Poolse fietsenmakers bouwen een Finse kerncentrale

Atoommacht Finland

Terwijl zich in Japan een nucleaire ramp voltrekt, wordt in Finland Europa’s eerste nieuwe kernreactor na ‘Tsjernobyl’ gebouwd. De bouw kent vele problemen. Is deze modernste reactor ter wereld wel veilig?

OLKILUOTO - In een afgelegen kustgebied in het westen van Finland voert een asfaltweg door een besneeuwd Kurt Wallander-landschap van eenzame rode houten huizen en glooiende heuvels naar een apocalyptisch aandoend industrieel landschap. Langs de weg staan ruisende elektriciteitsmasten. Berkenbomen en eindeloze naaldwouden begeleiden de reiziger. Dan doemen links en rechts van de weg barakken op, de tijdelijke accommodatie voor honderden arbeiders die bouwen aan de Olkiluoto 3, Europa’s eerste nieuw bestelde kernreactor na de kernramp in 1986 in Tsjernobyl. De grijs en groen geschilderde houten gebouwen zuchten onder een pak sneeuw. De toegangspoort naar Olkiluoto staat open. Nabij het bezoekerscentrum biedt een terras een bijna idyllisch uitzicht op de OL1 en de OL2, de twee kernreactoren die al sinds 1979 en 1982 in bedrijf zijn. Daarnaast staat de nieuwe koepel, gelegen aan de bevroren Botnische Golf. Verdord riet wuift heen en weer boven het ijs.
‘De Finse industrie heeft onze nieuwe reactor hard nodig’, zegt Käthe Sarparanta, woordvoerster van het Finse energiebedrijf TVO, terwijl we langs de 68 meter hoge reactorkoepel in aanbouw rijden. 'Finland heeft een sterke metaal- en papierindustrie. Die heeft goedkope stroom nodig om met de industrie in andere delen van Europa te kunnen concurreren.’ Sarparanta trapt op de rem. Het gaat net goed; bijna kwamen we onder een enorme graafmachine.
Buiten lopen honderden arbeiders met fluorescerende helmen en oranje hesjes door de sneeuw langs de reactorkoepel, die zo groot is dat er meerdere Boeings 747 in zouden passen. Een enorm gat gaapt in de oostelijke wand, waar de afgelopen maanden de reactorkern, de turbines en de stoomprocessors door naar binnen zijn gevoerd. Alle zware onderdelen zijn nu binnen; het gat wordt de komende maanden gedicht. De arbeiders buiten zijn enkele van de vierduizend Polen, Duitsers, Roemenen, Portugezen, Fransen en Finnen die aan de OL3 werken, de derde reactor op het eiland Olkiluoto.
In 2005 was het dan zo ver. Na bijna twintig jaar stilstand in de atoomwereld kon het Franse atoomconcern Areva eindelijk weer aan de slag en begon de bouw van een nieuwe kerncentrale in West-Europa. Het gaat om een EPR, European Pressurized Reactor, met een vermogen van zestienhonderd megawatt, de modernste en productiefste reactor ter wereld. Geplande kosten: drie miljard euro. Daadwerkelijke kosten: waarschijnlijk meer dan zes miljard euro. Boze tongen beweren dat Areva koste wat het kost een centrale wilde bouwen en daarom voor een koopje het contract met de Finnen ondertekende. Sarparanta wil niets over de afgesproken prijs zeggen. 'We hebben destijds een turn key-contract afgesloten met Areva-Siemens. De prijs maken we niet bekend.’
De liefde tussen Areva en TVO is inmiddels voorbij. Areva heeft TVO voor de rechter gesleept omdat ze wil dat het Finse energiebedrijf meebetaalt aan de extra bouwkosten. TVO heeft op haar beurt Areva voor de rechter gedaagd omdat de bouw van de centrale zwaar vertraagd is. Een van de oorzaken daarvan is de decennialange stilstand in de kernindustrie, geeft Sarparanta toe. 'Jarenlang werd er niet gebouwd, de routine was weg. Men had geen ervaring meer met de atoomindustrie en het was moeilijk om geschikte mensen te vinden.’
