Associaties

Dit weekeinde hoorde ik een paar anekdoten die ik wel leuk vind.
Iemand liep langs een plek waar een oude mevrouw dingen verkocht. Zij zat op een gereserveerd plekje. Het enige verschil met de andere verkopers is dat zij er al zo veel jaren zit dat anderen haar plek voor haar vrijhouden. Toen ze eenmaal zat, zei ze tegen de omstanders: ‘Vijftig jaar bevrijd? Ik kan het niet geloven, ik zie om me heen alleen maar bezet, bezet, bezet!’

En inderdaad is dat het woord dat men op vrijmarkten op straat plakt of krijt om aan te geven dat het plekje al ingenomen is. Ik reed vrijdagavond om tien uur in een tram door de stad en overal zaten al mensen, soms met kleine kinderen, om hun plekje ‘snachts te beschermen. Het feest was in de binnenstad al in volle gang; het heeft zich de afgelopen jaren verplaatst. Niet meer de dag met aansluitend volksfeest, maar de avond en nacht ervoor met aansluitend de dag. Het gevolg is alleen dat veel jongeren die doorgehaald hebben in portieken en op stoepen plassen. Je ruikt het meteen, de binnenstad is een grote pisbak. Maar een dag overlast is niet erg.
De tweede anekdote:
Er kwam in de oorlog een Duitse officier in een fabriek die eigendom was geweest van drie joodse broers. Ze hadden die op tijd verkocht aan een niet-joodse vriend, zodat het bedrijf niet meer op hun naam stond, en ze waren nu gewone werknemers. De Duitse officier vroeg hoe ze heetten en ze antwoordden beleefd met hun voor- en achternamen. Ze heetten Adolf, Hermann en Josef… De Duitse officier werd woedend, hij dacht dat het een brutaliteit was. Het heeft nog moeite gekost om hem met papieren bewijzen te overtuigen van de waarheid.