Myanmar blijft een dictatuur

Aung San Suu Kyi belemmert het zicht

De vrijlating van Aung San Suu Kyi overschaduwde het nieuws over de verkiezingsfraude in Myanmar (het vroegere Birma). Terwijl het Westen op het kompas van de Nobelprijswinnares blijft varen, kan dictator Than Shwe ongehinderd zijn agenda afwerken.

HET LEEK ALSOF Nelson Mandela opnieuw vrijkwam, zo enthousiast waren de reacties. Na wereldleiders als Barack Obama en David Cameron betuigde ook premier Mark Rutte vorige week via een tweet zijn ‘blijvende solidariteit’ aan Aung San Suu Kyi. In Rangoon trok de oppositieleidster direct een duizendkoppig publiek toen zij vanachter het hek bij haar huis haar eerste speech gaf. Ook na zeven jaar huisarrest is de bekendste Myanmarees nog altijd mateloos populair in binnen- en buitenland.
Maar het draait in Myanmar niet om Aung San Suu Kyi, hoe sympathiek haar geweldloze verzet ook mag zijn. In Myanmar komen alle lijnen uit bij senior generaal Than Shwe. De voormalige postklerk werkte zich via het legeronderdeel psychologische oorlogvoering met wat geluk op tot staatshoofd en is nu zijn pensionering aan het regelen. Als we willen begrijpen wat er in Myanmar gebeurt, moeten we in het hoofd van de dictator kruipen.
Than Shwe ziet het einde naderen. Zo nu en dan vliegt hij naar Singapore om zijn afbrokkelende gestel op te laten lappen. Hij is een oude man, maar de scepter overdragen aan een kroonprins is een riskante zaak. Than Shwe verwijderde in 1992 zelf zijn voorganger Saw Maung, die ze niet allemaal meer op een rijtje had. In 2002 stelde hij voormalig dictator Ne Win onder huisarrest. De architect van de allereerste coup in 1962 werd ervan beticht dat hij samen met zijn schoonzoon en kleinzoons een nieuwe staatsgreep in voorbereiding had. Ne Win zou uiteindelijk in gevangenschap sterven.

HOE KAN Than Shwe zichzelf, zijn economische belangen en zijn familie veiligstellen? Het zeven-stappenplan dat in augustus 2003 werd gelanceerd, en waarin het Indonesische dwinfungsi-model nadrukkelijk doorklinkt, biedt uitkomst. Via de roadmap die zich sindsdien stap voor stap ontrolt installeert de dictator een gedisciplineerd democratisch bestel dat hem beschermt tijdens zijn pensionering en dat immuun is voor systeemwijzigingen van binnenuit. Het democratische vernis moet ook helpen om buitenlandse investeringen aan te zuigen, zodat de verpauperde Myanmarese economie enigszins kan worden opgelapt.
De eerste halte in het stappenplan was in 2006 het hervatten van de Nationale Conventie, waarin door het regime geselecteerde vertegenwoordigers een concept voor een nieuwe grondwet mochten schrijven. Theoretisch een lofwaardig initiatief, maar een groot aantal bepalingen stond al bij voorbaat vast. Zo beschermt de grondwet legerleiders tegen strafrechtelijke vervolging en krijgen de militairen automatisch 25 procent van de parlementszetels, waardoor een grondwetswijziging vrijwel onmogelijk is. Vlak na de cycloonramp Nargis in mei 2008 werd de nieuwe grondwet tijdens een fopreferendum door 92 procent van de bevolking goed bevonden. Dat was stap vier in het stappenplan.
De Nationale Liga voor Democratie (NLD) van Aung San Suu Kyi verwierp de nieuwe grondwet en wilde pas nadenken over meedoen aan de beloofde verkiezingen als de constitutie werd herzien. Than Shwe was niet onder de indruk en dus weigerde de NLD te herregistreren. De partij werd daarmee onwettig. Afgelopen maandag verwierp het hooggerechtshof het laatste beroep tegen de ontbinding. De komende parlementaire periode staan Aung San Suu Kyi en de NLD feitelijk buitenspel.
Maar eigenlijk hebben vooral de etnische minderheden reden tot klagen over de nieuwe grondwet, want met hun ambities wordt door de junta een loopje genomen. De acht getalsmatig belangrijkste etnische minderheden streven naar onafhankelijkheid of verregaande autonomie binnen een federaal systeem en hebben daar in de halve eeuw na de onafhankelijkheid van 1948 het bloed van hun zoons en dochters voor vergoten. Van het gehoopte federalisme is in de nieuwe grondwet geen spoor.
De fragiele verhoudingen met de minderheden werden verder op scherp gezet toen de regering eerder dit jaar een ultimatum stelde: rebellengroeperingen waarmee een wapenstilstand is gesloten moeten hun wapens inleveren. Een klein deel van de troepen mag blijven en zal opgaan in een soort grenspolitie onder gedeeld Myanmarees-etnisch leiderschap.
Het ultimatum is door de regering niet afgedwongen, maar de spanningen in de etnische provincies lopen door het politiek onacceptabele dictaat van de junta voelbaar op, met als meest zichtbare manifestatie de schermutselingen van een DKBA-factie (Democratic Karen Buddhist Army) met het Myanmarese leger in de grensplaats Myawaddy. Laait de burgeroorlog straks opnieuw op? Of laten de etnische minderheden hun spierballen vooral rollen om bij de nieuwe regering een zo goed mogelijk politiek resultaat uit het vuur te slepen?

