt McCarthy in in een narratief project met een surrealistische onderstroom. Aan de lezer om alle rituelen ‘een plaats te geven’. En als er geen plaats, geen samenhang blijkt te zijn? Juist die alarmerende vraag maakt de kern uit van Satin Island, dat wil doordringen in gebieden waar andere romans niet eens bij in de buurt komen.