Wat de oplevering ook bepaald niet gemakkelijker maakt: de kerncentrale wordt gebouwd door maar liefst vijftienhonderd subcontractors uit een stuk of dertig landen, waarvan de meesten geen ervaring met de bouw van kerncentrales hebben. Volgens de oorspronkelijke planning zou Olkiluoto al in 2009 stroom gaan leveren. De centrale gaat echter op z'n vroegst eind 2013 aan het elektriciteitsnet. Elke extra bouwdag kost Areva miljoenen euro’s.
De belofte van TVO dat de bouw van de OL3 tot duizenden nieuwe banen voor Finnen zou leiden, is niet uitgekomen. 'Dertig procent van de werknemers komt uit Finland’, zegt Sarparanta. 'Bijna twintig procent komt uit Polen en nog eens twintig procent uit Duitsland.’ Op de bouwlocatie werken meer dan vijftig nationaliteiten. Dat leidt nogal eens tot spraakverwarring en dat komt de veiligheid niet ten goede.

DE REDEN waarom er maar zo weinig Finnen in Olkiluoto werken, is simpel, volgens Jehki Härkönen, de nucleair campaigner van Greenpeace Finland. 'De meeste Finnen zien Olkiluoto als een uithoek, een plek waar je naartoe verbannen wordt.’ Het hoofdkantoor van Greenpeace Finland bevindt zich in het centrum van Helsinki, op loopafstand van het partijkantoor van de Finse Groenen, de vorige werkgever van Härkönen. Bij de ingang staan de schoenen van de medewerkers op een hoopje op de deurmat. Op de sofa voor bezoekers liggen plakkaten tegen kernenergie. Härkönen draagt een groene pullover. In een oorlel zit een veiligheidsspeld.
Omdat de Finnen geen zin hebben om in Olkiluoto te werken, wordt de bouw van de centrale gedeeltelijk door goedkope Oost-Europeanen uitgevoerd. 'We hebben afgelopen jaar een journalist in Polen interviews laten houden met werknemers’, zegt Härkönen. 'Het beeld dat daaruit naar voren komt maakt me hoogst ongerust. Scheuren in het gestorte beton worden bijvoorbeeld niet gerepareerd. Er komt gewoon een nieuw laagje beton overheen. Volgens de Poolse betonzetters moeten ze dit zo doen van hun voormannen, om tijd te sparen.’
De beschrijvingen van de werkpraktijk in de OL3 doen bizar aan. 'We werden geleid door Portugese voormannen die eerder voor Franse bedrijven in voormalige Franse koloniën hadden gewerkt. Ze behandelden ons als slaven, maar hadden verder nergens verstand van’, vertelt een van de Polen in het document. 'Veel Portugese voormannen spraken geen Engels, eentje was zelfs analfabeet. Tot voor kort was hij waarschijnlijk schaapherder. Het enige wat telde was de snelheid waarmee we werkten. Ik maak me zorgen, want de kerncentrale moet veilig zijn.’ Uit het document komt een beeld naar voren van onervaren lassers, uitbuiting van werknemers, onterechte ontslagen, diefstallen, niet betaalde ziektekostenpremies en algehele misère tijdens de bouw van de OL3.
Volgens Härkönen heeft de Finse atoomautoriteit STUK inmiddels al meer dan vijftienhonderd keer melding gemaakt van onregelmatigheden bij de bouw. 'Het gaat vooral om fouten tijdens het lassen van de koelpijpen. Die pijpen zijn inmiddels al drie keer vervangen, kun je je het voorstellen? Nou ja, zo vreemd is het niet, wanneer je Polen een kerncentrale laat bouwen terwijl ze in eigen land normaal gesproken een fiets in elkaar lassen. Die koelpijpen zijn echter wel van cruciaal belang voor de kerncentrale. Als de centrale eenmaal aan het elektriciteitsnet is aangesloten, zijn die pijpen niet meer te bereiken voor reparatie.’
