Foto’s

Augusta de Wit, een communiste in de kolonie

«Het is geen kolonie, het is een wereld», schreef Augusta de Wit (1864-1939) over Nederlands-Indië. De Wit genoot vooral bekendheid als romanschrijfster. Maar daarnaast schreef ze ook reisverhalen en literatuurkritieken en werkte ze als buitenlands correspondent voor onder andere de Nieuwe Rotterdamsche Courant en de Singapore Straits Times. Een criticus gaf haar ooit het compliment dat ze «schreef als een man». Na haar dood vervluchtigde haar roem en werd haar werk juist afgedaan als «ouderwetse damesliteratuur».

De laatste maanden is sprake van een hernieuwde belangstelling. Onlangs is bij uitgeverij Terra Incognita het boek Het is geen kolonie, het is een wereld verschenen, met werk van Indische reisschrijfsters onder wie Augusta de Wit. En in het Tropenmuseum in Amsterdam zijn momenteel foto’s uit haar collectie te zien.

Terecht. Juist de reisverhalen van De Wit zijn nog opvallend modern, door de humor en rake observaties, maar ook omdat De Wit oprecht geïnteresseerd was in de Indische bevolking. Indië was voor haar een studieobject dat ze van zoveel mogelijk verschillende kanten probeerde te doorgronden. De Wit brak ook met de traditie de Indische bevolking in romans en reisliteratuur slechts als couleur locale te gebruiken voor verhalen over Hollanders in de tropen. In haar werk had de Indische bevolking zelfs de hoofdrol, wat ongekend was in haar tijd.

De Wit, die geboren werd op Sumatra en op haar tiende naar Nederland verhuisde, bleef haar leven lang heen en weer pendelen. «Het is een schande, zoals je je leven verbrokkelt», schreef Henriëtte Roland Holst ooit aan De Wit. Alleen in het Gooise Laren, waar ze in 1905 een huis liet bouwen, heeft ze langere tijd gewoond. Hier ontmoette De Wit de socialistisch bevlogen Roland Holst en Herman Gorter, met wie ze haar leven lang bevriend zou blijven. Ook De Wit werd lid van de communistische partij. Ze verleende hand- en spandiensten als tolk, maar anders dan Gorter en Roland Holst was De Wit verder niet actief in de politiek. Ook haar werk bevatte geen expliciete politieke ideeën, wat haar door haar socialistische vrienden wel werd verweten. Toch voelde De Wit zich naar eigen zeggen socialistisch, omdat ze «besefte» dat «de huidige inrichting van de maatschappij» een «oorzaak van leed» was. Het socialistische gevoel van Augusta de Wit was vooral gericht op Indië en de positie van de Indische bevolking.

Neerlandica Darja de Wever werkt aan een biografie over De Wit en ontdekte tijdens haar onderzoek dat De Wit ook gefotografeerd heeft. In de Koninklijke Bibliotheek van Den Haag stuitte ze op een fotografiediploma van De Wit, afgegeven door het Koloniaal Museum (het tegenwoordige Koninklijk Instituut voor de Tropen, ofwel Kit). Ook vond ze een notitieboekje met aantekeningen over de praktijk van het fotograferen van haar hand. Bij navraag bleek het Kit inderdaad een collectie foto’s van Augusta de Wit in bezit te hebben.

De foto’s die momenteel te zien zijn in het Tropenmuseum schonk De Wit tussen 1915 en 1917 aan het toenmalige Koloniaal Museum. Moeilijk is vast te stellen welke foto’s door De Wit zelf zijn gemaakt, omdat zij haar werk niet signeerde. Zo bevatte het boek Natuur en menschen in Indië foto’s van Gründler en Nieuwenhuis en enkele afbeeldingen waar geen naam bij staat. Vermoedelijk zijn ze van haar. Opvallend is bijvoorbeeld dat er alleen Indiërs op staan. Opnieuw ontbreekt de koloniale overheerser. Ook zijn er foto’s waarbij het opvallend eenvoudig is bijpassende passages uit haar romans en verhalen te vinden.

Voor een liefhebber van het literaire en journalistieke werk van Augusta de Wit roept de tentoonstelling in het Tropenmuseum onherroepelijk de vraag op of zij foto’s heeft gebruikt voor haar literaire werk, net zoals enkele bekende schilders uit haar tijd foto’s gebruikten voor hun schilderijen.

Het is geen kolonie, het is een wereld: Vrouwen bereizen en beschrijven Indië, 1852-1912

Terra Incognita, 192 blz., geïllustreerd, € 12,50

Indische foto’s uit de collectie van Augusta de Wit Tropenmuseum Amsterdam, tot en met 30 januari