Kernbomvrije toekomst

Atomen voor vrede

President Barack Obama grijpt met ambitieuze kernwapenplannen terug op de jaren vijftig. De komende maanden zal blijken of zijn agenda haalbaar is.

Medium kernbom

President Barack Obama heeft de eerste salvo’s achter de rug - om een onweerstaanbare beeldspraak te gebruiken - van een barrage aan nucleaire initiatieven die hij de komende maanden wil ontvouwen. Maandagavond maakte Obama een einde aan de twijfel of hij de Amerikaanse nucleaire doctrine minder agressief durfde te maken. Het was een verkiezingsbelofte, maar door de Republikeinse opmars groeide de twijfel of hij het daadwerkelijk zou aandurven - net als een belofte dat de VS geen nieuwe kernwapens zullen ontwikkelen. Wat bleek: hij durfde het. Obama beperkt scherp de mogelijkheden waaronder de VS kernwapens kunnen inzetten en stopt de ontwikkeling van nieuwe kernwapens.
Dat Obama zijn Nuclear Posture Review deze week ontvouwde, is geen toeval: het hangt samen met een reeks andere atoombewegingen. Zo sloten de VS en Rusland vorige week een nieuw ontwapeningsakkoord. In plaats van hoon steeg toen wereldwijd gejuich op bij het nieuws dat de vijanden uit de Koude Oorlog, een slordige twintig jaar na de afsluiting daarvan, afspraken om voortaan in plaats van 2200 1550 kernwapens permanent gereed te houden voor onmiddellijk gebruik. Naast de ruwweg tienduizend kernwapens die beide landen nog op de plank houden voor onvoorziene omstandigheden, natuurlijk.
‘Het vergde geduld. Het vergde volharding’, zei Obama met superieur understatement; het akkoord van 26 maart volgt zeventien jaar na het vorige en vijftien jaar nadat Rusland het had voorgesteld. Het vergde vervolgens dertien jaar onderhandelen en was alsnog zozeer te laat dat het vorige akkoord verlopen was. Obama’s dankwoord aan zijn 'onvermoeibare onderhandelingsteam’ was daarom niet vrij van ironie.
De president sprak verder van een belangrijke stap naar 'een veiliger toekomst voor onze kinderen’. Dit werd alom nagezegd: in vele reacties werden Obama en zijn Russische tegenhanger Medvedev geprezen, omdat zij de wereld weer een stukje veiliger hadden gemaakt. Dergelijke blije reacties onthullen vooral hoeveel kinderen van de Koude Oorlog er rondlopen in de media en politiek. Want de wereld wordt er natuurlijk niet slechter van als Rusland en de VS bij hun eerste atoomsalvo een paar honderd steden minder kunnen opblazen, maar zúlk heuglijk nieuws is het ook weer niet.
Dat zoveel mensen opveren van ontwapeningsakkoorden heeft een andere reden: de herinnering aan de catharsis van eind jaren tachtig. Destijds werd de breed gedragen angst voor een kernoorlog weggemasseerd door Ronald Reagan en Michael Gorbatsjov. De gigantische atoomarsenalen werden door hen weggestreept in plaats van afgeschoten. Sindsdien staat ontwapening voor veiligheid, ontspanning en internationale vooruitgang. Voor een betere wereld.
De werkelijkheid anno 2010 is natuurlijk minder poëtisch. Nucleaire ontwapening is al lang geen zaak meer van de wereld veiliger maken en spanningen wegnemen. Het is deel geworden van een eindeloos politiek steekspel tussen de zelfverzekerde Verenigde Staten en het vernederde Rusland. Dat begon al toen het Russische parlement weigerde om het Start 2-akkoord uit 1993 goed te keuren, als 'straf’ voor Navo-acties in Bosnië. Daarna voor Navo-acties in Kosovo. Daarna voor de invasie van Irak. Daarna voor Navo-uitbreiding in Oost-Europa. En de VS speelden het onverantwoordelijke spelletje mee. De regering van Bush junior zegde het antiraketverdrag (abm) op, waarna de Russische regering het Start 2-akkoord formeel opzegde.
Dit was allemaal niet om vrolijk van te worden, maar opvallend genoeg veranderde de onderliggende militaire situatie nauwelijks. Ondanks de bravoure hielden beide zijden zich nauwgezet aan de inhoud van de akkoorden zelf. Verdere ontwapeningsakkoorden waren in die atmosfeer echter uitgesloten. En dus zitten de VS en Rusland nog steeds met een berg kernwapens waar geen enkel logisch militair scenario bij te verzinnen is; de ander afschrikken van een massieve verrassingsaanval met kernwapens is wel het minst geloofwaardige motief geworden.
Hoewel de Russische premier Poetin houdt van onrustbarende taal over kernwapens wilde juist het Kremlin graag met de ontwapening verder. Met Bush in het Witte Huis zat er echter niet meer in dan een 'ontwapeningsakkoord’ dat in de titel zo heette, maar in praktijk neerkwam op het tegenovergestelde. Kort samengevat: sinds 1993 staat nucleaire ontwapening stil.
Obama, de kandidaat van de hoop, had nucleaire ontwapening opgenomen in zijn arsenaal verkiezingsbeloften, maar hij heeft een heel andere insteek dan de presidenten voor hem. De kern van Obama’s agenda is dat nucleaire veiligheid meer is dan spanning en kernwapens wegnemen tussen Rusland en de VS. Hij ziet de proliferatie van kernwapens naar chaotische of vijandige staten en de mogelijkheid van nucleair terrorisme als grotere gevaren voor de VS dan een all-out kernoorlog met Rusland. Obama’s antwoord - zoals op andere terreinen - is samenwerking op zo groot mogelijke schaal. In dit geval betekent dat de wereld.
Bijna alle landen ter wereld hebben het nonproliferatieverdrag (npv) getekend. Volgens het npv zijn zij verplicht om proliferatie en nucleair terrorisme actief te bestrijden. Om landen daarop te kunnen aanspreken, wil Obama werk maken van een bepaling van het npv die decennialang een dode letter was. Het npv verplicht kernwapenlanden er namelijk toe om te werken aan volledige afschaffing van hun arsenalen. Met het jongste akkoord tussen Rusland en de VS in de hand heeft Obama ook werkelijk wat te eisen als de 189 ondertekenaars van het npv in mei samenkomen.
’s Werelds nucleaire onderhandelaars zullen elkaar dan al uitgebreid hebben gesproken, want deze maand is in Washington een top over de veiligheid van nucleaire materialen. Gastheer Obama, te gast veertig wereldleiders. En nog daarvoor - op dit moment - vliegen de onderhandelaars van de leden van de VN-Veiligheidsraad de wereld over om discreet te spreken over het meest urgente nucleaire probleem van allemaal: Iran.

