Ian McEwan, Sweet Tooth

Au fond leeg

In het begin van Sweet Tooth, de nieuwe roman van Ian McEwan, lijkt het allemaal simpel. In de eerste alinea stelt de ik-vertelster zich voor – ‘My name is Serena Frome (rhymes with plume)’ – en wordt meteen duidelijk gemaakt dat het hier om een terugblik gaat: veertig jaar geleden werd ze door de Britse geheime dienst op een geheime missie gestuurd. Dat liep niet goed af. Binnen achttien maanden werd ze ontslagen, riep ze schande over zichzelf af en ruïneerde ze haar minnaar.

Medium 9780224097376 mi tb 1

De geheime dienst, een spionne als hoofdpersoon, een gedupeerde minnaar – in de eerste zinnen al wordt de verwachting opgeroepen van een lekker spannende spionageroman, met ongetwijfeld complexe verwikkelingen, vermomming en bedrog, uitlopend in een noodlottig einde. Hoewel Serena aangeeft dat ze niet te veel tijd zal verspillen met het ophalen van haar kindertijd, duurt het nog wel even voordat ze bij de veiligheidsdienst terechtkomt. Een baan bij MI5 behelst aanvankelijk duf kantoorwerk, zeker voor vrouwen die vooral het administratieve werk krijgen toegeschoven, maar er komt toch een eerste missie, er zijn raadselachtige verwikkelingen rond een inmiddels overleden ex-minnaar van Serena, een verplaatste boekenlegger in haar appartement lijkt erop te wijzen dat de spionne zelf bespioneerd wordt.

En dan is er de operatie ‘Sweet Tooth’ waarbij Serena wordt ingezet als geheim agent. Het is 1972, het hoogtepunt van de Koude Oorlog. De cia heeft het al eerder gedaan, in het geheim financiële steun geven aan kunstenaars, schrijvers en literaire tijdschriften. Niet altijd met succes, de steun aan tijdschrift Encounter kwam bijvoorbeeld aan het licht en hoofdredacteur Stephen Spender distantieerde zich scherp van de cia. Maar MI5 wil nog een poging wagen en een zestal schrijvers met een beurs opstuwen in de anticommunistische vaart der volkeren. Er moet ook een romanschrijver bij zitten, en Serena moet hem ronselen. Ze werft, op aanwijzing van de dienst, de jonge, veelbelovende schrijver Thomas Haley, en krijgt binnen de kortste keren een relatie met hem. Het spionageverhaal wordt een liefdesgeschiedenis; de spanning verplaatst zich van intriges rond undercoverwerk naar Serena’s psychologische worsteling: moet ze haar werkgever verraden of haar liefde? En nog een stap verder: Sweet Tooth wordt meer en meer een meta-roman over het schrijven zelf, over het werk van T.H. Haley dat uitgebreid door Serena wordt samengevat, over de grens tussen werkelijkheid en fictie, oprechtheid en bedrog, die daar de kern van uitmaakt.

Dat het allemaal niet zo simpel is, dat had de lezer ook al in het begin van het boek kunnen bevroeden. Serena is niet alleen een ‘freak of nature’, wat wil zeggen dat ze goed is in wiskunde en zich in Cambridge aan die studie voor nerds gaat wijden, ze is ook een verwoed lezer. Bij hoofdpersonen die schrijver of lezer zijn, moet je natuurlijk altijd op je hoede zijn. Serena is geen fijnzinnige lezer, nee, ze racet door de boeken die ze in handen heeft, op jacht naar de goede afloop, naar het ‘will you marry me?’ Lezen, zegt ze ronduit, is voor haar een manier om niet te denken. Haar behoeften waren, als het om boeken ging, eenvoudig. Ze gaf niks om thematiek of om goed gekozen formuleringen; beschrijvingen van landschappen, het weer of interieurs sloeg ze over. Als ze gevraagd wordt voor het studentenblad ?Quis? een column te schrijven over wat ze de afgelopen week gelezen heeft, krijgt ze de opdracht ‘chatty and omnivorous’ te zijn. Het is precies de toon van haar ik-vertelling in de roman: babbelend en alles etend, oftewel opgewekt oppervlakkig.

Ian McEwan is een fijnzinnig schrijver en je kunt dan ook niet anders dan concluderen dat zijn portret van Serena ironisch is. Ze heeft ze geprobeerd, laat hij haar later in de roman opbiechten, de schrijvers waar haar erudiete vrienden hoog van opgaven: Borges en Barth, Pynchon en Cortázar. Auteurs van romans vol maskers, dubbelgangers, vermommingen en geheim agenten, vol literaire trucs kortom, die wat wij werkelijkheid en identiteit noemen in twijfel trekken. Serena moet er niets van hebben. En wat heeft de lezer met Sweet Tooth in handen? Een roman met een geheim agente, die zich inlaat met een schrijver van verhalen vol dubbelgangers, leugen en bedrog. Een roman vol literaire trucs, die eindigt met de moeder aller trucs: een epiloog die al het voorafgaande in een ander licht zet.

Het is heel knap en vermakelijk gedaan, maar je blijft als lezer wel met de vraag achter wat McEwan nu eigenlijk heeft proberen te bewerkstelligen. Hij raakt veel aan in Sweet Tooth: de Koude Oorlog en de strijd van het vrije Westen tegen het communistische totalitarisme. Alleen is Serena zo’n naïeve ‘Cold Warrior’ dat die strijd niet werkelijk reliëf krijgt. Bij flarden schetst hij een mooi tijdsbeeld van het Engeland in de jaren zeventig: de geharnaste vakbonden, de eindeloze stakingen die het land verlammen, de oliecrisis, het opkomend terrorisme van de ira. Maar meer dan decor wordt het helaas niet. Ook over literair engagement, en hoe dat geperverteerd kan worden door geheime diensten, word je niet echt wijzer.

Blijft het meta-thema van het schrijven. De Engelse pers wees er al op dat Thomas Haley veel weg heeft van de jonge McEwan, dat Sweet Tooth een verhuld en kritisch zelfportret bevat. De eerste pennenvruchten van Haley worden weggezet als duister, lichtelijk modieus en in wezen pretentieus. De novelle die Haley met zijn beurs van MI5 schrijft is apocalyptisch, in de geest van Beckett, knap geschreven maar au fond leeg. ‘Easy nihilism’ is de snijdende kritiek in Sweet Tooth. Maar kan niet hetzelfde worden gezegd over Sweet Tooth zelf? ‘Easy postmodernism.’


IAN MCEWAN, Sweet Tooth, Jonathan Cape, 320 blz., € 21,