Härkönen heeft zo zijn twijfels over de onafhankelijkheid van STUK. 'Je kunt je in Finland alleen aan de universiteit van Aalto met kernenergie bezighouden. Van de twintig studenten die daar jaarlijks afstuderen gaat de ene helft voor de industrie werken, de andere helft voor STUK. Natuurlijk komen ze elkaar weer tegen.’
Niet alleen uit de interviews met Poolse arbeiders blijkt dat tijdens de bouw gerommeld wordt. Ook een intern inspectiedocument van de Duitse turbinebouwer Siemens van afgelopen zomer toont aan dat veel las- en reparatiewerk in de kerncentrale slecht wordt uitgevoerd. 'De epoxyharslaag van de Siemens-condensator is tijdens de installatie zwaar beschadigd. De daarna uitgevoerde reparatiewerkzaamheden voldoen niet aan de Siemens-standaard en moeten opnieuw door een door Siemens gecertificeerd bedrijf worden uitgevoerd’, staat in een intern Siemens-rapport van 1 juni 2010. Het rapport wijst op tientallen grootschalige fouten bij het laswerk aan de turbines, dat door onvakkundige bedrijven is uitgevoerd en opnieuw moeten worden uitgevoerd door Siemens-personeel.
Woordvoerster Sarparanta van TVO deelt de zorgen over de kwaliteit van het geleverde werk niet. 'De werknemers krijgen een uitgebreide veiligheidsinstructie, ze houden zich aan de regels. Zo is de veiligheid gewaarborgd.’ Ze wil de interviews die Greepeace liet uitvoeren niet becommentariëren. 'Ik ken de bronnen niet.’
Naast de OL3 heeft Finland al vier kernreactoren aan het net, die gezamenlijk 28 procent van de Finse stroom opwekken. De nieuwbouw van de OL3 is echter niet genoeg. Afgelopen zomer stemde het Finse parlement voor de bouw van nóg eens twee nieuwe reactoren. De Finse Groenen, die deel van de regering uitmaken, stemden tegen de nieuwbouwplannen, maar stapten niet uit de regering. In 2002 was dat wel anders. 'In dat jaar stapten de Groenen, die destijds de milieuminister leverden, wél uit de regering’, licht Härkönen toe. 'Nu hadden ze van tevoren al uitonderhandeld dat ze tegen konden stemmen maar in de regering zouden blijven. Ik denk dat ze inzagen dat ze ook in de oppositie de kerncentrales niet hadden kunnen tegenhouden.’
Voor Härkönen is de strijd nog lang niet gestreden. Het Finse bedrijfsleven wil zelfs een achtste kernreactor. Daarmee zou het percentage atoomenergie per hoofd van de bevolking in Finland richting de vijftig gaan en zou Finland na Frankrijk op de tweede plaats in Europa komen.
Maar hoe wil Greenpeace deze centrale tegenhouden? 'Op 17 april kiezen de Finnen een nieuw parlement’, zegt Härkönen. 'Hoewel de atoomindustrie altijd heeft verteld dat ze een bijdrage wil leveren aan de vermindering van de uitstoot van CO2, gaat het haar er in werkelijkheid om zoveel mogelijk geld te verdienen. Sinds het parlement in 2003 besloten heeft om nieuwe kerncentrales te bouwen heeft Finland praktisch niet meer in windenergie geïnvesteerd. Uit onderzoek van Ernst & Young blijkt dat Finland wat dat betreft op een van de laatste plaatsen in Europa komt. Tien jaar geleden hoorden we nog bij de top.’
De industrie argumenteerde tot nu toe steeds dat alle opgewekte stroom voor de binnenlandse markt was. 'Dat argument kunnen ze met een achtste centrale echt niet meer gebruiken. Het gaat dus puur om geld, commerciële winst gaat voor veiligheid. Dat willen we duidelijk maken’, aldus Härkönen.
