Schuld en vrees in Israel en Amerika

Assen van het kwaad

Waarom wekken Amerika en Israël zoveel woeste, ongeremde woede? Dat heeft te maken met gevoelens van schuld en vrees. Deze twee democratische staten herinneren ons aan wat wij eens waren, en daarom worden ze gehaat.

Wat is het toch met Israël en de Verenigde Staten, waardoor bij voor het overige intelligente mensen emoties oplaaien die niet anders dan gestoord zijn te noemen? Tom Paulin, een Britse tv-commentator en dichter, heeft zich onlangs laten interviewen door de Egyptische krant Al-Ahram, en daarbij zei hij dat de Israëlische kolonisten doodgeschoten moesten worden. Dat was maar een paar weken nadat hij een liefdadigheidsvoorstelling van twee bekende komieken had verstoord door te schreeuwen dat ze «rukkers» waren omdat ze het niet over het «Amerikaanse zionisme» hadden. De beschrijving die Harold Pinter van Amerika geeft in het laatste nummer van Granta, namelijk als een «op hol geslagen staat» en een «volmaakt, prijzen winnend, verguld monster», dat «in feite de hele wereld de oorlog heeft verklaard», is al even getikt.
Er is veel mis aan zowel de VS als Israël, vooral in deze tijd. Maar waarom wekken deze twee democratische staten, in een wereld waar dictators hun eigen burgers met gifgas vermoorden of verkrachting toepassen als systematisch middel tot onderdrukking, of de ene etnische groep oproepen tot uitroeiing van een andere, zoveel woeste, ongeremde woede? Waarom winden sommige westerse intellectuelen zich meer op over George W. Bush dan over Saddam Hoessein, en meer over Ramallah dan over Kasjmir? Zelfmoordaanslagen zijn begrijpelijk, maar de wrede behandeling van gevangenen in Guantanamo Bay is onvergeeflijk. Het is waar dat anti-Amerikanisme en antisemitisme samengaan, historisch gezien, en dat ze keurig passen in de demonologie van het antikapitalisme. Sommige mensen haten Israël omdat ze het land zien als een symbool van Amerikaans imperialisme. Anderen haten de Verenigde Staten wegens de steun die dat land aan Israël verleent. Toch is antisemitisme, met name in het geval van Pinter, wel wat ongeloofwaardig. (Niet dat er geen joods antisemitisme bestaat: denk maar aan Karl Marx.)
Nee, ik denk dat die woedende tirades een andere bron hebben, dat ze te maken hebben met gevoelens van schuld en vrees. De twee wereldoorlogen, die zijn aangestookt in de hoogovens van de Europese machtspolitiek, zijn uitgelopen op zulke catastrofale slachtingen dat vrijwel alle Europeanen, afgezien van enkele nostalgische Britten, meer dan gelukkig waren voorgoed afstand te kunnen doen van machtspolitiek, kolonialisme en het gebruik van militaire macht. De Fransen hebben nog wat Franstalige zakelijke contacten in Afrika (een van de redenen waarom ze de massamoord in Rwanda zonder een woord hebben laten passeren). De Nederlanders hebben te lang geprobeerd Indonesië vast te houden. En de Britten vervallen in waandenkbeelden over oude glorie. Over het geheel genomen echter waren de Europeanen klaar voor een nieuw tijdperk van beschaafde vrede, welvaart in eigen land en afzien van interventie buiten de grenzen. «Nooit Meer», dat zou het motto van het naoorlogse Europa kunnen zijn. In plaats van een nuchtere buitenlandse politiek die soms militair ingrijpen nodig maakt, hebben de Europeanen zich geconcentreerd op big business en een flinke portie moralisme.