Zelfs de liefste denkers zullen inmiddels twijfels hebben over Irans atoomprogramma, nu ook het angstig neutrale nucleaire agentschap van de VN niet meer in Teherans goede bedoelingen gelooft. De VS luidden al vroeg de noodklok en zij proberen al jaren Rusland te laten meewerken aan sancties tegen Iran. Nu eindelijk, zo lijkt het, met succes. De VS en Rusland probeerden vorige week niet eens de schijn op te houden dat hun nucleaire akkoord niet grotendeels draaide om Iran. Amper een dag later staakte Rusland al zijn verzet tegen sancties tegen Teheran. Nog een dag later vloog Irans belangrijkste nucleaire onderhandelaar naar Peking om de laatste machtige bondgenoot te bewerken. Maar het ziet er niet naar uit dat China er in z'n eentje voor wil opdraaien om Iran uit de wind te houden. In Washington wordt daarom voorzichtig gefluisterd dat sancties tegen Iran al over twee weken werkelijkheid kunnen zijn.
In het licht van deze zaken komt het bespottelijk late en inhoudelijk marginale akkoord tussen Rusland en de VS er heel anders uit te zien. Wat ontwapening betreft is dit peuterstapje niet alleen de eerste voorwaartse beweging in zeventien jaar, het is ook deel van een breed en ambitieus nucleair veiligheidsplan dat de regering van Obama nastreeft - met ontwapening, de aanpak van Iran, een herstart van het nonproliferatieverdrag, de beveiliging van nucleair materiaal, een nieuwe nucleaire doctrine en nog enkele aanverwante zaken in één ruif. Dat brede plan gaat de komende maanden slagen of falen.
De belangrijkste toetssteen voor Obama’s succes zal Iran zijn. Na Irak, Guantánamo en Afghanistan is dit de volgende Gordiaanse knoop die de 'beslissende buitenlandkwestie’ van Obama’s presidentschap wordt genoemd. Iran is een machtig land met vele middelen om de Amerikanen problemen te bezorgen in Afghanistan, Pakistan, Irak, Israël en de oliestaten van het Arabisch schiereiland. Er hangt veel af van de diplomatieke kunsten van Obama en zijn staf, want het pad tussen twee zeer onaantrekkelijke opties wordt steeds smaller: een nucleair bewapend Iran of een Amerikaanse of Israëlische aanval op Irans kerninstallaties.
Cynisch genoeg wordt Obama’s bewegingsvrijheid nog wel het meest gehinderd door het luidruchtige kamp van Dick Cheney, de vice-president onder Bush. Zijn regering blafte acht jaar lang naar Iran zonder ooit te bijten en stootte Iran omhoog als regionale macht door zijn vijanden te verwijderen uit Irak en Afghanistan. Maar sindsdien geeft Cheney in elke talkshow acte de presence met dezelfde boodschap: Obama is een slappeling en verkwanselt de nationale veiligheid. Door de groeiende binnenlandse weerstand kan Obama de oud-vice-president Cheney niet makkelijk negeren.