ONDER DEZE samentrekkende wolken vonden op 7 november de verkiezingen plaats, de vijfde stap in de roadmap van de junta. Welbeschouwd een historische gebeurtenis, want voor het laatst trad in 1960 een meerpartijenparlement aan. Doel van de verkiezingen is een parlement te installeren dat de grondwet moet ratificeren (stap 6) en een president moet aanstellen die zijn eigen kabinet mag samenstellen (stap 7).
De aanloop naar de stembusgang bood voor de pragmatici onder de democraten aanknopingspunten. In maart werd voor het eerst in twee decennia politieke organisatie weer toegestaan, ook al waren de beperkingen immens en keek de nieuwe regeringspartij USDP, geleid door voormalig militair en premier Thein Sein, vanuit een wel erg bevoorrechte positie neer op de democraten die zich in allerijl bijeen probeerden te rapen.
Hoopgevend was ook de rustige campagneperiode. Democratische partijen als de NDF, een afsplitsing van de NLD, de Democratic Party en de UDP konden relatief ongehinderd campagne voeren. De beperkingen waren vooral financieel en organisatorisch van aard. Dat het moeilijk zou worden om tegen de staatspartij op te boksen stond bij voorbaat vast. Want die putte vrijelijk uit de staatskas en kon in elk district kandidaten leveren. NDF-partijleider Khin Maung Shwe liet zich in een optimistische bui ontvallen dat het plafond van de democratische partijen op 36 procent van de zetels lag. Daarmee zou de voormalige NLD-bestuurder tevreden zijn.
Hij kwam bedrogen uit, want na een eerlijke stemming bij daglicht gebruikte het regime de nacht om het verkiezingsresultaat te manipuleren met oneerlijk verkregen pre-votes en 'spookstemmen’, die na aftrek van de opkomst van het totaal aantal kiezers werden toegekend aan de USDP. Bijna twee weken na het gekrakeel kwam de verkiezingscommissie - een gezelschap marionetten van de junta - afgelopen donderdag met haar finale calculatie: de door het volk gehate USDP heeft 76 procent van de zetels gewonnen. Voor de etnische partijen en de democraten resteren slechts kruimels.
Voor buitenstaanders is moeilijk te begrijpen waarom de junta toch nog wilde vals spelen. De grondwet was immers al binnengehaald en door het ongelijke speelveld wisten de generaals al bij voorbaat dat de regeringspartij USDP een meerderheid in het nieuw te vormen parlement niet kon ontgaan. In meer dan de helft van de kiesdistricten hadden de democraten immers geen kandidaten aangemeld.
Een ingewijde in militaire kringen, die anoniem wil blijven, geeft een mogelijke verklaring. 'Je moet de fraude bezien in het kader van machtsspelletjes binnen het regime. De drijvende kracht achter de fraude in Rangoon was burgemeester Aung Thein Linn. Hij probeerde een wit voetje te halen bij Than Shwe.’

