De onttovering van Brechts Galilei

Auftritt der Atombombe

Op 16 juli 1945 hervatten schrijver in ballingschap Bertolt Brecht en filmacteur Charles Laughton in Californië hun werk aan een toneelstuk over de verantwoordelijkheid van de wetenschapper. Vlakbij ontploft de eerste atoombom.

De eerste versie van zijn toneelstuk over de Italiaanse Renaissance-geleerde en godfather van de moderne natuurkunde Galileo Galilei en zijn botsing met de rooms-katholieke kerk schreef Brecht in 1939 in Denemarken, het land van de Nobelprijs winnende atoomgeleerde Niels Bohr. Na aankomst in Amerika (1941) werkt hij aan plannen voor een uitvoering daar, vanaf 1944 wordt hij daarbij gesteund door de van oorsprong Engelse filmacteur Charles Laughton, onder meer beroemd (en steenrijk) geworden door zijn rol als Quasimodo in de film Hunchback of Notre Dame uit 1939. Laughton is gefascineerd door Brecht. Zijn filmcarrière zit in het slop, hij wil weer toneelspelen. De beroerd Engels sprekende Brecht en de geheel geen Duits verstaande Laughton beginnen, omringd door etymologische en synoniemwoordenboeken, verwante lectuur als de fabels van Aesopus en de bijbel, en met vooral veel handen- en voetenwerk in de communicatie, aan een Engelse versie van de Galilei-stof. Ze werken er drie jaar aan, tussen 1944 en 1947, regelmatig onderbroken door filmrollen van Laughton en regiewerk van Brecht. Na weer zo'n onderbreking hervatten ze hun werk op 16 juli 1945, onwetend van een andere gebeurtenis van diezelfde dag: de eerste nucleaire explosie, een experiment van de wetenschappers werkzaam aan het atoomproject in Los Alamos, waarbij de chef van het team, de atoomgeleerde J. Robert Oppenheimer, het oergedicht van de Hindoes, Bhagavad Gita zou hebben geciteerd: ‘De Heer sprak: ik ben de oud geworden tijd, de vernietiger van de wereld, op weg om de wereld geheel teniet te doen.’ Iets nuchterder reageren Brecht en Laughton wanneer op 6 augustus 1945 de eerste atoombom valt op Hiroshima. Brecht: 'Van vandaag op morgen lezen wij de biografie van de grondlegger van de moderne fysica geheel anders. Het infernale effect van de grote bom zet het conflict van Galilei met de heersenden van zijn tijd in een nieuw en scherper licht.’ Brecht schrijft een proloog, waarin hij onderstreept dat 'die Neue Zeit läuft ab besonders schnell’ en eindigt met de regels: 'Infolge der nicht gelernten Lektion/ Auftritt der Atombombe in Person.’
De infernale verschrikking van het atoomwapen veroorzaakt een tijdelijke crisis in de samenwerking tussen Brecht en Laughton aan het stuk, dat ondertussen van Leben des Galilei is omgevormd tot Galileo. In het spitsvondige leerstuk, dat de twisten behandelt over het heelal tussen de Italiaanse pragmatische en empirische natuurkundige Galilei en de ideologisch beladen standpunten die de leiding van de rooms-katholieke kerk over het onderwerp betrekt, ziet de acteur Charles Laughton het titelpersonage vooral opereren als de Bourgondische levensgenieter en amorele ontregelaar, die door de paus in het stuk, een voormalig wetenschapper, als volgt wordt omschreven: 'Ik heb zelden iemand ontmoet die beter weet te genieten dan hij. Hij denkt uit zinnelijkheid. Hij kán eenvoudigweg geen nee zeggen tegen een oude wijn of een nieuwe gedachte.’ In Laughtons wijze van zien is Galilei een sympathieke rebel die met slimheid zijn weg baant in het labyrint van Vaticaanse vooroordelen over de nieuwe wetenschap. Voor Brecht wordt Galilei steeds meer een verrader: uit angst voor de fysieke pijn (marteling door de Inquisitie) herroept hij al zijn opvattingen over het heelal en maakt daardoor de wetenschap tot een ontideologiseerd, waardenvrij ambacht dat in het hok van de aanpassing wordt teruggedreven. In talloze twistgesprekken trekt Brecht de filmacteur uiteindelijk over de streep. In zijn Arbeitsjournal noemt hij op 10 oktober 1945 Laughton bij de favoriete koosnaam: 'De Buddah-belly is volledig bereid om Galilei voor de wolven te gooien, hij heeft een soort Lucifer in zijn hoofd, bij wie de zelfverachting is overgegaan in een lege trots - trots over de omvang van zijn misdaad tegen de wetenschap’, een verraad dat Brecht in zijn dagboek op 1 december 1945 benoemt als 'de erfzonde van de natuurwetenschap, de zondeval van de moderne fysica’. De zelfanalyse van Galilei in de voorlaatste scène van het stuk Galileo is 'een zelfaanklacht geworden, een vernietigende afrekening’.
De première vindt plaats op 30 juli 1947 in het Coronet Theatre in Beverly Hills, met in de zaal veel prominenten: Charles Chaplin, Ingrid Bergman, Anthony Quinn, Charles Boyer, de architect Frank Lloyd Wright. De critici zijn verward, verbaasd, verdeeld, de voorstelling heeft meer succes dan verwacht, tot aan 17 augustus zijn alle uitvoeringen in het kleine theater uitverkocht. De tweede première, in New York, op Broadway, in december 1947, maakt Brecht niet meer mee. Op 31 oktober van dat jaar wordt hij verhoord over zijn vrijages met het communisme door de McCarthy-commissie, de dag daarop verlaat hij Amerika. In Berlijn herschrijft hij in 1955 Das Leben des Galilei voor de tweede keer. Galilei’s knieval voor de autoriteiten wordt ditmaal inktzwart ingekleurd, het personage is nog autobiografischer geworden, getekend door de scherpe botsingen van de schrijver met de stalinistische bureaucratie van de kersverse DDR, waar Brecht overigens net zo opportunistisch mee omspringt als zijn alter ego Galilei. Die in zijn zelfbespiegeling (nu de laatste scène van het stuk) zegt: 'Waarvoor werken jullie? Het enige doel van de wetenschap is de lasten van het menselijk bestaan te verlichten. Wanneer wetenschappers echter, geïntimideerd door zelfzuchtige machthebbers, kennis vergaren met geen ander doel dan die kennis zelf, dan loopt de wetenschap het gevaar scheef te groeien, jullie nieuwe machines zullen nieuwe rampen veroorzaken. De kloof tussen jullie en de mensheid zal op een dag zo groot worden dat jullie jubelkreet over een nieuwe ontdekking beantwoord zal worden met een kreet van algehele ontzetting.’ Die nieuwe versie gaat op 15 januari 1957 in première. Brecht is dan al vier maanden dood: hij sterft op 14 augustus 1956 na een repetitie van 'Galilei’, aan een hartaanval.