India en Pakistan op rand van oorlog

Atoomkoppen bedreigen het subcontinent

Elke keer als de kwestie-Kasjmir escaleert, wijzen India en Pakistan met een beschuldigende vinger naar elkaar. De internationale bezorgdheid daarover neemt toe omdat beide landen sinds enkele jaren over kernwapens beschikken. Elk grensgevecht kan nu een atoomoorlog inleiden.

In juli 1999, tijdens de hevigste grensgevechten sinds 28 jaar tussen India en Pakistan, vloog de Pakistaanse premier Nawaz Sharif naar Washington om de hulp van president Clinton in te roepen. Sharif zat met een bizar probleem: Pakistaanse eenheden hadden de stad Kargil in de omstreden deelstaat Kasjmir veroverd. Een dergelijk succes was in strijd met het tientallen jaren oude gevechtsprotocol, dat voorschreef dat men elkaar periodiek over de bestandslijn heen beschoot waarna de commandanten beleefdheidsbezoekjes uitwisselden en de schade afdronken met whisky en thee.

Het was duidelijk dat de veroveraars van Kargil zich vroeg of laat zouden moeten terugtrekken, maar India eiste hun onmiddellijke aftocht. Sharif, die geen gezichtsverlies wilde lijden, verzocht Clinton te bemiddelen. Tot zijn verbazing kreeg hij van de boze Amerikaanse president te horen dat hij eerst maar eens zijn nucleaire wapens moest terugtrekken in de kazernes. Clinton wist wat Sharif niet wist, namelijk dat de Pakistaanse legertop de nucleaire eenheden in hoogste staat van paraatheid had laten brengen. Beide landen beschikten sinds een klein jaar over kernwapens. Nu het moment dat ze daadwerkelijk konden worden ingezet zo dichtbij kwam, bleek de hoogste leider van een van beide landen niet eens op de hoogte te zijn.

Sinds die dag geldt het aloude protocol niet meer. Elk grensgevecht kan een atoomoorlog inleiden, al is het maar «per ongeluk». De islamitische separatisten in Kasjmir, die doorgaans vanuit Pakistan opereren, spelen bewust met dat risico. Twee weken geleden pleegden ze in het Indiase deel van de provincie een bomaanslag waarbij zeker 33 mensen, onder wie vrouwen en kinderen, omkwamen. Toen premier Vajpayee verklaarde dat India «wraak zal nemen», was dat het sein voor een totale mobilisatie aan beide zijden van de 2900 kilometer lange grens. Volgens sommige waarnemers heeft de mobilisatie weinig om het lijf. Het samenbrengen van grote hoeveelheden troepen en tanks is strategisch irrelevant en doet eerder denken aan de Europese massamobilisaties van 1914 dan aan de voorbereidingen voor een moderne oorlog, schrijft een Indiase denktank.

Zulke elementaire denkfouten zijn symptomatisch voor het gebrek aan diplomatiek en strategisch inzicht aan beide kanten van de grens. De kans dat dergelijke troepenconcentraties bij toeval in gevecht raken is juist veel te groot, zeker in het licht van de beperkte nucleaire «opties» van de twee hoofdkwartieren. Volgens een schatting van het Britse tijdschrift Jane’s Defence beschikt India over meer dan tweehonderd parate kernwapens, Pakistan over honderdvijftig. Dat zijn er genoeg om een verwoestende klap uit te delen, maar te weinig om een eerste klap van de tegenstander te kunnen afwachten. Het is onbegrijpelijk dat de grootmachten en de Verenigde Naties het conflict rond Kasjmir nog altijd afdoen als bloedige folklore, terwijl het evenveel internationale aandacht verdient als het conflict in het Midden-Oosten. Helaas doen beide partijen er alles aan om de risico’s van een kernoorlog te bagatelliseren teneinde hun eigen bevolking gerust te stellen. En helaas hebben beide regeringen even slechte papieren als het in de naaste toekomst aankomt op wapenstilstand- en vredesonderhandelingen.

De militair die in 1999 het bevel gaf om de Pakistaanse kernwapens paraat te houden, was niemand minder dan de huidige dictator, generaal Pervez Musharraf, die destijds opperbevelhebber van het leger was. Musharraf pleegde enkele maanden later een staatsgreep waarbij hij zichzelf tot president uitriep. Het probleem rond Kargil loste hij op door de schuld voor de noodzakelijke Pakistaanse terugtrekking bij Sharif te leggen. Vrijwel niemand rouwde om de verdwijning van de corrupte Sharif. Aan de andere kant juichte vrijwel niemand de staatsgreep toe, afgezien van islamitische groeperingen die in het Pakistaanse leger zijn geïnfiltreerd. Musharraf — bijgenaamd Mister Kasjmir — was hun held omdat hij het brein was achter de operatie rond Kargil.

Het is niet overdreven te stellen dat het probleem-Kasjmir de voornaamste reden van bestaan is voor de Pakistaanse strijdkrachten. Het leger is een staat binnen de staat. Sinds de jaren vijftig zijn alle leiders van het land niet meer dan zetbazen van de legertop geweest. Het leger is tevens een van de grootste bedrijven van het land, met belangen in de wapenhandel, energievoorziening, infrastructuur en drugshandel. En als brandpunt van de publieke opinie is Kasjmir een ideaal excuus voor het handhaven van een voortdurende noodtoestand.