WAT VALT er te zeggen over het Myanmar van na de verkiezingen? Er zijn wat kleine lichtpuntjes. Dat er niet meer per decreet geregeerd zal worden is vooruitgang. Dialoog tussen het handjevol democraten en de militairen in het parlement is ook een stap vooruit. Tot dusver ontbrak ieder spoor van gesprek. Dan is er nog de theorie dat een opkrabbelende economie een nieuwe middenklasse zou kunnen baren, die geleidelijk meer vrijheden kan afdwingen. En waarom zou het niet mogelijk kunnen zijn om het leger en de staatspartij USDP uit elkaar te spelen, zoals in Indonesië een wig is gedreven tussen de militairen en Golkar?
Een anonieme hoge diplomaat in Rangoon voegt eraan toe dat zelfs die vermaledijde nieuwe grondwet goede elementen bevat. 'In de grondwet is voor het eerst vakbondsvrijheid vastgelegd. De hoofdofficier van justitie heeft al opdracht gekregen om hier in wetsvoorstellen uitwerking aan te geven. Historisch gezien zijn het vaak de vakbonden die de motor zijn van maatschappelijke veranderingen.’
Aung San Suu Kyi heeft haar oude mantra weer afgestoft. Zij verzoekt Than Shwe een dialoog aan te gaan. Middelen om iets af te dwingen heeft zij echter niet. De vergelijking met haar vader Aung San, die geruggensteund door de militante PVO onafhankelijkheid ontfutselde aan de Britten, gaat dan ook mank. Als zij de confrontatie zoekt wordt zij opnieuw opgepakt. Than Shwe heeft Aung San Suu Kyi aan een touwtje.
Een dialoog tussen Aung San Suu Kyi en het staatshoofd is ook om een andere reden onwaarschijnlijk. Zij is in de Myanmarese culturele context aan haar senior Than Shwe respect verschuldigd. Er is geen sprake van dat hij zich laat sommeren om met haar in gesprek te gaan.
Bovendien herhaalt zij een door het Westen gemaakte denkfout. Zowel de Europese Unie als de Verenigde Staten hebben publiekelijk de vinger geheven en eisen gesteld aan het regime. Maar een leger dat zijn pappenheimers in het gareel houdt door een imago van kracht en eenheid te cultiveren toont in het openbaar geen zwakte door concessies te doen. Dat zou in de Aziatische context gezichtsverlies betekenen en de indruk wekken dat er wat te halen valt.
De EU en de VS hebben zichzelf door de Nobelprijswinnares in de jaren negentig in een moeras laten gidsen waaruit het nu moeilijk ontsnappen is. De economische sancties hebben het regime niet geraakt; de militairen rooien het al jaren prima op de gasgelden uit China en Thailand. Eerder dit jaar gaf voormalig minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen tijdens een boekpresentatie in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag toe dat ook hij gelooft dat de sanctiepolitiek gefaald heeft. Maar het opheffen van de sancties is volgens hem geen optie, want 'politiek niet haalbaar’.

DICTATOR Than Shwe heeft zijn zaakjes beter voor elkaar. Alles verloopt volgens plan. De nieuw gebouwde hoofdstad Naypyidaw heeft de positie van zijn regime alleen maar versterkt en het democratische schild is met een beetje hulp van bliksemafleider Aung San Suu Kyi naar genoegen aangelegd. Door militaire leiders met een sterke machtsbasis weg te promoveren naar de politiek en een nieuwe generatie commandanten door te schuiven heeft Than Shwe zichzelf ervan verzekerd dat een nieuwe coup op korte termijn onwaarschijnlijk is.
De economische belangen zijn ondertussen veiliggesteld. Op grote schaal zijn de afgelopen maanden staatseigendommen verpatst aan een handvol zakenvrienden. Regeringsgebouwen, havens, vliegvelden en benzinepompen werden voor ramsjprijzen van de hand gedaan. De gunst is ontgetwijfeld door deze nieuwe oligarchen via de achterdeur terugbetaald.
De regionale buren van de Asean en grote broer China hebben al laten weten content te zijn met de twijfelachtige democratische lente in Myanmar. Het geld stroomt de Myanmarese economie binnen, met als voorlopig hoogtepunt een aangekondigde investering van acht miljard dollar van een Thais-Italiaans consortium dat bij Dawei een diepzeehaven gaat aanleggen, die de Indische Oceaan via een snelweg zal verbinden met het Thaise vasteland.
Than Shwe lacht in zijn vuistje.