Augusto p.

Hij ziet er nog patent uit, de vieze man van Chili. Met zijn zilverspoelinkje, blozende wangzakken en flatteus gesneden pakken mag hij er wezen, en zo verbazingwekkend is dat niet. Mensen als hij rotten van binnenuit. Hun enige waardigheid is die van de gentleman-hoerenloper: discrete limousines, kruiperige eerbewijzen en sinecures (in zijn geval een zetel in de Chileense senaat), quasi-diplomatieke stempels en bankrekeningen op foute eilanden. Alleen al de belediging dat hij nu alsnog is gearresteerd, stemt dankbaar jegens de Spaanse onderzoeksrechters.

Het zal erom spannen of de man die duizenden de dood injoeg, die het stadion van Santiago veranderde in een abattoir en de zanger en gitarist Victor Jara het zwijgen oplegde door zijn handen te laten afhakken, daadwerkelijk voor de rechter komt. De Chileense regering protesteert dat het nationale verzoeningsproces in gevaar komt - alsof die verzoening het recht van de slachtoffers op waarheid en genoegdoening tenietdoet. De Spaanse en Britse regeringen vrezen voor hun betrekkingen met Latijns Amerika, de Verenigde Staten zijn bang dat hun betrokkenheid bij de coup van 1973 aan het licht komt.
Ach, wat pijnlijk allemaal.
Maar als al die regeringen zo met Augusto P. in hun maag zitten, waarom kiezen ze dan niet de oplossing die hij zelf prefereerde? Ze kunnen hem toch gewoon een vrije aftocht naar Chili beloven en hem dan boven zee uit het vliegtuig lazeren?