Het Iraanse regime is de afgelopen tien jaar koersvast geweest: het werkte gestaag door aan de capaciteit om een kernbom te bouwen en gebruikte alle buitenlandse kritiek en druk om zich bij de eigen burgers populair te houden. Dat was een succesformule: onder Bush kregen de VS nooit een internationale coalitie tegen Iran bij elkaar, terwijl de Amerikaanse zorgen Iran een prachtig chantagemiddel gaven. En in onzekere tijden kon de Iraanse geheime dienst altijd trucs uithalen om een sluimerend binnenlands anti-Amerika-sentiment aan te wakkeren.
Nu het spel aan het kantelen is, lijkt Iran te twijfelen tussen toegeven en escaleren. Toen het nucleaire akkoord tussen Rusland en de VS ophanden leek, liet Iran weten dat het uranium zal gaan verrijken tot het punt waarop het geschikt is voor een kernbom. Maar vrijwel tegelijk zei Teheran een uraniumdeal te zullen aanvaarden die een half jaar geleden door een groep landen was voorgesteld. In november had Teheran de deal nog verontwaardigd verworpen.
De uraniumdeal is trouwens een voorloper van wat het pronkstuk van Obama’s nucleaire agenda kan worden. Het bestaat eruit dat Iran zijn laagwaardige uranium naar Frankrijk verscheept en het terugkrijgt in de vorm van brandstofstaven voor een kernreactor - staven die ongeschikt zijn voor een kernbom. Obama heeft deze opzet niet alleen in gedachten voor Iran maar voor alle landen die kernenergie willen.
Dit plan grijpt terug op het Atoms for Peace-programma van president Eisenhower uit de jaren vijftig. Kernenergie leek in die dagen nog een prachtige toekomst voor de wereld te kunnen betekenen: gratis energie en ontwikkeling voor iedereen. De VS hielpen landen, waaronder Pakistan en Iran, enthousiast aan hun eerste reactor. En landen die niet zelf uranium voor hun kernreactors zouden willen vervaardigen, zouden dat in Eisenhowers plannen kunnen gaan bestellen bij regionale fabrieken.
Dat blije programma heeft helaas anders uitgepakt dan het Witte Huis zich destijds had voorgesteld - het bleek een ongekende stimulans voor nucleaire proliferatie. Maar nu, na een halve eeuw wapenwedloop, wapenbeheersing en uitdijende nucleaire kennis, lijkt het bestellen en aanleveren van uraniumstaven niet een onversaagde stap voorwaarts maar een behoedzame stap terug. Beter dan iedereen zijn eigen opwerkingsfabriek - en zijn eigen bom.

Foto: Andy Adams/Polaris/HH