Ondanks het verzet van Greenpeace is vooral in de regio rondom Olkiluoto de acceptatie van kernenergie hoog. Härkönen: 'We hebben geprobeerd een lokale groep op te zetten nabij de centrale in Rauma, een stadje op twintig kilometer van Olkiluoto. Dat is niet gelukt. Het is misschien ook wel begrijpelijk, want voor de gemeenten in de omgeving zijn de kerncentrales een goudmijn. Ze ontvangen elk jaar miljoenen aan belastingen.’
Dat onderschrijft ook Siina Vesterinen, een hoogblonde Finse die het toeristenbureau nabij het historische stadscentrum van Rauma bemenst. De houten huizen in de binnenstad staan op de wereld-cultuurerfgoedlijst van de Unesco en trekken jaarlijks duizenden bezoekers. 'De meeste mensen hier hebben geen problemen met Olkiluoto’, zegt Vesterinen. 'We verdienen eraan. Door de vele arbeiders en bezoekers zijn de hotels vaak vol, velen komen hier boodschappen doen. De Lidl doet het goed. Er is een Poolse winkel in de stad en we hebben enkele Franstalige schoolklassen.’ Veel toeristen vragen of ze Olkiluoto kunnen bezoeken. 'Ik ben er zelf als kind ook geweest, iedereen uit de buurt heeft de kerncentrale bezocht.’
Wat verderop is Kari Laatsonen, werknemer in de plaatselijke fietsenhandel, kritischer. 'De meerderheid van de Finnen vindt het wel best met Olkiluoto. Als ze ’s avonds maar voor de tv kunnen zitten, dan vinden ze alles prima.’ Laatsonen woont nog bij zijn ouders, langs de E8, de hoofdweg naar Olkiluoto. 'Toen de centrale gebouwd werd, heeft TVO mijn moeder aangeboden een restaurant voor de arbeiders op het terrein te beginnen, met elke dag 150 klanten. Ze heeft geweigerd, omdat ze tegen kernenergie is, hoewel haar inkomen waarschijnlijk 25 keer zo hoog was geworden. Ik heb heel veel respect voor haar besluit.’
Volgens Laatsonen maakt de jonge generatie zich wel degelijk zorgen. 'De jongeren zijn vooral ongerust over de plannen om zwaar nucleair afval ondergronds op te slaan.’ Hij doelt op Onkalo, de eindopslagplaats voor zwaar nucleair afval die Finland ook op het eiland Olkiluoto voorbereidt.

HOEWEL wereldwijd al decennialang nucleaire stroom wordt geproduceerd, is nog nergens zo'n eindopslagplaats voor zwaar nucleair afval in gebruik genomen. Als het aan Timo Seppälä ligt, komt daar binnen een paar jaar verandering in. 'Vanaf 2020 gaat op Olkiluoto zwaar nucleair afval voorgoed de bodem in’, stelt de verantwoordelijke voor het Finse atoomafval. Hij werkt voor Posiva, de Finse autoriteit voor nucleair afval. Voorlopig is Onkalo nog een onderzoeksstation waar zwaar nucleair afval uit de vier in bedrijf zijnde reactoren in Loviisa en Olkiluoto bovengronds ligt opgeslagen, in afwachting van een definitief besluit over ondergrondse opslag.
Seppälä, een magere man in bruin pak, met kort haar en een randloze bril, praat bedachtzaam. 'De grootste problemen voor de mensheid zijn de overbevolking en het broeikaseffect, niet het kernafval. Het irriteert me dat mensen die doen alsof kernafval het einde van de wereld betekent, heel onzorgvuldig met andere dingen omgaan. Zelfs al zou iemand - puur theoretisch gesproken - het ondergronds opgeslagen kernafval kunnen bereiken, dan nog is dat geen catastrofe voor de mensheid.’
Hij toont de ingang van Onkalo, een afgesloten, kilometers lange tunnel die naar een diepte van 437 meter onder de aarde voert. De tunnel wordt in graniet uitgeboord. Beneden in de diepte worden volgens de planning in de toekomst de afgeschreven hoogradioactieve brandstofelementen, verpakt in tonnen zware containers met een koperen huls van vijf centimeter dikte, in boorgaten gestopt, omgeven door speciaal zacht gesteente. Volgens Seppälä is deze als KBS-3 bekend staande methode een volkomen veilige manier om afval op te slaan.
