Kunst: Kröller-Müller

Audiotours

Het Museum Kröller-Müller opende 75 jaar geleden, op 13 juli 1938. Het bevatte de collectie van het steenrijke echtpaar Kröller-Müller, een verzameling die vooral het geesteskind was van háár, de legendarische Helene, over wie Eva Rovers in 2010 de kruidige biografie De eeuwigheid verzameld publiceerde.

De collectie en het park de Hoge Veluwe werden in 1935 om schulden te delgen overgedaan aan de staat. Er werd een tijdelijk museum gebouwd, ontworpen door Henri van de Velde, en dat staat er nu nog; Helene K-M richtte het zelf in. In 1961 kwam er een beeldentuin bij. Tussen 1969 en 1977 werd het gebouw uitgebreid met laagbouw door Wim Quist in een ‘historiserende’ stijl, geïnspireerd door het werk van Rietveld en De Stijl, en ook door Ludwig Mies van der Rohe, die in 1912 het eerste ontwerp voor een museum-huis voor de Kröllers tekende. Alles van zeer hoge kwaliteit.

Het 75-jarig bestaan wordt gevierd met Vincent Is Back, twee nieuwe presentaties van de Van Gogh-collectie waarvan nu deel 2 te zien is, ‘Land van het Licht’. En: de tentoonstelling Top 75: 75 topstukken uit de eigen collectie. Binnen is de tentoonstelling aan de kleine kant, in de drie, vier zalen van de Quist-nieuwbouw. Er zijn topstukken onder – de Venus met voddenbaal van Michelangelo Pistoletto, de enorme houten sculpturen van Donald Judd, foto’s van Bas Jan Ader, fraaie kamerbrede houtskooltekeningen van Gilbert George – en de interactie met ‘buiten’ is als vanouds fraai, en toch dacht ik dat het best een tikje ambitieuzer had gemogen, bij zo’n 75-jarig jubileum. De ‘selectie’ moet het werk doen zonder thema of discours; veel aandacht is gegaan naar het aanbod van liefst 25 audiotours, ingesproken door bekende en minder bekende Nederlanders, van Nico Dijkshoorn en Alexander Pechtold tot Spinvis en Jan Keunen, hoogleraar oogheelkunde te Nijmegen. Die tours zijn een succes, zo te zien, want veel bezoekers stempelden hun toestelletje af bij de codeblokjes aan de muur of bij de beelden in de tuin om te horen wat deze of gene ervan vond. Dat is natuurlijk een mooi initiatief, het is vast aardig om te horen wat de dichter Anne Vegter er allemaal van vindt, of Jeanine Van den Ende (de Helene K-M van onze tijd), maar ik vind het tegelijkertijd ook getuigen van een soort armoede. Als je die tocht naar de Veluwe ondernomen hebt, om er Mondriaan en Van der Leck te zien, en Seurat, en die fantastische trap naar de hemel van Krijn Giezen, en dat heerlijke rare ‘kubistische’ vergezicht van Corot uit 1833, waarom zou je dan willen weten wat Harm Edens of all people daarvan vindt?

Helene Kröller-Müller had een sterke eigen visie, of een flink bord voor de kop; de collectie zoals die nu te zien is is na haar dood gestaag uitgebreid, en toch is er de hand van Helene nog in te herkennen. Het Van de Velde-pand uit 1938 ademt nog altijd iets van ‘deftige huiselijkheid’, en de Van Goghs en Picasso’s hangen er zoals zij dat wilde, naast de asiatica, de Cranach en Cranachachtigen. Zij werd opgebaard onder de Vier uitgebloeide zonnebloemen van Van Gogh; ik kan me niet voorstellen dat zij zich daar toen de gesproken inzichten van acteur Beau Schneider (GTST) bij heeft voorgesteld.

Vincent Is Back deel 2: Land van het licht, t/m 22 september, Top 75, t/m 17 november, Kröller-Müller Museum, kmm.nl