Dat is een beetje een droomwereld gebleken, want onze o zo beschaafde manier van leven kon alleen overleven onder bescherming van de Verenigde Staten, de laatste en enige westerse democratie die nog bereid was, met enkele treurige mislukkingen, de oude machtsspelletjes te spelen, eerst tegen de communistische imperia, vervolgens in Bosnië en Kosovo, en nu tegen de islamistische terreur en de tirannieën in het Midden-Oosten. Israël, dat zich in een afschuwelijk dilemma bevindt — een dilemma dat het voor een deel, maar nadrukkelijk slechts voor een deel, zelf heeft veroorzaakt — wordt gedwongen methoden toe te passen die maar al te zeer herinneren aan onze eigen koloniale verledens. We vrezen dat we door Israël en de Verenigde Staten zullen worden weggerukt uit onze droomwereld, naar een nachtmerrieachtig bestaan dat we voorgoed achter ons gelaten meenden te hebben. Of het nu eerlijk is of niet: de Verenigde Staten en Israël herinneren ons aan wat wij eens waren, en dat is de reden waarom ze gehaat worden.
Het zou logischer — en historisch juist — zijn als we het stalinisme, het religieuze extremisme en de tirannie de schuld gaven, als we zeiden dat deze de wereld zo onveilig hebben gemaakt, in plaats van onze angsten bot te vieren op de Amerikanen en de Israëliërs. Op dat punt echter beginnen schuldgevoelens een rol te spelen. Arabieren, Chinezen, Vietnamezen, Afrikanen en nog vele anderen zijn onze voormalige koloniale onderdanen. Dit waren de mensen die wij ooit onderdrukt hebben. Militair ingrijpen tegen hen wordt door veel goedwillende Europeanen niet alleen als anachronistisch, maar ook als immoreel aangevoeld. Het is natuurlijk ook waar dat mensen het gevoel hebben dat we niet veel kunnen doen om het gedrag van een Arabische of Chinese dictator te beïnvloeden, terwijl democratische leiders nog last kunnen krijgen van onze woede. Althans, dat hopen we. In elk geval is het de combinatie van schuldgevoel en vrees die de oorzaak is van de irrationele reactie waarover ik het hier heb.
De kwestie van de joden is, als gewoonlijk, nog ingewikkelder. Met name Duitsers hebben reden zich schuldig te voelen om wat ze hun hebben aangedaan — met hulp van andere Europeanen. De actieve steun die de Duitse linkervleugel, met name in de jaren zeventig van de vorige eeuw, heeft verleend aan de Palestijnen in hun strijd tegen de Israëliërs, was een manier om de last van die schuld te verminderen. Jeugdige Duitsers konden het gevoel hebben dat ze de zonden van hun ouders goed konden maken door partij te kiezen voor de onderdrukten. En de veroordeling van de joden wegens hun toepassing van geweld had het aangename effect dat zijzelf minder op de voormalige slachtoffers leken, en meer op die slechte oude Duitsers.

Maar linkse Duitsers zijn niet de enigen die dat spelletje spelen. Recente gebeurtenissen op de Westoever hebben Israël inderdaad in een kwaad daglicht gesteld. Ariel Sharon is wel zo ongeveer het volstrekte tegendeel van de oude stereotypie van de zwakke, geleerde jood. Hij is juist een keiharde militair. Maar hij is geen nazi, en wat de Israëliërs doen is al evenmin te vergelijken met Hitlers program van systematische uitroeiing. En toch vindt een groot, verstandig schrijver als de Portugese Nobelprijswinnaar José Saramago het nodig de Israëlische campagne tegen de Palestijnen te vergelijken met Auschwitz. Het is voor Europeanen altijd moeilijk geweest in de schaduw van de holocaust te leven. Nu de joden niet meer als slachtoffers worden gezien, maar als de nazi’s van onze tijd, wordt dat misschien een tikje gemakkelijker.
Dus: net op het moment dat we denken de ene combinatie van irrationele overtuigingen te hebben begraven, zoals we in 1945 hebben gedaan, zien we hoe de redeloosheid in andere vorm weer de kop opsteekt. Het is niet nodig onze kritische vermogens buiten werking te stellen zodra het over Israël gaat, enkel en alleen omdat de joden in het verleden gruwelijk hebben geleden. Israël hoort beoordeeld te worden op grond van zijn verdiensten en tekortkomingen, als elk ander land. En Amerika behoort, juist om zijn enorme macht, onderworpen te worden aan zorgvuldig kritisch onderzoek. Sceptisch staan tegenover militaire oplossingen is redelijk. Maar de gedachte van sommige lieden dat de as van het kwaad door Washington en Jeruzalem zou lopen, is pervers.