Härkönen van Greenpeace is het hier niet mee eens. 'Volgens Zweedse wetenschappers kan koper veel sneller verroesten dan de mensen van Posiva aannemen. De containers kunnen met zeewater of grondwater in contact komen, wat tot nucleaire vervuiling kan leiden. Bovendien komt er over zo'n zestigduizend jaar een nieuwe ijstijd. Die zal al onze zichtbare bovengrondse sporen van civilisatie vernietigen.’
In Seppälä’s ogen blijven de gevaren beheersbaar. 'Het is erg onwaarschijnlijk dat het koper snel roest, maar natuurlijk moeten we het goed onderzoeken. Bovendien is de straling over vijfhonderd jaar zo ver afgenomen dat je de containers met brandstofelementen kunt omarmen. Wat mij betreft zou het zware afval ook onder een nieuwbouwwijk in Helsinki opgeslagen kunnen worden.’
De Deense documentairemaker Michael Madsen zal het niet met Seppälä eens zijn. Afgelopen jaar draaide hij in Onkalo de documentaire Into Eternity. Madsen schetst in zijn documentaire een duister, bijna filosofisch perspectief op de vraag hoe de mensheid met kernafval omgaat. 'We willen een opslag voor kernafval bouwen die meer dan honderdduizend jaar moet standhouden’, zegt hij. 'Nog nooit heeft een door mensen gemaakt bouwwerk langer dan vijfduizend jaar overleefd.’

VU Connected, maatschappelijk netwerk van VU en VUmc, organiseert in april in het kader van '25 jaar Tsjernobyl’ lezingen over kernenergie. 14 april in Amsterdam Bright City met filosoof Ad Verbrugge en Hugo von Meijenfeldt (klimaatgezant tijdens de milieutop in Cancún) over milieubewustzijn en Japan. 23 april in Hogeschool Windesheim in Zwolle over vrijwilligerswerk en het leven na een nucleair ongeluk. Meer informatie en aanmelden op www.vuconnected.nl. Jeroen Kuiper zal in april op deze site dagelijks schrijven over kernenergie


Europa en kernenergie
Terwijl Japan met de moed der wanhoop probeert de beschadigde kernreactoren in Fukushima te koelen, verschillen Europese regeringen van mening over de toekomst van kernenergie in Europa. De weerstand onder de bevolking is duidelijk het grootst in Duitsland, waar de regering-Merkel inmiddels heeft besloten om de zeven oudste van de zeventien kerncentrales voorlopig van het net te halen. Het is onzeker of ze ooit weer zullen worden opgestart.
Premier Rutte noemde dit besluit afgelopen vrijdag 'merkwaardig’. Nederland wil de Japanse ervaringen meewegen in de criteria voor besluitvorming over de bouw van een nieuwe kerncentrale. Ook de Britse regering vindt het betreurenswaardig dat 'bepaalde Europese landen oordelen voordat de Japanse ramp is geëvalueerd’. Spanje kondigde aan dat haar kerncentrales aan extra controles onderworpen worden; Zweden gaat door met de planning van nieuwe kerncentrales.
Ook Frankrijk, na de Verenigde Staten de grootste producent van atoomenergie ter wereld, is van plan om verder te bouwen op kernenergie. Volgens president Sarkozy heeft 'Frankrijk gekozen voor kernenergie als een essentieel onderdeel van haar energie-onafhankelijkheid en in het gevecht tegen CO2-uitstoot’.
Oost-Europese landen lijken de risico’s van kernenergie te willen relativeren. De Russische president Poetin vloog afgelopen week demonstratief naar Wit-Rusland om een verdrag te ondertekenen waarin beide landen de bouw van een nieuwe Wit-Russische kernreactor in de buurt van de Litouwse grens overeenkwamen. Ook Polen, Slowakije, Tsjechië, Roemenië en Bulgarije houden vast aan plannen om kerncentrales te bouwen.