Musharraf zelf is een kind van de bloedige Pakistaanse afscheiding van 1947, waarbij Kasjmir aan India toeviel. Als onderofficier maakte hij de vernedering van 1971 mee, toen Oost-Pakistan zich met steun van het Indiase leger afscheidde onder de naam Bangladesh. Zoals veel militairen van zijn generatie heeft hij gezworen dat hij Kasjmir van het Indiase juk zal bevrijden. Een mogelijkheid die binnen bereik leek te komen in de jaren negentig, toen moslimrebellen in Kasjmir tegen het Indiase bewind in opstand kwamen, daarbij gesteund door Pakistaanse islamisten en de Pakistaanse militaire inlichtingendienst ISI. Sindsdien is de situatie in de deelstaat voor alle betrokkenen, inclusief geheime diensten, ongrijpbaar geworden.

Het is een negentiende-eeuws nationaliteitenconflict dat met de massavernietigingswapens van de 21ste eeuw dreigt te worden uitgevochten.

Volgens conflictdeskundigen en mensenrechtenstrijders ligt de oplossing in een onafhankelijk Kasjmir met een eigen, onder internationaal toezicht gekozen regering. Maar het ontbreken van de wil tot onderhandelen en van een serieus bilateraal of internationaal vredesplan maakt de situatie uitzichtloos. Ook de Indiase regering heeft om binnenlandse redenen van Kasjmir een prestigezaak gemaakt. De beslissing van Delhi om in 1998 kernwapens te testen, kwam voort uit een «opkomende Hindoe-ideologie, de groeiende afstand tussen de Indiase elite en het gewone volk, de obsessie om ook een militaire grootmacht te worden en de opkomst van een diepcynisch politiek vertoog», schrijven de experts (en critici van de Indiase regering) Praful Bidwai en Achin Vanaik. Nu de sociaal-democratische idealen van de stichters (Gandhi, Nehru) zijn vergeten en het land zich openstelt voor de wereldmarkt, kan alleen het Hindoe-nationalisme India nog bijeenhouden. «De nucleaire aspiraties van de regerende Bharatya Janata Partij werden niet ingegeven door de verslechterende veiligheidssituatie, die situatie was de laatste jaren juist beter dan ooit tevoren. Het Indiase kernwapen is een symbool van machomilitarisme, de hoogste uiting van de Hindoe-mannelijkheid.»

De enige grootmacht die zijn invloed op het subcontinent kan doen gelden, is de VS. Maar de Amerikaanse bemoeienissen met de regio werpen de laatste tijd juist olie op het vuur. Sinds 11 september concurreren India en Pakistan om de Amerikaanse gunst in het kader van de «war on terrorism». Musharraf leek aanvankelijk het pleit te winnen vanwege de strategische positie van Pakistan als buurland van Afghanistan. In ruil voor zijn steun aan de Amerikaanse acties tegen al-Qaeda en de Taliban wist hij Amerikaanse hulpgelden en handelsprivileges los te weken. Hij beloofde bovendien de islamistische groeperingen in eigen land in te tomen. Maar in december kreeg hij een koekje van eigen deeg toen moslimstrijders zonder zijn medeweten het Indiase parlement overvielen, waarbij ze het hadden gemunt op het leven van premier Vajpayee en zijn naaste medewerkers. Om India genoegdoening te verschaffen, beloofde Musharraf in een tv-toespraak dat hij het moslimextremisme in zijn land hard zou aanpakken. Inderdaad werden in de daarop volgende dagen enige duizenden militante Pakistaanse moslims opgepakt of onder huisarrest geplaatst, maar een maand later waren de meesten alweer vrij.

Sinds een maand klaagt Washington hardop over het gebrek aan Pakistaanse medewerking in de strijd tegen de moslimfundamentalisten. Premier Vajpayee van India neemt daarentegen een voorbeeld aan Ariel Sharon, die zijn veiligheidsagenda presenteert als onderdeel van de strijd tegen het internationale terrorisme. De moslimrebellen in Kasjmir worden door Delhi voorgesteld als bondgenoten van al-Qaeda, wat ze in sommige gevallen inderdaad zijn. Maar door het probleem-Kasjmir te reduceren tot de strijd tegen het internationale terrorisme kan India zich onttrekken aan de noodzakelijke discussie over de toekomst van de deelstaat.

Indiase functionarissen verkondigen de laatste weken openlijk dat de tijd is aangebroken om de Pakistaanse nucleaire «bluf» door te prikken. Volgens hen betekent de aanwezigheid van Amerikaanse troepen op Pakistaanse bodem (een nasleep van de campagne tegen de Taliban in het naburige Afghanistan) dat Islamabad het zich niet kan veroorloven kernwapens in te zetten. Pakistan denkt juist dat India zich om die reden zal onthouden van een massieve vergelding. Op een cartoon van de politieke tekenaar Martyn Turner van vorige week stonden Musharraf en Vajpayee vechtlustig tegenover elkaar, beiden met een gordel vol atoombommen rond hun middel. Het onderschrift: «En nu we het toch over zelfmoord terroristen hebben…» Turners vergelijking is niet uit de lucht gegrepen. Bidwai en Vanaik stellen onomwonden dat «de meeste Indiërs, de ontwikkelden inbegrepen, doodeenvoudig niet weten wat atoomwapens eigenlijk zijn, niet weten wat er in Hiroshima is gebeurd en niet beseffen wat massavernietiging inhoudt». Aan Pakistaanse zijde is de onwetendheid even groot, zoals verontruste kwaliteitsbladen als Dawn en The Nation keer op keer constateren. Een Australische analist zei afgelopen weekeinde dat beide partijen bij een atoomoorlog enkel denken aan een grote klap, zonder zich een voorstelling te maken van de rampzalige gevolgen voor de hele regio. «Radioactieve neerslag in de Himalaya zou de dood van het subcontinent betekenen.»